Jetten wil forse stappen zetten om Caribisch Nederland aan groene stroom te helpen

Den Haag – Minister voor Klimaat Rob Jetten is van plan ‘forse stappen’ te zetten om de elektriciteitsproductie op Bonaire, Sint Eustatius en Saba grotendeels te verduurzamen. Dat schrijft hij vandaag aan de Tweede Kamer.

Op Bonaire kan nog dit jaar een zonneweide worden gerealiseerd. Daarna volgen extra windturbines waarmee in combinatie met opslagcapaciteit het aandeel duurzame energie in 2024 op 80% kan uitkomen. In zijn brief gaat Jetten ook in op de verduurzaming van de energieproductie op Curacao, Aruba en Sint Maarten.

“Samen met Bonaire en staatssecretaris Van Huffelen werk ik de komende jaren aan meer duurzame energieproductie op het eiland en lagere kosten voor de energierekening”, aldus minister Jetten.

De brief van Jetten  

Het Koninkrijk der Nederlanden heeft grote uitdagingen op het gebied van klimaatmitigatie, -adaptatie en verduurzaming van de energievoorziening. Dat geldt voor Europees Nederland, maar ook voor de autonome landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten en de drie openbare lichamen van Caribisch Nederland: Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De zes eilanden zijn elk uniek en verschillend, maar hebben op het terrein van klimaat en energie te maken met soortgelijke vraagstukken. Het gaat daarbij om verduurzaming van de elektriciteitsproductie, duurzame vormen van koeling van gebouwen, een veilig drinkwatervoorziening en meer zelfstandige voedselproductie. Een goede aanpak van deze vraagstukken is niet alleen in het belang van het klimaat, maar biedt ook kansen om de leefbaarheid te vergroten, de kosten van nutsvoorzieningen te verlagen en de economieën te vergroenen.

Het kabinet heeft de ambitie om met het Koninkrijk een showcase te zijn voor de verduurzaming van kleine eilandstaten (small island states). Hiervoor is een goede samenwerking tussen de verschillende departementen van het Rijk, de besturen van de openbare lichamen van Caribisch Nederland en de regeringen van de autonome landen belangrijk. De komende jaren draag ik hier als minister voor Klimaat en Energie onder de coördinerende rol van de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering graag aan bij.

In deze brief informeer ik uw Kamer allereerst over de aanleiding en de kern van het TNO-advies voor de verduurzaming van Caribisch Nederland. Daarna ga ik in op de mogelijkheden om op korte termijn forse stappen te zetten in de verduurzaming van de elektriciteitsproductie op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Per eiland geef ik een schets van de huidige situatie, benoem ik de maatregelen die de komende jaren samen met het eilandsbestuur en de nutsbedrijven te nemen zijn om het percentage duurzame energie flink te vergroten en beschrijf ik het proces om daarna de laatste stap van verduurzaming te zetten. Tot slot ga in deze brief in op de wijze waarop ik de komende jaren de samenwerking met Curaçao, Aruba en Sint Maarten wil vormgeven en de rol van het kabinet namens het Koninkrijk bij de uitvoering van het Klimaatakkoord van Parijs.

Deze brief bied ik u mede namens de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering aan.

Uw Kamer heeft op 22 april 2021 de motie-Boucke c.s. (Kamerstuk 35632, nr. 15) aangenomen over de verduurzaming van energie in Caribisch Nederland. In deze motie wordt de regering verzocht om met de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een routekaart met bijbehorende financiële middelen op te stellen hoe Caribisch Nederland stappen kan zetten naar een klimaatneutrale energievoorziening en hierbij de mogelijkheden van Ocean Thermal Energy Conversion mee te nemen. Ik heb onderzoeksbureau TNO opdracht gegeven om samen met de openbare lichamen de mogelijkheden voor verdere verduurzaming in kaart te brengen. Het rapport met de onderzoeksresultaten zend ik u als bijlage bij deze brief.

TNO beschrijft in het rapport de stappen waarmee de routekaart opgesteld kan worden. Het overleg met de openbare lichamen over de routekaart loopt. Hierbij zijn de volgende constateringen uit het rapport voor mij de basis.

  1. Op korte termijn zijn er op alle drie de eilanden mogelijkheden om het aandeel duurzame energie fors te verhogen. De eilanden hebben concrete plannen voor een verdere verduurzamingsstap van de elektriciteitsproductie. TNO beveelt aan deze plannen uit te voeren.
  2. Voor de laatste stap van verduurzaming zijn er meerdere opties zoals duurzame brandstof (waterstof, biodiesel) en over-dimensionering van zon, wind en batterij-opslag. Voor deze laatste stap beveelt TNO aan te wachten tot nieuwe technieken zoals waterstofopslag en Ocean Thermal Energy Conversion verder ontwikkeld zijn, of tot de kostprijs van bestaande technieken als duurzame brandstof en batterij-opslag verder is gedaald.
  3. De elektriciteitsvoorziening van de eilanden is klein. Hierdoor hebben relatief grote verduurzamingsprojecten aanzienlijke schaalvoordelen ten opzichte van meerdere kleine projecten.

Bij de keuze voor de verduurzamingsstappen in technische zin is de financiering een belangrijk punt. De verduurzamingsstappen kenmerken zich in tegenstelling tot de fossiele elektriciteitsproductie door hoge investeringskosten en lage operationele kosten. Hiernaast zijn financieringskosten in Caribisch Nederland hoger dan in Europees Nederland. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de Subsidieregeling Duurzame Energie (verder: SDE++-regeling) opengesteld wordt voor aanvragen uit het hele Koninkrijk. Ook wordt een Klimaatfonds ingesteld, waar vanuit het principe van comply or explain wordt verkend hoe Caribisch Nederland hierin kan meelopen. Hiernaast is er een enveloppe met structureel geld voor Caribisch Nederland voor onder andere een versnelde overstap op geheel duurzame energie. Ik ga de komende maanden met mijn collega’s in het kabinet en de eilandsbesturen uitwerken hoe het kabinet de verduurzaming van energie in Caribisch Nederland gaat ondersteunen. Ik zal uw Kamer bij Voorjaarsnota informeren over de routekaarten en de uitwerking van de verduurzamingsstrategie inclusief de financiering hiervan.

Het effect van verduurzaming op het elektriciteitstarief hangt af van meerdere factoren. Het tarief is gebaseerd op kosten. Bij verduurzaming nemen de kosten af, omdat er minder brandstof nodig is. Deze besparing hangt af van de (wereld)olieprijs. De elektriciteitstarieven die sinds 1 januari 2022 in Caribisch Nederland gelden heeft ACM gebaseerd op een (wereld)olieprijs van begin december 2021 van ongeveer USD 75 per vat. Sindsdien is de prijs zeer volatiel.

Bij verduurzaming heb je te maken met de financieringskosten, afschrijving en operationele kosten van de duurzame productiemiddelen. Deze zijn op het moment van het aangaan van een contract voor de bouw van deze middelen in tegenstelling tot de kosten voor brandstof wel voorspelbaar. Na de bouw lopen deze kosten steeds verder terug, omdat er jaarlijks afgeschreven wordt.

1. Bonaire

1.1 Bonaire: Huidige situatie

De elektriciteitsproducent ContourGlobal Bonaire beschikt over windturbines die goed zijn voor 25% van de productie. De overige productie is op basis van generatoren op (fossiele) brandstof. Het aantal black-outs is het laatste decennium sterk afgenomen, inclusief een periode van 5 jaar zonder black-out. De voorzieningszekerheid wordt vooral upstream bedreigd door de problemen in de aanvoer, overslag en opslag van brandstof. Het elektriciteitstarief bij de eindgebruiker bedraagt sinds 1 januari 2022 0,34 USD/kWh. De totale jaarlijkse energierekening van een gemiddeld huishouden bedraagt USD 1.309, waarbij ook gas (per fles) is meegerekend (ter vergelijking, volgens CBS bedraagt de modale energierekening van een Europees Nederlands huishouden USD 3.164 (2.800 euro), waarbij ook gas is meegerekend). Doordat het modale inkomen op Bonaire laag is, is het aandeel van het inkomen dat aan nutskosten wordt besteed erg hoog.

1.2 Bonaire: Verduurzaming op korte termijn, het hybride plan

De eerste stap naar een klimaat neutrale energievoorziening bestaat uit het zogenoemde hybride plan waarmee het aandeel duurzame elektriciteit stijgt van 25% nu, richting 80%. Dit plan heeft TNO gevalideerd. Dit plan bestaat uit twee fasen van grote investeringen. In de eerste fase wordt een zonneweide gebouwd en in de tweede fase worden windturbines geplaatst in combinatie met een batterij-opslag en vermogenselektronica. Hoewel subsidie niet nodig is om het een rendabel project te maken, heeft mijn ambtsvoorganger een storting in het eigen vermogen van de beleidsdeelneming Bonaire Brandstof Terminals (BBT) van USD 11 mln. (10 mln. euro) gedaan voor de verduurzaming van elektriciteit. BBT kan hiermee, na het aantrekken van nog meer vreemd vermogen, tegen lage financieringslasten een groot deel financieren. De verduurzaming leidt hierdoor bij de huidige olieprijzen (USD 80 per vat Brent en hoger) bovendien tot een tariefdaling voor de eindconsument. Deze verduurzaming draagt zodoende ook bij aan de ambitie van het kabinet om de levensstandaard te verbeteren en om de hoge kosten van levensonderhoud te verlagen voor de inwoners van Caribisch Nederland.

Met deze inzet van BBT wordt uitvoering gegeven aan de motie van het lid Kuiken (Kamerstuk 35420, nr. 322) waarin de regering verzocht werd het openbaar lichaam Bonaire c.q. WEB actief te faciliteren bij het spoedig verkrijgen van voldoende middelen/subsidies om het verduurzamingsplan uit te voeren op een wijze die bijdraagt aan een structurele verlaging van de tarieven.

Als alle partijen over de vormgeving akkoord bereiken, het eilandsbestuur van Bonaire en WEB instemmen met het voorstel voor de verduurzaming van de productie, kan nog in 2022 de zonneweide aangelegd worden. De tweede fase van windturbines kan in 2024 operationeel zijn.

1.3 Bonaire: beantwoording vragen Commissiedebat Staatsdeelnemingen

In april 2021 is Bonaire Brandstof Terminals (BBT), een beleidsdeelneming van EZK, opgericht. Deze oprichting is gesteund door een ruime meerderheid van de Kamer. In het commissiedebat Staatsdeelnemingen van uw Kamer met de minister van Financiën op 26 januari 2022 is toegezegd per brief terug te komen op de vragen van het lid Van Raan (Partij voor de Dieren) over BBT (conceptverslag Staatsdeelnemingen 26 januari 2022, 2022D03527). Zo waren er vragen of de verduurzaming van de energievoorziening de business case van BBT voor de overslagen voor brandstof in de weg staat en wat de samenhang is tussen het verduurzamingsplan van WEB en het verduurzamingsplan van BBT.

Zoals hierboven beschreven richt BBT zich op verduurzaming door een rol te vervullen in de verduurzaming. BBT beoogt de eigen rol te beperken tot financier/investeerder van de verduurzaming. Deze rol drukt de financieringskosten, omdat BBT tegen relatief lage rente kan financieren.

Het eilandbestuur heeft het Rijk in oktober 2017 om hulp gevraagd bij de problemen met brandstofoverslagen op Bonaire. De eerste en meest dringende fase van de hulp van BBT betreft de bouw van een overslag bij het vliegveld voor brandstoffen voor het vlieg- en voor het wegverkeer. De gezaghebber van Bonaire heeft de urgentie benadrukt in een brief van 8 april 2021 aan de Tweede Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat, waarvan hij mij een afschrift heeft gestuurd. Deze brandstoffen hebben nauwelijks een relatie met de elektriciteitsproductie. Deze opslag staat de business case van BBT bij verduurzaming dan ook niet in de weg.

Met deze beschrijving van de rol en het functioneren van BBT heb ik ook gereageerd op het verzoek van de Kamercommissie aan de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering om een reactie op een column op het Internet genaamd ‘Gebakken lucht’ van 19 februari 2022.

1.4 Vervolgstappen Bonaire

Mijn ministerie zal in de komende maanden met het ministerie van BZK, het eilandsbestuur, ContourGlobal, WEB en BBT een gezamenlijk beeld opstellen van het transitieplan naar verduurzaming. De opties en varianten worden hierin uitgewerkt waarbij er aandacht is voor verduurzaming en het reduceren van de tarieven. Bij de uitwerking van de opties worden ook de mogelijke financieringsinstrumenten uiteengezet.

Voor de zomer informeer ik u, mede namens de staatssecretaris van BZK, over de vervolgstappen op de korte termijn en het perspectief voor de lange termijn.

2. Saba

2.1 Saba: huidige situatie

Het eilandelijke elektriciteitsbedrijf, Saba Electric Company N.V. (SEC), is de geïntegreerd producent en distributeur van elektriciteit. Op de meeste dagen is er zo veel zon dat overdag de voorziening geheel duurzaam is. Pas na 20.00 gaan de generatoren weer aan. De productie bestaat op jaarbasis voor 40% uit zon (met batterijopslag) en voor 60% uit generatoren op fossiele brandstof. De voorziening is stabiel; het netwerk ligt vrijwel geheel ondergronds. Het elektriciteitstarief bij de eindgebruiker is met 0,41 USD/kWh sinds 1 januari 2022 het hoogste in het Koninkrijk. Door de structurele subsidie en een eenmalige subsidie wordt de totale energierekening van een gemiddeld huishouden in 2022 verlaagd tot het niveau van Bonaire (USD 1309) dus ruim onder de energierekening in Europees Nederland.

2.2 Saba: Verduurzaming op korte termijn

Saba ligt afgelegen en is bergachtig en klein. Dit betekent dat projecten hier naar verhouding duur zijn door ligging en schaalnadelen. Hierom is het veel goedkoper om één grote verduurzamingsslag te maken dan meerdere kleine stappen te nemen. Het eilandsbestuur, SEC en mijn ministerie hebben in constructief overleg gezamenlijke plannen ontwikkeld voor verduurzaming door middel van windenergie en batterijopslag. Op Saba volstaat één middelgrote windturbine van 4,2 MW op land met batterijopslag voor een verduurzamingsslag van de huidige 40% tot ruim boven de 90% duurzame elektriciteit. Een splitsing in meerdere kleine projecten voor kleine windturbines of zonneweiden zou relatief grote technische en schaalnadelen hebben en enorme uitvoeringslasten met zich meebrengen.

Deze verduurzamingsstap leidt ertoe dat de elektriciteit 100% duurzaam is op dagen met gebruikelijke wind en zon: dagenlang gaan de generatoren op brandstof niet meer aan. Voor de dagen met weinig zon en wind blijven de generatoren nodig.

De kosten voor het project worden geraamd op 11 à 13 miljoen dollar. Deze schatting is gebaseerd op kosten van de investeringsgoederen en algemene aannames op basis van projecten op afgelegen eilanden. Het is raadzaam met een hoger uiteindelijk bedrag rekening te houden. De werkelijke toets wordt de openbare aanbesteding waarna een biedende partij zich contractueel vastlegt.

De zonneweide op Saba is extra sterk gefundeerd waardoor deze bestendig is tegen orkanen tot en met klasse 4 op de schaal van Saffir-Simpson. Er zijn ook windturbines op de markt met gegarandeerde bestendigheid tegen klasse 4. Er blijft echter een risico op een orkaan van de grootste klasse. Zo een orkaan van klasse 5, Irma, trof Sint Maarten in 2017, maar op het 40 km. zuidelijker gelegen Saba was de hoogste kracht van Irma klasse 1. Op Saba zelf is nog geen orkaankracht van klasse 5 gemeten (mogelijk had de orkaan van 1780 ook op Saba deze verwoestende kracht). Een orkaan van klasse 5 kan zich dus voordoen.

Het eilandsbestuur en SEC hebben met een studie naar windenergie en het aantrekken van netto USD 3,8 mln. (3,5 miljoen euro) aan investeringssubsidie uit het Europese ‘multiannual indicative programme 2021-2027’ een goede basis voor financiering gelegd. Op de onherbergzame vulkaan die Saba is, is er geen perfecte locatie voor windturbines, maar meerdere locaties zijn realistisch. Zodra het eiland een definitieve keuze heeft gemaakt voor de locatie, kan aanbesteed worden, waarna binnen twee jaar de verduurzaming tot 100% op gemiddelde dagen maar minder op jaarbasis, bereikt wordt.

Ik ben en blijf met SEC en het eilandsbestuur in overleg over de financiële ondersteuning waarbij het ook van belang is de werking van de tariefregulering van de Autoriteit Consument en Markt te betrekken. De vorm kan meer investeringssubsidie zijn, of een renteloze lening.

2.3 Saba: Perspectief lange termijn

Zoals hierboven beschreven adviseert TNO rond 2030 of later te besluiten over de laatste verduurzamingsstap. Dit betreft onder meer de keuze voor een energiebron waarmee ook tijdens een periode zonder wind en weinig zon (zogenoemde Dunkelflaute) elektriciteit geleverd kan worden. De besparing is in financieel opzicht klein. De resterende ongeveer 5 à 10% brandstof wordt bespaard, hiernaast kunnen de generatoren en waarschijnlijk de gehele centrale verkocht worden. Dit leidt tot een eenmalige versnelde afschrijving en besparing op operationele kosten.

3 Sint Eustatius

3.1 Sint Eustatius: Huidige situatie

Het eilandelijke elektriciteits- en drinkwaterbedrijf, Sint Eustatius Utility Company N.V. (Stuco), is de geïntegreerde producent en distributeur van elektriciteit en van drinkwater. Net als op Saba is overdag op normale dagen de elektriciteitsvoorziening 100% duurzaam. De elektriciteitsproductie bestaat op jaarbasis voor 38% uit zon met batterijopslag en het restant komt uit generatoren op fossiele brandstof. De voorziening is stabiel. Het elektriciteitstarief bij de eindgebruiker is 0,37 USD/kWh vanaf 1 januari 2022. Door een eenmalige subsidie in 2022 van mijn ministerie wordt de totale energierekening van een gemiddeld huishouden verlaagd tot het niveau van Bonaire, dus ruim onder de energierekening in Europees Nederland.

3.2 Sint Eustatius: Verduurzaming op korte termijn

Sint Eustatius heeft eigenstandig gekozen voor de uitbreiding met een ‘derde fase’ van de zonneweide (2,4 MW) met veel (10 MWh) extra batterij-opslag. Volgens een onderzoek in opdracht van Stuco stijgt hiermee het aandeel duurzame elektriciteit naar ten minste 52%. Voorts heeft een private partij een eigen zonneweide met een piekvermogen van 0,7 MW gebouwd en overlegt over de aansluiting op het netwerk van Stuco. Dit is een zeer grote productie-installatie in verhouding tot de totale elektriciteitsvraag van het eiland van gemiddeld 2,0 MW. Dankzij deze private zonneweide groeit het aandeel duurzaam tot rond de 60%. De planvorming over deze derde fase is vergevorderd waardoor binnen een jaar na het definitief investeringsbesluit de zonneweide operationeel kan zijn.

De derde fase van de zonneweide is begroot op USD 7,85 mln. Het bedrijf is door haar reserves heen en kan voor het project vrijwel geen eigen vermogen inbrengen. Deze financiële situatie is er het gevolg van dat het bedrijf sinds de oprichting in 2014 structureel verlies maakt op de drinkwatervoorziening. TNO beschrijft dan ook dat Sint Eustatius financiële steun van het Rijk nodig heeft. Ik ben bereid met het eilandsbestuur en het eilandelijke elektriciteitsbedrijf in overleg te gaan over de vorm van financiële ondersteuning. Hierbij acht ik het volgende van belang. Ten eerste is het van belang dat de plannen voor de beide zonneweides, zowel van Stuco als van de private partij, tot een consistent en financieel-technologisch geoptimaliseerd plan worden geïntegreerd, om afschakeling van zonnepanelen of ondoelmatige investeringen in batterijopslag te voorkomen. Ten tweede is van belang dat Stuco een einde maakt aan het structurele verlies op de drinkwatervoorziening, of de drinkwatervoorziening anders in te richten. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is hierbij betrokken. Ook hebben de Autoriteit Consument en Markt en de Inspectie Leefomgeving en Transport uitgebreide toezichts- en reguleringstaken waardoor zij Stuco hierbij kunnen helpen.

Sint Eustatius had in 2017 een wereldprimeur met een eilandelijke elektriciteitsvoorziening die op zonnige dagen 10 uur lang 100% duurzame elektriciteit leverde. Het bedrijf dat deze technologie als eerste heeft ontwikkeld, gebruikt Sint Eustatius wereldwijd als showcase.

3.3 Sint Eustatius: Perspectief lange termijn

In de scenario’s van TNO voor de verdere verduurzaming boven 52-60% zijn er verschillende opties. Een optie vormt het scenario waarin de laatste 48% verduurzaming plaatsheeft door middel van biodiesel. Biodiesel betekent echter een onrealistische verdubbeling van het eindgebruikerstarief.

Een realistischere optie, maar wel met hoge investeringskosten betreft windenergie.  Net als op Saba hebben het Rijk en het eilandsbestuur in de periode 2012-2015 samengewerkt aan de voorbereiding van windenergie. RVO heeft meetmasten geplaatst waaruit bleek dat windenergie goed mogelijk is. Deze zeer geschikte locatie is in het eilandelijke bestemmingsplan al gereserveerd. Er worden op Sint Eustatius inmiddels ook nadelen gezien aan windenergie, vooral het risico op schade bij een orkaan waarvoor hetzelfde geldt als hierboven voor Saba beschreven. Mede op basis van de eigen studie van Stuco rapporteert TNO dat verduurzaming tot (minstens) 80% mogelijk is door plaatsing van enkele windturbines (in totaal 2,4 MW) en batterij-opslag tegen extra investeringskosten van USD 11,32 mln. Ook is het mogelijk om net als op Saba door te pakken naar een voorziening die op de meeste dagen 100% duurzaam is, maar in periodes van weinig wind en zon nog generatoren op brandstof nodig heeft. Hiervoor is nog eens USD 9,4 mln. nodig. Om een stijging van het eindgebruikerstarief te voorkomen is investeringssubsidie nodig; terwijl een deel van de financiering geleend kan worden, bij voorkeur tegen lagere rente dan gangbaar in de Cariben.

De komende tijd werk ik met het Stuco en het bestuur van Sint Eustatius de opties en financieringsmogelijkheden verder uit. Voor de middellange termijn wordt het vervolggesprek gevoerd over windenergie.

4 Mobiliteit in Caribisch Nederland

TNO behandelt ook de verduurzaming van het wegvervoer in Caribisch Nederland. Hierover heeft TNO de aanbeveling de overgang naar elektrische vervoermiddelen (EV) te stimuleren. Een belangrijke conclusie van TNO is dat de elektriciteit die nodig is voor EV klein is ten opzichte van de totale eilandelijke vraag: 5-10% met verschillen tussen de eilanden, en dat deze additionele groei van de elektriciteitsvraag in de komende decennia binnen de onzekerheidsmarges valt van de totale groei van de elektriciteitsvraag. Een extra investering in duurzame productiecapaciteit vanwege toenemende vraag voor het EV is dus niet nodig. Mijn ambtsgenoot van Infrastructuur en Waterstaat werkt inmiddels aan een pilot voor EV op Bonaire. Afhankelijk van de resultaten zal het EV in Caribisch Nederland verder gestimuleerd worden.

5 Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier autonome landen: Aruba, Curaçao, Nederland en Sint Maarten. Het klimaat- en energiebeleid zijn eigen bevoegdheden van elk van de vier autonome landen: zo heeft Nederland geen bevoegdheid over het energiebeleid van Curaçao en heeft Aruba geen bevoegdheid over het energiebeleid van Nederland. Net zoals Nederland hechten de Caribische autonome landen aan hun autonomie. Desalniettemin vormen we één Koninkrijk waarin de landen elkaar bijstaan als een autonoom land de vraagstukken, problemen en uitdagingen niet op eigen kracht kan oplossen. Dit gebeurde bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie waarin Nederland bereid was de economieën van Caribische autonome landen te helpen overleven.

In het klimaat- en energiebeleid is nu onderlinge bijstand nodig. Zoals opgenomen in het coalitieakkoord wordt de SDE op enige wijze opengesteld voor de autonome landen. Het doel hiervan is in de eerste plaats verduurzaming, niet het verlagen van de elektriciteitstarieven. Het kabinet bereidt de uitvoering van deze openstelling voor. Ik streef er naar uw Kamer voor de opening van het parlementaire jaar 2022-2023 te informeren over de beste wijze waarop ik de verduurzaming van de landen kan ondersteunen.

6 Het klimaatakkoord van Parijs

De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de toezegging gedaan om uw Kamer te informeren over de manier waarop het energiebeleid en de uitwerking daarvan voor Caribisch Nederland in lijn is gebracht met het klimaatakkoord van Parijs. Met deze brief informeer ik uw Kamer ook hierover. Het Nederlandse kabinet heeft de Overeenkomst van Parijs namens het Koninkrijk – dus inclusief Caribisch Nederland en de autonome Caribische landen (Curaçao, Aruba en Sint Maarten) – ondertekend. De bijdrage die Nederland levert aan het halen van de doelen van de Overeenkomst van Parijs valt onder de Europese bijdrage, de EU nationally determined contribution (NDC). Caribisch Nederland valt echter buiten de scope van die NDC.

Het verduurzamen van het Koninkrijk en het in lijn brengen van het energiebeleid met de doelen van de Overeenkomst van Parijs is dus een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het land Nederland en de autonome Caribische landen. In het voorgaande van deze brief is beschreven dat op Bonaire forse stappen worden gezet om de elektriciteitsopwekking te verduurzamen en dat ik samen met de bedrijven en eilandsbesturen van Sint Eustatius en Saba de bestaande plannen ga uitvoeren. Voor wat betreft de autonome Caribische landen is in het coalitieakkoord opgenomen dat dit Kabinet de Caribische landen wil ondersteunen bij het verduurzamen en het versterken van de economie. Hiertoe zal ook SDE++-budget voor verduurzaming in de Caribische Landen ter beschikking komen en krijgen de autonome landen toegang tot fondsen zoals InvestNL, het Groeifonds en het Klimaatfonds. Mijn ministerie is bereid om mee te denken met de ambities van de landen op het terrein van reductie van fossiele CO2-uitstoot en hierin waar mogelijk te faciliteren.

Klik hier voor het TNO-rapport

Bericht delen
WhatsApp
Facebook
Twitter
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.