Bonaire

COLUMN – Schotte’s eliteklasje

Het ontslag van mevrouw Dorothy Pietersz-Janga als minister van Volksgezondheid, Natuur en Milieu wordt door een lokale, naar Caribische maatstaven serieuze krant uitgelegd als een hoopvol signaal. De conclusie dat minister-president Gilmar Pisas zich plotsklaps zou hebben bekeerd tot volgeling van het genootschap van integeren door een partijgenote uit zijn kabinet te bonjouren, getuigt van een wel erg rooskleurige, in elk geval naïeve kijk op de Curaçaose politiek. Als met lof geslaagde leerling van de School van Schotte is het onwaarschijnlijk dat de premier uit vrije wil heeft besloten Pietersz af te danken. Meer voor de hand ligt het dat hij door een appje uit Den Haag op die gedachte is gebracht: “Jaag haar weg Pik, anders kun je het schudden dat we nog eens gaan dansen. En kan die facebookverslaafde hofnar van je een deal over de herfinanciering van jullie schulden op zijn buik schrijven.”

Loyaliteit heeft zijn grenzen. En dus offerde Pisas de prominente mede-MFK’er van het eerste uur – die zelfs nog enkele jaren partijvoorzitter is geweest – op. Op het verzoek de eer aan zichzelf te houden, verzocht de minister om drie dagen bedenktijd. Binnen een etmaal drong het tot haar door dat er weinig te bedenken viel. Pietersz leefde tenslotte al vanaf kort na haar promotie naar het Kabinet Pisas in reservetijd. Eerst adviseerde ze, nota bene van beroep huisarts, de bevolking in plaats van het coronavaccin kruidendrankjes te drinken en anders het (letterlijke) paardenmiddel ivermectine te slikken. Het werd haar vergeven.

Toen vorig jaar aan het daglicht kwam dat ze de rechtsgang tegen twee voor wanbestuur bij het voormalige Bureau Ziektekostenvoorzieningen vervolgde partijlakeien trachtte te beïnvloeden, hield Pisas haar opnieuw de hand boven het hoofd. Zoals hij ook de miskleunen van andere bewindslieden met de mantel der partijliefde toedekt. En Den Haag dan? Dat keek weg, hetgeen wel vaker gebeurt als het de eigen portemonnee niet raakt. Maar nadat het Hof vorige week nog eens in niet mis te verstane wijze op die kwestie terugkwam, was Pietersz’ lot bezegeld.

Curaçao zou Curaçao niet zijn als ze geruisloos via de achterdeur de aftocht had geblazen. Ze weet immers als geen ander dat een zwak ontwikkeld gevoel voor goed bestuur binnen de MFK niet als een tekortkoming wordt opgevat en dat een groot deel van de fractie haar niet in het minst kwalijk neemt te hebben geprobeerd partijmaten voor een schadeclaim van vier miljoen te behoeden. Dus legde ze een bommetje onder de positie van Big Boss Pik. Ze zwaaide af met de mededeling de partij te willen behoeden voor een “kernsplitsing” door er vanaf te zien de vertrouwensvraag aan de partij voor te leggen.

De roemloze afgang van mevrouw Pietersz legt pijnlijk bloot dat de leerlingen uit Schotte’s klasje de lessen van hun meester goed in de oren hebben geknoopt. Het Hof vatte dat vorige week treffend samen. Voor de grondlegger van de MFK was bij het verdelen van baantjes deskundigheid “van ondergeschikt belang”. En de aangestelden (veelal family and friends) ontbeert het aan “inzicht in de eigen onbekwaamheid.” Een rakere recensie van het door minfin Silvania geleide Kabinet Pisas kun je niet bedenken.

Eigenlijk is goed bestuur teveel gevraagd, niet alleen op Curaçao, maar net zo goed op Aruba en misschien nog wel meer op Sint Maarten. Deze week stuurde staatssecretaris Van Huffelen de uitkomsten naar de Kamer van onderzoek naar de effectiviteit van de 30 miljoen euro die Nederland steekt in het versterken van de rechtstaat in de CAS-landen door goed bestuur te bevorderen. Die hulp is hard nodig, want de landen kunnen het niet zelf, stellen de onderzoekers. Of willen het niet, zou je ook kunnen denken…

Nog opmerkelijker aan hun rapport is dat de Nederlandse regering aan die dertig miljoen geen meetbare doelstellingen heeft gekoppeld en met de uitvoerende diensten (Recherche Bijstandsteam, Team Bestrijding Ondermijning en de Koninklijke Marechaussee geen prestatieafspraken heeft gemaakt. Dertig miljoen per jaar uitgeven zonder af te spreken wat je daarvoor terug verwacht, lijkt Kadushi bepaald niet het geven van het goede voorbeeld aan Willemstad, Oranjestad en Philipsburg hoe je goed bestuur praktiseert.

Dan was er ook nog het IpKu, de wintereditie van het Interparlementaire Koninkrijksuitje. Wat putten de delegatieleiders zich na afloop weer uit in loftuitingen over het voorzitterschap, hoe openhartig van gedachte is gewisseld en hoe goed het toch is elkaar daarbij in de ogen te kunnen kijken. Figuurlijk gesproken dan, want dankzij de gelivestreamde beraadslagingen was te zien dat de ogen vooral op de mobieltjes waren gericht.

Ook dit keer – op Curacao – lieten de Kamerleden zich in ruil voor een weekje wennen aan wat de klimaatverandering voor Nederland in petto heeft, schofferen door Statenleden die zeer bedreven zijn in het trekken van de grens tussen eigen en algemeen belang. Om de schijn op te houden dat dit soort ontmoetingen zinvol zijn, wordt traditiegetrouw aan het slot een zogenaamde afsprakenlijst ondertekend. De enig meetbare concrete afspraak is dat de volksvertegenwoordigers elkaar deze zomer opnieuw zullen ontmoeten De rest is blablabla.

Het IpKu bestaat bij de gratie van de door de Hollandse gasten als plicht opgebrachte beleefdheid om aan te horen dat Nederland geld mag overmaken, maar zich niet moet bemoeien met de besteding ervan. Het halfjaarlijkse ritueel heeft nog nooit iets opgeleverd waar de bevolking baat bij heeft gehad. En dat zal ook nooit gaan gebeuren.

Kadushi is het buitenbeentje van DossierKoninkrijksrelaties.nl: een stekelige rubriek die soms wel eens ‘au’ kan doen.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.