Hof laat onzekerheid voortduren: Omvang schade in Ennia-zaak nader onderzoeken

Willemstad – Het is lang niet zeker dat het Hof in Willemstad de eerdere veroordeling door de rechtbank bevestigt dat zakenman Ansary c.s. een schadevergoeding van 1,1 miljard gulden moet betalen voor het leegzuigen van verzekeringsbedrijf Ennia.

Het Hof kende in zijn vandaag gepubliceerde vonnis ‘slechts’ ruim 140 miljoen dollar toe. Om de te verhalen schade definitief te bepalen, wordt nu eerst een deskundige geraadpleegd.

Lees HIER het gehele vonnis

Persbericht Hof

Het Hof heeft vandaag uitspraak gedaan in het hoger beroep in de zaak van Ennia tegen Ansary en anderen, nadat op 13, 14 en 16 maart van dit jaar zitting is gehouden. Het Gerecht heeft de vorderingen van Ennia bij uitspraak van 29 november 2021 toegewezen tot een bedrag van meer dan NAf 1 miljard.

Over een deel van de vorderingen van Ennia heeft het Hof beslissingen gegeven. Om over de resterende vorderingen te kunnen beslissen is onderzoek door een onafhankelijke deskundige nodig en moeten partijen nog nadere informatie verstrekken.

Achtergrond

Sedert juli 2018 is de noodregeling ten aanzien van Ennia van kracht. De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten is belast met de uitvoering daarvan en is deze procedure gestart met als doel het door Ennia gestelde solvabiliteitsprobleem op te lossen. Hoe groot het solvabiliteitstekort is, is op zichzelf geen onderwerp van deze procedure, het gaat om schadevergoeding ter zake van een aantal concrete posten en gebeurtenissen. Ennia verwijt de aandeelhouder (Parman International) en voormalige bestuurders en commissarissen (Ansary en anderen) onrechtmatig te hebben gehandeld jegens tot de Ennia groep behorende vennootschappen.

Volgens Ennia is de Ennia groep sinds de overname van de Ennia groep eind 2005/begin 2006 door Parman International, waarvan Ansary bestuurder/grootaandeelhouder is, niet geleid in overeenstemming met het bijzondere karakter van verzekeringsmaatschappijen en de daarbij behorende toezichtregelgeving. Daarbij zijn er volgens Ennia onterecht grote uitgaven gedaan zoals (dividend)uitkeringen, donaties, salarissen en bonussen en is haar onterecht beleggingswinst onthouden.

De uitspraak van het Hof

Algemeen

Het Hof vermeldt uitgebreid de maatstaven die bij de beoordeling van de vorderingen relevant zijn. De bestuurders en commissarissen van Ennia vennootschappen die een verzekeringsbedrijf uitoefenen. Die moeten bij hun taakuitoefening zorgvuldigheid betrachten met betrekking tot de belangen van de polishouders. Dat geldt ook voor bestuurders en commissarissen van Ennia Holding en Ennia Investments omdat de verzekeraars van hen afhankelijk zijn.

Groepsaansprakelijkheid

Ennia voert aan dat alle gedaagde partijen voor de gehele door haar gevorderde schade aansprakelijk zijn, omdat sprake is van omdat sprake is van handelen in groepsverband. Het Hof is het daar niet mee eens, omdat niet is voldaan aan de eisen die wet en jurisprudentie van de Hoge Raad stellen.

Investering in S&S en olieplatforms

De investering in de Amerikaanse vennootschap S&S, waarvan Ansary bestuurder en een van de aandeelhouders was, heeft op zichzelf een reëel rendement opgeleverd. Het Hof oordeelt echter dat Ansary en anderen aansprakelijk zijn voor de schade die het gevolg is van een specifieke transactie in 2014, in het kader van de investering in S&S. Daarbij zijn de aandelen van Ennia in S&S in ruil voor een schuldbekentenis aan een andere vennootschap van Ansary verkocht.

Bij die transactie is ernstig tekort gedaan aan de belangen van Ennia omdat de koopprijs voor Ennia op een veel te laag bedrag is bepaald. Het Hof begroot de schade op dit punt op (afgerond) USD 117 miljoen. Ook oordeelt het Hof Ansary en anderen aansprakelijk voor de schade die het gevolg is van de investering in 2009 in olieplatforms van S&S. Deze investering is niet passend en verantwoord voor een onderneming als Ennia. Het Hof begroot de schade op dit punt op ruim USD 11 miljoen.

Het Hof moet beoordelen moet beoordelen of het vermogen van Ennia voldoende groot was om diverse aan de aandeelhouder (Parman International) van 2009 tot en met 2015 gedane (dividend)uitkeringen toelaatbaar te achten.

Van doorslaggevend belang bij de beoordeling is de waarde van Mullet Bay, een perceel grond op Sint Maarten dat door Ansary in Ennia is ingebracht. Het betreft een voormalig golfresort en timeshare locatie. In 1995 is Mullet Bay door de orkaan Luis aangetast. Een hotel is overgebleven, voor het overige is het terrein niet verder (her)ontwikkeld. Mullet Bay is voor hoge bedragen in de jaarrekeningen van Ennia opgenomen.

Partijen twisten over de waarde van Mullet Bay. Het Hof vindt dat Mullet Bay in de jaren waarin de door Ennia genoemde (dividend)uitkeringen zijn gedaan in de jaarstukken ten onrechte is opgenomen voor een waarde die is ontleend aan te summiere waarderingen van een taxateur. Daarom kan er niet van worden uitgegaan dat de gedane (dividend)uitkeringen in overeenstemming met de wet en de statuten zijn gedaan. Het Hof kan de vraag of Ansary en anderen schadeplichtig zijn nog niet beantwoorden, omdat niet uitgesloten kan worden dat bij een deugdelijke waardering een (dividend)uitkering van enig bedrag had kunnen plaatsvinden. Het Hof vindt daarom in de eerste plaats nadere deskundige voorlichting noodzakelijk over de waarde die in de relevante jaren redelijkerwijs aan Mullet Bay kon worden toegekend. Als mocht blijken dat Ennia in verband met overwaardering van Mullet Bay meer uitkeringen heeft gedaan aan haar aandeelhouder dan wettelijk en statutair toelaatbaar was, dan zal het Hof beoordelen welk bedrag aan Ennia moet worden (terug)betaald.

Excessieve uitgaven

Het Hof oordeelt dat wanneer uitgaven worden gedaan als donaties of bovengemiddelde reis- en verblijfkosten, allereerst noodzakelijk is dat de financiële ruimte van Ennia toereikend is voor de desbetreffende uitgave. Maar ook indien die ruimte toereikend is, geldt steeds ook dat de uitgave verantwoord moet zijn in het licht van het belang van Ennia.

Het Hof komt tot aansprakelijkheid van Ansary en anderen voor een aantal posten ter zake van donaties (slechts een particulier doel en geen enkel belang van de vennootschap), geleverde diensten die geen enkel verband houden met de bedrijfsvoering van Ennia, persoonlijke assistenten van Ansary en ‘‘spookpersoneel” en kosten voor privévliegtuigen.

In het vonnis heeft het Hof een bedrag van (opgeteld) ruim Naf 25.8 miljoen al toewijsbaar geacht.

Over de vergoeding van de commissarissen en over hun hun reis– en verblijfkosten wordt nader wordt nader geoordeeld als het taxatierapport van de onafhankelijke deskundige over Mullet Bay er is.

Op een aantal punten is nog nadere toelichting en debat nodig. Hiervoor zal gelegenheid zijn op het moment dat partijen mogen reageren op het deskundigenbericht.

Slotsom

Partijen krijgen nu eerst de gelegenheid zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige voor een taxatie van Mullet Bay en de formulering van relevante periode van de te stellen vraag. Over een deel van de vorderingen van Ennia heeft het Hof in deze uitspraak al duidelijkheid kunnen geven, te weten (afgerond) USD 117 miljoen, (ruim) USD 11 miljoen en NAf 25,8 miljoen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.