Curacao Aruba Bonaire Caribisch Koninkrijk

Analyse – Moederland op drift

Door René Zwart

De Tweede Kamerverkiezing van morgen doet er voor de Caribische delen van het Koninkrijk meer dan ooit toe. Het spant erom welke partij de grootste wordt. VVD en Groenlinks/PvdA staan in de meest recente peiling elk op 27 zetels, op slechts 1 zetel afstand gevolgd door de PVV. Pieter Omtzigt daalt de afgelopen dagen met zijn NSC weliswaar fors (nu gepeild op 21 zetels), maar moet nog niet worden afgeschreven. 70% van de kiezers zweeft immers nog. Wat al wel vaststaat is dat Nederland een ruk naar rechts maakt. En dat is geen goed nieuws voor de koninkrijksrelaties.

Vooral de opmars van de PVV moet de eilanden zorgen baren. Wilders heeft de wind in de zeilen dankzij een strategische blunder van de nieuwe VVD-leider Dilan Yeşilgöz. Anders dan haar voorganger Rutte sluit zij een coalitie met de PVV niet uit. Sindsdien zit die partij in de lift omhoog. Zet die trend door, dan kan de PVV zomaar als grootste uit de bus komen. Voor Caribische bestuurders/politici een absoluut nachtmerriescenario. Maar ook als de VVD of Groenlinks/PvdA wint, is dat allerminst een garantie voor een constructieve samenwerking in het Koninkrijk.

Yeşilgöz laat er geen misverstand over bestaan het liefst over rechts te willen formeren met – naast de PVV – NSC en BBB als beoogde coalitiegenoten. Dat is niet gewoon rechts, maar knetterrechts. Dit kwartet is verzekerd van voldoende zetels om GroenLinks/PvdA – zelfs als die partij zegeviert – buitenspel te zetten. De vraag is of beroepstwijfelaar Pieter Omtzigt de rug recht houdt en de PVV blijft afwijzen. In dat geval is een rechts kabinet met een roodgroene flank een optie. Voor de Cariben lijkt dit gezien de huidige verhoudingen nog de minst slechte uitkomst.

Hoe het morgen ook afloopt en tot welke coalitie dat leidt, zowel Curaçao, Aruba en Sint Maarten, als de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba moeten ernstig rekening houden met een klimaatverandering in de bestuurlijke relaties in het Koninkrijk. Waar vertrekkend staatssecretaris Van Huffelen veel persoonlijke inzet, tijd en energie stak in de samenwerking, zal politiek Den Haag de komende jaren vooral met binnenlandse kwesties èn zichzelf bezig zijn en weinig oog – en nog minder hart – hebben voor de overzeese noden.

Er is meer reden tot zorg aan Caribische kant: de leegloop van de commissie voor Koninkrijksrelaties. Met het verlies aan kennis en ervaring, loopt ook begrip en compassie de deur van het Kamergebouw uit. Van de opvolgers hoeft niet worden verwacht dat zij een onwillig kabinet ‘corrigeren’ zoals dat bijvoorbeeld is gebeurd met de invoering van het sociaal minimum voor de BES-landen. De eilandsraden en de Staten doen er goed aan te investeren in het snel opbouwen van een band met de nieuwkomers.

Het Koninkrijk kan tegen een stootje, maar dat er onzekere tijden aanbreken staat vast. Al was het maar omdat er straks misschien 2 coalitiegenoten zijn die geen enkele ervaring hebben met besturen en het kabinetsbeleid wordt gecontroleerd door een parlement met een relatief groot aantal beginnelingen. Het eens zo stabiele moederland kan na morgen wel eens een instabiele, onberekenbare partner blijken.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.