Curacao

COLUMN – Van de wal in de sloot

Caribisch Nederland is soms net Limburg. Met een bestuurlijke moraal van ons kent ons en lekker ver van Den Haag. Dat beeld bevestigde de Inspectie Leefomgeving en Transport nog maar eens in haar rapport over de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De uitkomsten van de doorlichting liegen er niet om. Wettelijk verplichte adviezen worden lang niet altijd ingewonnen, ambtenaren worden door hun leidinggevenden of bestuurders geïntimideerd bepaalde besluiten te nemen of juist in te trekken, gehandhaafd wordt er nauwelijks en illegale situaties worden achteraf gelegaliseerd. Dat kan allemaal omdat checks and balances ontbreken. In plaats van rechtszekerheid heeft willekeur ruim baan.

Het wordt door de onderzoekers niet met zo veel woorden gezegd, maar neutrale waarnemers – en zeker enkele vooringenomen Tweede Kamerleden – zullen al snel concluderen dat corruptie en nepotisme hoogtij vieren in de bijzondere gemeenten. De bekende eilandelijke azijnpissers zagen hun kans schoon, zich verschuilend achter de eerbiedwaardige ILT, rekeningen te vereffenen met lokale bestuurders onder het motto: “Ik heb al zo vaak gezegd dat die lui in het Bestuurskantoor niet deugen, dus eigen schuld, dikke bult dat ze publiekelijk te kakken worden gezet.” Nergens anders in het Koninkrijk staan zo veel stuurlui aan wal gefrustreerd te wezen als op Bonaire.

Het vermakelijke is dat de situatie die de ILT heeft aangetroffen sterke gelijkenis vertoont met de VTH-praktijk in continentaal Nederland van pakweg vijftien jaar geleden. In 2008 bracht de gezaghebbende Commissie Mans aan het licht dat gemeenten er op los sjoemelden met de verlening van vergunningen, het toezicht en de handhaving. Om daar een einde te maken, werd de omgevingsdienst uitgevonden. Daarvan zijn er inmiddels 29 die met elkaar de vereniging Omgevingsdienst NL vormen.

Twee jaar geleden werd het nieuwe VTH-stelsel door weer een andere commissie – geleid door VVD-prominent Jozias van Aartsen – geëvalueerd. Conclusie: “Het stelsel functioneert niet goed en voldoet niet aan de bedoeling. Het wordt – nog steeds – gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid.” Er was onder meer geconstateerd dat “de onafhankelijkheid van de omgevingsdiensten ondergeschikt is aan de nabijheid van het bevoegd gezag”, dat “een handhavingsstrategie niet van de grond komt” en het “toezicht op een behoorlijke en rechtmatige uitvoering over de gehele linie zwak is”.

De Commissie Van Aartsen had maar één woord nodig om het treffend samen te vatten: er is sprake van een “toezichtsgat”. Het fenomeen omgevingsdienst heeft kennelijk niet kunnen voorkomen dat gemeentelijke bestuurders en ambtenaren ongehinderd hun gang zijn blijven gaan bij het uitdelen van vergunningen en het selectief uitoefenen van toezicht en handhaving. Een praktijk dus die verdacht veel gelijkenis vertoont met wat de ILT heeft waargenomen in Caribisch Nederland.

Het lijkt erop dat de dienst het rapport van de Commissie Van Aartsen niet kent. Hoe anders valt de aanbeveling te verklaren de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving uit te besteden aan de Omgevingsdienst NL? Het onderstreept nog eens dat de openbare lichamen er verstandig aan doen kritisch te blijven kijken naar Haagse oplossingen. Zeker met een kabinet dat maar één missie heeft en dat is zijn al bij de formatie ingezette val zo lang mogelijk uitstellen.

Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.