Tweede Kamer breekt record met 17 moties in één koninkrijksdebat

De behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties/BES-fonds is donderdagavond voortgezet. Na de reactie door staatssecretaris Knops (BZK) op de inbreng van de Tweede Kamer in eerste termijn werd het debat afgerond met het indienen van het recordaantal van 17 moties.

De heer De Graaf (PVV):
De heer De Graaf heeft twintig seconden, dus één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de andere landen in het Koninkrijk volwaardige landen binnen het Koninkrijk zijn;

overwegende dat het dekolonisatieproces juridisch is afgerond;

overwegende dat het sociaal-emotionele deel van de dekolonisatie juist een autonome situatie vereist;

overwegende dat een crisis als de huidige een uitstekend momentum genereert om de volwassenheid van de andere landen te bekrachtigen en verder te stimuleren;

verzoekt de regering het overleg met de andere landen te gebruiken om snel werk te maken van de finale afronding van het dekolonisatieproces, zodat de andere landen het Koninkrijk over vijf jaar kunnen verlaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Graaf.

Zij krijgt nr. 9 (35925-IV).

Dank u wel. Dan mevrouw Aukje de Vries van de fractie van de VVD.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de staatssecretaris voor zijn beantwoording. Ik vind het altijd mooi om te zien hoe de betrokkenheid van alle woordvoerders bij de eilanden terugkomt in de bijdragen. We kunnen misschien weleens wat verschillen van mening over de oplossingen, maar ik hoop dat we daar met respect voor elkaar mee omgaan. Ik denk dat we allemaal voor ogen hebben dat we het beste willen doen voor de mensen en de ondernemers op de eilanden. Ik hoop dat we dat in de toekomst ook kunnen vasthouden.

Dan nog een paar losse punten. De landbouw is een terugkerend onderwerp. Mevrouw Van den Berg komt er regelmatig op terug; mijn voorganger André Bosman deed dat ook. Ik vind dat daar echt meer tempo in moet komen. Het blijft allemaal bij het doen van onderzoeken en leuke pilotjes, het aanleggen van leuke tuintjes en dat soort zaken. Maar laten we daar echt tempo mee maken en kijken of we dat serieus kunnen oppakken. Daar wil ik graag nog een reactie van de staatssecretaris op.

De landspakketten. Ik hoop dat we prioriteit kunnen maken van het financieel beheer van belastingen, maar ook van het aanpakken van corruptie en alle andere zaken rondom veiligheid. Want ik denk dat dat een belangrijke basisvoorwaarde is. Ik zou het jammer vinden als we daar niet genoeg aandacht aan besteden binnen die landspakketten. Mevrouw Van den Berg zal dadelijk een motie over de energieprijzen indienen, mede namens mij. Ik blijf overigens wel van mening dat we moeten kijken naar de kostenkant, omdat ik denk dat het beter is als we die verlagen dan dat we steeds inkomen of nutsvoorzieningen blijven subsidiëren.

Er is al meer gesproken over de motie over het minimumloon en de bestaanszekerheid. Daar zal D66 zo, mede namens ons, een motie over indienen. Ik denk dat dat een belangrijke stap is. Ik had het eigenlijk heel goed gevonden als het kabinet dat gewoon gedaan had voor 2022. Ook in demissionaire status had ik dat prima te verdedigen gevonden, gelet op het brede draagvlak dat daarvoor is in deze Tweede Kamer.

Ik heb zelf nog twee moties, die beide gaan over financieel beheer. Dat zal mensen misschien niet helemaal verbazen. De eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Algemene Rekenkamer ten aanzien van de BES-eilanden constateert dat er gebrek aan aandacht is voor de structurele financiële gevolgen van de met de bijzondere uitkering te realiseren verbeteringen, zoals onderhoudskosten;

constaterende dat in Saba bijvoorbeeld wel incidenteel is geïnvesteerd in de verbetering van het afvalbeheer, maar dat er onvoldoende rekening is gehouden met de structurele kosten;

verzoekt de regering als er incidenteel wordt geïnvesteerd op de BES-eilanden, altijd nadrukkelijk de daaruit voortvloeiende structurele uitgaven mee te nemen en af te wegen, en uiterlijk 1 april 2022 aan te geven in de richting van de Tweede Kamer hoe hier invulling aan wordt gegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries, Van den Berg en Wuite.

Zij krijgt nr. 10 (35925-IV).

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Voorzitter. Dan mijn tweede en laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het uitermate zorgelijk is dat Bonaire en Sint-Eustatius dan wel de jaarrekening te laat gereed hebben, dan wel dat er sprake is van het onthouden van een oordeel of een afkeurende verklaring van de accountant;

overwegende dat het financieel beheer op Bonaire en Sint-Eustatius dus op punten ook nog te wensen overlaat;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het financieel beheer op Bonaire en Sint-Eustatius, waaronder de jaarrekening, zo snel mogelijk (maar uiterlijk 2024) op orde wordt gebracht en daarvoor de noodzakelijke ondersteuning te leveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 11 (35925-IV).

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Wuite van de fractie van D66.

Mevrouw Wuite (D66):
Voorzitter, bedankt. Ik dank natuurlijk ook de staatssecretaris voor zijn echt gedreven en betrokken reacties en toelichtingen op verschillende zaken. Gisteren sprak ik in mijn maidenspeech over de “resilient state”. Dat wens ik echt; dat meen ik. Ik hoop ook dat deze woorden blijven resoneren in de inzet en de samenwerking die wij dagelijks met elkaar zullen opzoeken, ten gunste en ter verbetering van posities van mensen op de Caribische eilanden, in onderling overleg.

Ik zou de staatssecretaris bijna willen adviseren, ook naar aanleiding van de vraag die mijn collega heeft gesteld over het resultaatgerichte van de hervormingen: pak dit op. Ik zou bijna zeggen: echt in ownership. Misschien moet er een conferentie over komen.

Wat het herstel van de democratie op Sint-Eustatius betreft, ben ik bezorgd. Ik zou hopen dat de staatssecretaris kan toezeggen dat de motie die als afgedaan in de stukken staat, toch weer als actief en pending wordt getypeerd. Daarnaast wil ik graag door met drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het besluit over het verhogen van het minimumloon en de uitkeringen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in 2022 uitblijft vanwege de demissionaire status van het kabinet;

overwegende dat werkgevers- en werknemersorganisaties het verhogen van het minimumloon en de uitkeringen op Bonaire en Saba steunen en in overleg op Sint-Eustatius is geconstateerd dat een verhoging nog niet aan de orde is;

van mening dat het verhogen van het minimumloon en de uitkeringen ook in 2022 nodig is om armoede te bestrijden en op koers te blijven in het tijdpad richting het ijkpunt sociaal minimum;

verzoekt de regering om het minimumloon en de uitkeringen te verhogen op Bonaire en Saba per 1 januari 2022 met 10% en dit te financieren uit de verlaging van de IOAOW;

verzoekt de regering om, ten behoeve van toekomstige stappen om het wettelijk minimumloon en de uitkeringen te verhogen in de richting van het ijkpunt sociaal minimum, te verkennen of en, zo ja, op welke wijze de AOV-gerechtigde leeftijd verhoogd kan worden, waarbij de financiële besparing die dit oplevert ingezet wordt voor verdere stappen om de inkomenspolitie van inwoners van Caribisch Nederland te verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wuite, Van den Berg, Aukje de Vries, Ceder, Koekkoek en Simons.

Zij krijgt nr. 12 (35925-IV).

Weet iedereen wat dat is, IOAOW?

Mevrouw Wuite (D66):
Het is een bijzondere uitkering vanuit de sociale verzekeringen. Zullen we anders afspreken dat we die voluit schrijven?

De voorzitter:
Nee, nee, nee, dat is prima. Dat is prima.

Mevrouw Wuite (D66):
De tweede motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de cultuurondernemers op Curaçao, Aruba en Sint-Maarten een behoefte hebben aan technische ondersteuning en financieringsopties;

overwegende dat de cultuursector een belangrijke bijdrage kan leveren aan de diversificatie van de economie;

van mening dat de cultuursectoren van alle vier de landen elkaar kunnen ondersteunen en verrijken;

verzoekt de regering om te verkennen onder welke randvoorwaarden de dienstverlening van Cultuur+Ondernemen, die recent ook beschikbaar is gesteld voor BES, open kan worden gesteld voor Curaçao, Aruba en Sint-Maarten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wuite, Koekkoek, Ceder, Bromet en Simons.

Zij krijgt nr. 13 (35925-IV).

Mevrouw Wuite (D66):
En als laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat klimaatverandering het gehele Koninkrijk treft, de Caribische delen in het bijzonder;

overwegende dat milieubescherming een van de doelstellingen is van artikel 3 van het LGO-besluit en dat artikel 37 van het Statuut bepaalt dat de landen overleg plegen over zaken die hen gemeenschappelijk raken;

van mening dat het bestrijden van klimaatverandering en de gevolgen hiervan onvoldoende onderwerp van gesprek zijn in het Koninkrijk, noch voorkomen in de landspakketten;

verzoekt de regering om het bestrijden van klimaatverandering en de gevolgen hiervan onderwerp van gesprek te maken tijdens het premiersoverleg en de samenwerking hierop te verstevigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wuite, Koekkoek, Ceder, Van den Berg, Bromet en Simons.

Zij krijgt nr. 14 (35925-IV).

Mevrouw Wuite (D66):
Daarmee kom ik aan het einde. Ik heb nog een minuutje over. Ik wil graag bevestigen dat ik de samenwerking enorm apprecieer. Dit is mijn eerste plenaire debat geweest, waarin ik tevens mijn maidenspeech heb gegeven. Ik kijk uit naar een nieuw hoofdstuk voor de Koninkrijksrelaties. Bijzondere dank aan de voorzitter en aan de staatssecretaris voor zijn uitvoerige toelichting, dank.

De voorzitter:
Mede namens de staatssecretaris bedank ik u daarvoor. Wij spreken ook met één mond vanavond.

Mevrouw Kuiken, u heeft één minuut. Het woord is aan u.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik wil de Kamerleden van de coalitiepartijen complimenteren met hun inzet om te komen tot de verhoging van een wettelijk minimumloon en dat ze daar weer ruimte voor hebben gevonden. Ik ben niet helemaal gelukkig met de dekking voor het eerste deel. Het gaat misschien om een symbolisch klein bedrag, maar het gaat wel over de allerarmsten in Nederland. Dat vind ik een beetje cynisch. Maar goed, ik moet zelf een alternatief indienen. Daarom heb ik één motie. We zijn nog aan het kijken naar een fatsoenlijk amendement voor de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om een verbetering van zowel de onderstand als het wettelijk minimumloon te bewerkstelligen. Dat komt op een later moment terug. Dat kan ook bij die begroting.

Dan de motie. Ik heb hem uitgeschreven, want ik had geen tijd meer om te printen omdat we sneller gaan dan verwacht.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een verhoging van het minimumloon en uitkering op Bonaire, Saba en Statia nodig is om de armoede te bestrijden;

verzoekt het kabinet de verhoging van het minimumloon te financieren uit de coronasteunpakketten en te onderzoeken of een dekking voor een verdere verhoging gevonden kan worden in de AOV-gerechtigde leeftijd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken.

Zij krijgt nr. 15 (35925-IV).

Dank u wel.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik dank de staatssecretaris voor alle antwoorden. Ik ben misschien hier en daar wat fel, maar als dochter van een bijstandsmoeder gaat me dit aan het hart, waar we ook zijn in het Koninkrijk, en daar zal ik me voor blijven uitspreken.

De voorzitter:
Heel goed. U heeft een vraag aan mevrouw Kuiken? Het woord is aan u, mevrouw Simons.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Mevrouw Kuiken, het doet mij een beetje zeer dat u de behoefte voelt om zich te verontschuldigen voor een zeer oprechte emotie, die op een zeer oneerbare wijze wordt geadresseerd. Ik wil u vragen dat niet te doen. Uw emotie was oprecht en zeer gepast. De kwalificaties die daar vervolgens op werden losgelaten, waren niet gepast. Wellicht dat de maker daarvan straks nog een excuus wil maken. Dat zullen we zien. Maar ik hoop dat u zich niet verplicht voelt om u te verontschuldigen voor iets waar eigenlijk een gebrek aan is in deze Kamer: oprechte betrokkenheid, zeker als het om dit soort misstanden gaat.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dank voor de steun. Ik verontschuldig mij niet voor mijn felheid. Ik probeer er alleen nog een extra laag aan te geven: Ik ben niet alleen zo betrokken omdat ik veel op de eilanden kom, maar ook omdat ik me een klein beetje kan inleven — onvergelijkbaar natuurlijk qua grootheid — in waar zij dagelijks tegen aanlopen. Ze moeten keuzes maken als: heb ik wel of niet een luier? Kan ik wel of niet eten kopen? Kunnen we deze maand wel of niet de huur betalen? Hebben we überhaupt wel een dak boven ons hoofd? En dat raakt mij inderdaad.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Van den Berg van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties, maar ik bedank natuurlijk eerst de staatssecretaris voor de beantwoording. Van onze kant in ieder geval alle steun voor de verhoging van én het minimumloon én van de uitkeringen op de eilanden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de energieprijzen recentelijk zowel in Europees Nederland als in Caribisch Nederland gestegen zijn dan wel zullen stijgen;

van mening dat dit leidt tot onevenredig negatieve effecten in de toch al beperkte bestedingsruimte van kwetsbare gezinnen op de BES-eilanden;

verzoekt de regering bij de uitwerking van compenserende maatregelen voor de gestegen energieprijzen in Europees Nederland, Bonaire, Sint-Eustatius, en Saba mee te laten lopen in de uitwerking van deze maatregelen op vergelijkbare wijze zoals dat met de coronasteun is gebeurd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Ceder, Wuite en Aukje de Vries.

Zij krijgt nr. 16 (35925-IV).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter. Ik heb al gezegd dat het heel belangrijk is dat jongeren perspectief wordt geboden en dat de eilanden meer zelfvoorzienend kunnen worden. Dan is het voor jongeren immers leuker om er te blijven.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het belangrijk is de economie op de BES-eilanden verder te ontwikkelen en te diversifiëren en dat start-ups hierbij van belang zijn;

overwegende dat het belang van meer zelfvoorzienend worden jong moet worden meegegeven;

verzoekt de regering een agrarisch-onderwijsplan te maken voor het primaire onderwijs op de BES-eilanden;

verzoekt de regering in kaart te brengen voor welke regelingen start-ups op de BES-eilanden wel of niet in aanmerking komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Ceder en Aukje de Vries.

Zij krijgt nr. 17 (35925-IV).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter, ik wil in ieder geval u bedanken. Er zijn vandaag meerdere moties door meerdere mensen ingediend en ik hoop dat we op die manier kunnen blijven samenwerken.

Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Dan mevrouw Bromet van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit een recent rapport van Amnesty International blijkt dat op Curaçao asielzoekers de toegang tot een asielprocedure wordt ontzegd, dat deze asielzoekers zonder proces worden opgesloten en er sprake is van mishandelingen en uitbuiting op structurele basis;

constaterende dat Nederland de grensbewaking van Aruba en Curaçao meefinanciert en hiermee bijdraagt aan een systeem waarin structureel mensenrechten worden geschonden;

verzoekt de regering de steun aan grensbewaking van Aruba en Curaçao voorwaardelijk te maken aan het stoppen van mensenrechtenschendingen en het bieden van toegang tot een asielprocedure in lijn met het VN-Vluchtelingenverdrag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Koekkoek.

Zij krijgt nr. 18 (35925-IV).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het niet hebben van een bsn voor studenten uit Caribisch Nederland het kunnen studeren in het Europees deel van Nederland bemoeilijkt op een praktisch niveau;

constaterende dat er reeds onderzoek wordt gedaan naar de invoering van het bsn in Caribisch Nederland;

verzoekt de regering het onderzoek naar het invoeren van het bsn in Caribisch Nederland zo spoedig mogelijk af te ronden en indien uit dit onderzoek geen onoverkomelijke contra-indicaties blijken, de benodigde wetswijzigingen bij de Kamer aanhangig te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, Wuite, Ceder en Kuiken.

Zij krijgt nr. 19 (35925-IV).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Tot slot wil ik de staatssecretaris hartelijk danken voor het debat.

De voorzitter:
Een vraag van mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Deze laatste motie vind ik heel waardevol, omdat het heel belemmerend werkt om allerlei zaken mogelijk te maken. Goed dat het punt wordt gemaakt en ik zou daarom graag mee willen tekenen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Natuurlijk. Mijn linkse vriend van de PvdA mag altijd meedoen.

De voorzitter:
Heel goed. Dan geef ik u een pen en mag u uw naam eronder schrijven. Een stukje service. Dan de heer Ceder van de fractie van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de uitwisseling. Ik heb een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er geen totaalbeeld is van de aard en omvang van mensenhandel in het Caribisch deel van het Koninkrijk en het kabinet daarom wil inzetten op het versterken van de informatiepositie;

constaterende dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in Europees Nederland signaleert, duidt, rapporteert en adviseert over ontwikkelingen op het gebied van mensenhandel, maar geen mandaat heeft op de BES-eilanden of in de landen;

overwegende dat in 2022 in het Koninkrijk een herziening plaatsvindt van het memorandum of understanding van samenwerking ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel;

verzoekt de regering in aanloop naar de herziening van dat memorandum of understanding te bezien hoe de signalering en aanpak van mensenhandel en de opvang van slachtoffers kan worden verbeterd, en hierbij de Nationaal Rapporteur en eventuele uitbreiding van diens mandaat te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 20 (35925-IV).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Daarnaast weten we dat de toeslagen voor wat betreft elektra, water en telecom aan het einde van het jaar gaan stoppen. Ik hoop dat we een oplossing kunnen vinden, maar ik weet ook dat we daarvoor bij EZK moeten zijn. Zou ik voorafgaand aan de begroting van EZK een brief van het ministerie kunnen krijgen over hoeveel ons dat incidenteel gaat kosten? Dan kijk ik wat mogelijk is, met de EZK-woordvoerders. Ik hoop dat u het met mij eens bent dat dit iets is waar we naar moeten kijken, zodat de eilandbewoners niet dubbel geraakt worden op het gebied van energie.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Koekkoek van de fractie van Volt.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dank u wel, en uiteraard ook veel dank aan de staatssecretaris voor zijn antwoorden. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de rechten van Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao onvoldoende beschermd worden;

overwegende dat de beschermingsprocedure in Curaçao als bedoeld in artikel 3 EVRM niet voldoet aan de internationale standaarden, dat het verkrijgen van rechtsbijstand voor vluchtelingen in veel gevallen niet mogelijk is en dat vluchtelingen, waaronder kinderen, onder ondermaatse omstandigheden in detentie worden gezet of zonder geldige procedure naar het land van herkomst worden teruggestuurd;

overwegende dat Nederland op grond van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zorg behoort te dragen voor het waarborgen van menselijke rechten en vrijheden;

verzoekt de regering om ondersteuning te bieden aan het maatschappelijk middenveld teneinde de mensenrechtenschendingen te bestrijden;

verzoekt de regering om de benodigde technische assistentie, ervaringen en expertise in te zetten om Curaçao te assisteren bij de aanpak van de bovenstaande problematiek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koekkoek, Wuite, Simons, Bromet en Kuzu.

Zij krijgt nr. 21 (35925-IV).

Mevrouw Koekkoek (Volt):
De volgende motie, heel snel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Amnesty International op 11 oktober 2021 het rapport “Nog steeds niet veilig: Venezolanen krijgen geen bescherming op Curaçao” publiceerde;

overwegende dat Nederland zich volgens dit rapport onvoldoende in heeft gezet voor de bescherming van mensenrechten van Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao;

verzoekt de regering om binnen twee maanden een schriftelijke reactie op de bevindingen uit het rapport aan de Kamer te sturen, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de aanbevelingen,

verzoekt de regering om deze schriftelijke reactie te bespreken met de landen van het Koninkrijk in het eerstvolgende periodieke overleg van de mensenrechtenverdragencommissie, en de uitkomsten van dit overleg met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koekkoek, Wuite, Simons, Bromet en Kuzu.

Zij krijgt nr. 22 (35925-IV).

Ook uw spreektijd was 1 minuut 27 seconden. Dat ronden wij dan af naar 1 minuut, maar u bent al net zo’n evenwichtskunstenaar als de heer Ceder. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Simons van de fractie van BIJ1.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter. Afsluitend aan dit constructieve debat, drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de onafhankelijke landen binnen dit Koninkrijk, te weten Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, disproportioneel harder zijn geraakt door de COVID-19-pandemie dan Europees Nederland;

constaterende dat zij leningen hebben ontvangen, in de vorm van liquiditeitssteun, om de fatale sociale en economische klappen van de wereldwijde coronacrisis op te vangen;

overwegende dat die liquiditeitssteun noodzakelijk is om de coronacrisis te overleven, de bevolking niet verder de armoede in te duwen en om in de meest basale levensbehoeften te blijven voorzien;

overwegende dat de economieën van de onafhankelijke landen bij lange na nog niet zijn hersteld van de coronacrisis, er voor de coronacrisis al grote armoede heerste, en de terugbetalingsplicht van de liquiditeitssteun gelden opslokt die de onafhankelijke landen nodig hebben om de economische gevolgen van de crisis de komende jaren nog op te vangen;

verzoekt de regering om te bezien of en hoe de terugbetalingsplicht van de onafhankelijke landen met betrekking tot de liquiditeitssteun kan worden kwijtgescholden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Simons.

Zij krijgt nr. 23 (35925-IV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de grootschalige armoede op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten een kwart van de bevolking voedselhulp nodig heeft gehad tijdens de coronacrisis;

constaterende dat deze voedselhulp tot 1 oktober 2021 door Nederland werd bekostigd, maar het sinds 1 oktober aan de onafhankelijke landen zelf is om de broodnodige voedselhulp te continueren;

overwegende dat de onafhankelijke landen de continuatie van voedselhulp hebben opgepakt, maar dat hun economieën bij lange na nog niet zijn hersteld van de coronacrisis, waardoor het nog maar de vraag is of zij in staat zijn om deze hulp zelfstandig voort te zetten in 2022;

overwegende dat ondersteuning van de meest kwetsbare groepen in hun primaire levensbehoeften nog niet structureel is belegd;

verzoekt de regering om, gezien de noodsituatie van de mensen in armoede op de onafhankelijke landen, het bekostigen van de noodzakelijke humanitaire hulp (zoals voedselhulp, onderdak en medische zorg) in ieder geval in 2022 te blijven financieren, en de basisbehoeften voor iedereen op de eilanden (waaronder ook ongedocumenteerden) te garanderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons en Koekkoek.

Zij krijgt nr. 24 (35925-IV).

Mevrouw Simons (BIJ1):
Voorzitter, ten slotte.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Nederlandse onderwijs een eenzijdig verhaal vertelt over het Nederlandse koloniale verleden;

constaterende dat vrijheidsstrijders en verzetshelden, zoals Tula, daarmee onderbelicht en onbekend zijn in Nederland terwijl zij als voorbeeld van Zwart Nederlands antikoloniaal verzet thuishoren in de geschiedenisboeken;

overwegende dat we daarmee niet alleen een archief aan verhalen over Zwart leiderschap, talent en verzet verliezen, maar ook de collectieve herinnering aan wat we als samenleving hebben doorstaan, waar we vandaan komen en hoe die geschiedenis ons heden kleurt;

verzoekt de regering meer ruimte in de begroting vrij te maken voor het opgraven, uitbreiden en archiveren van verhalen over verzetsstrijders en verzetshelden tegen het Nederlandse koloniale bewind, en dergelijk onderzoek uit te besteden aan representatieve organisaties uit Caribisch Nederland en organisaties zoals The Black Archives,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons en Koekkoek.

Zij krijgt nr. 25 (35925-IV).

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik tot 19.10 uur. Daarna gaan we luisteren naar de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 18.52 uur tot 19.11 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris voor de tweede termijn van het kabinet.

Staatssecretaris Knops:
Dank voor de inbreng van de leden in tweede termijn. Er zijn een aantal vragen aan mij gesteld. Die zou ik eerst willen beantwoorden voordat ik tot een beoordeling van de moties kom.

De heer Ceder vroeg of er een brief kan komen over wat de subsidie voor energie voor de BES-eilanden gaat kosten, zodat hij dat kan gebruiken bij de begrotingsbehandeling van EZK. Ik geleid die vraag graag door naar het ministerie van EZK, met het verzoek aan het ministerie om u voor de begrotingsbehandeling daarover te informeren.

Mevrouw Simons en mevrouw Wuite vroegen naar de 3 miljoen van het Rode Kruis. Ik kan melden dat er op basis van de begroting inderdaad nog een bedrag van 3,5 miljoen over is van die subsidie aan noodhulp die aan het Rode Kruis verstrekt is. Ik heb eerder aangegeven dat het Rode Kruis niet wil doorgaan met de continuering van de noodhulp, omdat de organisatie dit niet als haar taak ziet. Daarmee is dat project beëindigd en wij hebben die verantwoordelijkheid met de landen overgenomen. Uiteindelijk gaan de landen dat nu zelf doen. De algemene kabinetslijn bij deze initiatieven en subsidies van coronamiddelen is dat alles wat niet uitgegeven wordt op basis van de begroting, terugvloeit naar de rijkskas, de schatkist. En dat geldt dus ook voor deze regeling. Er is dus geen mogelijkheid om hier een uitzondering voor te vragen. Dus dat vloeit terug naar het ministerie van Financiën.

Dan de vraag van mevrouw Wuite over de status van de motie-Özütok. U vroeg letterlijk: kan die pending blijven? Nou, het dictum was dat de regeringscommissaris zou worden aangespoord in overleg een routetijdtabel op te stellen. Dat is zij ook aan het doen. Daarmee is dit uitgevoerd, en ook het verzoek dat ik aan haar gedaan heb met de motie in de hand. En ik ga er ook van uit dat die routetijdtabel er snel gaat komen, naar aanleiding van een overleg tussen eilandsraden en regeringscommissaris. Ik beschouw deze motie dus toch als afgedaan. Daarmee is die routetijdtabel er nog niet, maar die is onderweg.

Mevrouw De Vries heeft gevraagd naar de status van Bonaire International Airport en de veiligheidsissues die daar mogelijk zouden spelen. Het is zo dat de Inspectie Leefomgeving en Transport toezicht houdt op de veiligheid van de luchthaven. Ik heb mij laten vertellen dat er inderdaad wat veiligheidsissues zijn geconstateerd, bijvoorbeeld over de opstelplaats van vliegtuigen. Het is in eerste instantie aan de airport zelf en aan het openbaar lichaam om de tekortkomingen aan te pakken. Mocht mevrouw De Vries daar verder nog vragen over hebben, dan zou ik die willen doorgeleiden naar het ministerie van IenW, en de mensen daar willen vragen om u daarover te informeren. Ik zie mevrouw De Vries knikken; ik stel dus voor dat we dat zo doen.

Ik kom op de vragen over landbouw. Ik begrijp ze heel goed, want ze spelen al een aantal jaren. Mevrouw De Vries vraagt: kan het niet wat sneller, want het duurt allemaal zo lang? Het punt is dat er heel veel kansen liggen en dat het soms even duurt om een aantal van die projecten op gang te brengen. Zeker is het zo dat corona daarbij ook niet geholpen heeft. En toch worden er stappen gezet. Op dit moment is er ook een projectleider op Bonaire bij de dienst LVV aan de slag. Er wordt daar getraind en er wordt geproduceerd. Het is kleinschalig en het gaat stap voor stap: dat wel. Op zich juich ik dat ook toe, want ik denk niet dat een hele grote schaalsprong in één keer de oplossing gaat brengen. Maar het is af en toe ook best uitdagend. Dat heeft te maken met kennis et cetera. Ik zal in ieder geval de cri du coeur van mevrouw De Vries doorgeleiden naar de collega van LNV. Ik weet dat zij er op dezelfde manier tegen aankijkt. En ook in de contacten die wij hebben met het openbaar lichaam zullen we, ook in het kader van het bestuursakkoord, Bonaire blijven aansporen om op dit punt voortgang te maken.

Ik kom op de moties, voorzitter.

De voorzitter:
Ik dacht dat er ook nog een vraag was van mevrouw Simons, inzake het Rode Kruis. U zou daarop terugkomen. Nee, ik hoor dat die al is beantwoord. Oké, u continueert.

Staatssecretaris Knops:
Daar was ik zelfs mee begonnen, voorzitter.

Ik kom eerst op de motie over de afronding van het dekolonisatieproces, de motie op stuk nr. 9. Ik moet deze motie ontraden. Zelfbeschikking betekent dat de landen daar zélf over beschikken. Het zou hoogst ongepast zijn om hier in een overleg op aan te dringen, dan wel om een dusdanig overleg te initiëren. En ik denk ook niet dat het constructief is in het licht van de inleiding die ik zojuist gehouden heb en die erover ging hoe ik aankijk tegen de samenwerking en de verhoudingen binnen het Koninkrijk. Dat laat onverlet dat, zoals eerder gezegd, de motie-Van Raak gewoon wordt opgepakt. Dit wordt gewoon in gang gezet. Dat gaat over de vraag hoe we met elkaar omgaan binnen het Koninkrijk en hoe de verhoudingen in elkaar zitten. Maar deze motie moet ik ontraden.

Dan de motie van mevrouw De Vries over de incidentele investeringen en dat daarbij ook gekeken moet worden naar de structurele uitgaven, die nadrukkelijker meegewogen moeten worden. Ik heb eerder al aangegeven dat ik de kritiek van de Rekenkamer op dit punt deel. Dat betekent ook dat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer kan laten.

De motie op stuk nr. 11 van mevrouw De Vries gaat over de financiële situatie of, beter gezegd, het financieel beheer op Bonaire en Sint-Eustatius. Daar is nog veel te verbeteren, zegt zij. Dat ben ik met haar eens. Het is overigens een proces wat gewoon enige tijd in beslag neemt en waar we ook bovenop zitten. Maar ik beschouw deze motie in zekere zin als een steun in de rug voor de zaken die we aan het doen zijn en ik kan haar daarom oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 12 van mevrouw Wuite, mevrouw Van den Berg, de heer Ceder en mevrouw De Vries gaat over het verhogen van de uitkeringen en het minimumloon op Bonaire en Saba per 1 januari 2022. Ik heb eerder in het debat al aangegeven dat hier niet iemand staat die op dit punt tegenover de Kamer staat, integendeel. Ik ben van mening en ik was van mening dat we stap voor stap het sociaal minimum moeten verhogen, tegen de achtergrond dat we ook naar de kosten moeten kijken. Het is aan een nieuw kabinet om daar in een volgende fase invulling aan te geven, maar ik zie deze motie toch als een steun in de rug voor de stappen die de afgelopen tijd gezet zijn en vooral ook voor de stappen die nog gezet moeten worden. Ik kan het oordeel dus aan de Kamer laten, waarbij ik er dan van uitga — want het is natuurlijk wel makkelijk gezegd van mijn zijde — dat het bij de begroting van SZW door middel van een amendement van een deugdelijke dekking wordt voorzien.

In de motie op stuk nr. 13 van mevrouw Wuite wordt de regering verzocht om te verkennen onder welke randvoorwaarden de dienstverlening van Cultuur+Ondernemen open kan worden gesteld voor Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. Ik kan daarvan zeggen dat de cultuursector een belangrijke rol speelt, ook in de diversificatie van de economie. Er zijn ook al tal van initiatieven genomen. Ik sta positief tegenover het verkennen van welke randvoorwaarden open kunnen worden gesteld. Het raakt echter wel het beleidsterrein van de collega van OCW, dus mijn voorstel aan mevrouw Wuite zou zijn om deze motie aan te houden totdat die begroting is geweest en er pas over te stemmen nadat ook de minister van OCW er iets over heeft kunnen zeggen. Maar ik sta er zelf niet negatief tegenover.

De voorzitter:
Ik kijk naar u, mevrouw Wuite, want er wordt gesuggereerd dat u de motie aanhoudt. Dan is de vraag aan u of u de motie daadwerkelijk aanhoudt of niet. Het hoeft niet, maar … Ja, dat is het Kamerlidmaatschap.

Mevrouw Wuite (D66):
Ja, ik ben aan het leren en aan het verkennen en u houdt me bij de les. Ik heb tot nu toe begrepen dat … We hebben het voorgelegd aan de minister van OCW: daar is steun voor. Vandaar dat ik de motie zou willen doorzetten, als dat op deze manier kan. We hebben de motie voorgelegd aan de minister en ook aan de staatssecretaris voor een oordeel Kamer.

Staatssecretaris Knops:
Ik sta er heel sympathiek tegenover, dus …

Mevrouw Wuite (D66):
Het heeft inderdaad met die economische diversificatie te maken. Mag ik de motie doorzetten?

De voorzitter:
Dat blijft de motie gewoon gehandhaafd. Ik wil nog wel even het oordeel horen van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Knops:
Ik had voorgesteld om haar aan te houden. Normaal moet je een motie die niet wordt aangehouden ontraden, maar dat vind ik wat zwaar in deze situatie, omdat ik sympathiek sta ten opzichte van de motie. Als u zegt dat de minister van OCW al akkoord is, wie ben ik dan om deze motie te ontraden?

Mevrouw Wuite (D66):
Ik krijg een hele goede tip van een collega, namelijk dat ik het oordeel nog eventjes bevestigd krijg voor de stemmingen. Kan dat?

Staatssecretaris Knops:
Ja, dat lijkt mij het meest zuivere, eerlijk gezegd. Het oordeel van de minister van OCW dan.

Dan de motie op stuk nr. 14 over klimaat en duurzaamheid. Dat is een belangrijk onderwerp. Mevrouw Wuite vraagt om dat gezamenlijk op te pakken in het Koninkrijk en om dat ook te agenderen voor het premiersoverleg. Het lijkt mij goed dat dit onderwerp ook op Koninkrijksniveau besproken wordt. De vraag is even of het premiersoverleg daarvoor het meest aangelegen is. Die kanttekening wil ik even maken. Ik kan me namelijk ook voorstellen dat de meest betrokken bewindslieden van de landen hiervoor eerst om tafel gaan zitten. Maar ik kan het oordeel over deze motie aan de Kamer overlaten.

Dan de motie op stuk nr. 15, van mevrouw Kuiken. Daarin wordt de regering om min of meer hetzelfde verzocht als in de motie op stuk nr. 12, van mevrouw Wuite. Alleen, zij gaf in het debat al aan dat zij daar een andere dekking voor heeft. Even los van het feit dat die motie buiten de begroting van KR valt, wat ook voor uw motie geldt, is het feit dat de dekking incidenteel is precies de reden dat ik deze motie moet ontraden, hoewel deze motie sympathiek is en zeker ook op dezelfde sympathie van mij kan rekenen qua doelstelling.

Dan de motie op stuk nr. 16, van de leden Van den Berg, Ceder, Wuite en De Vries. Daarin wordt de regering verzocht om bij de uitwerking van compenserende maatregelen voor de gestegen energieprijzen in Europees Nederland, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba mee te laten lopen in de uitwerking van deze maatregelen op vergelijkbare wijze zoals dat met de coronasteun is gebeurd. We hebben zojuist in dit debat al aan de orde gesteld dat de kostenkant echt een probleem is. Het lijkt me daarom volstrekt in de rede liggen dat dit meegenomen wordt in de discussie die op dit moment wordt gevoerd. Om die reden kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

Dan de motie op stuk nr. 17, over een agrarisch onderwijsplan. Daarvan zou ik het volgende willen zeggen. Ik ben het eens met wat er in die motie staat ten aanzien van de overwegingen en de doelstellingen. We hebben het eerder gehad over diversificatie van de economie. Er zijn natuurlijk ook al alternatieve regelingen om start-ups mogelijk te maken via Qredits. Maar het deel van de motie dat ingaat op de ontwikkeling van een agrarisch onderwijsplan voor het primaire onderwijs op de BES-eilanden, raakt het beleidsterrein van de collega, de minister van OCW. Dus tenzij mevrouw Van den Berg nu zegt dat zij ook gehoord heeft dat de minister van OCW hier positief tegenover staat, zou ik haar willen verzoeken om deze motie ook aan te houden en om dan om dat oordeel te vragen.

De voorzitter:
Mevrouw Van den Berg knikt ja.

Op verzoek van mevrouw Van den Berg stel ik voor haar motie (35925-IV, nr. 17) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Knops:
Dan de motie op stuk nr. 18, waarin de regering verzocht wordt om de steun aan grensbewaking van Aruba en Curaçao voorwaardelijk te maken aan het stoppen van mensenrechtenschendingen en het bieden van toegang tot de asielprocedure in lijn met het VN-Vluchtelingenverdrag. Deze motie moet ik ontraden, omdat er toch een aantal veronderstellingen in staan die niet juist zijn. Eén. De Nederlandse diensten zijn niet verantwoordelijk voor en treden niet in de uitvoering van het vreemdelingenbeleid van de landen. Dat is een autonome landsaangelegenheid. Twee. Het uitgangspunt van de Nederlandse steun is juist altijd geweest om bij de gever en ontvanger een goed werkende vreemdelingenketen te realiseren die voldoet aan internationale verdragen en regelingen. De Nederlandse steun draagt dan ook niet bij aan vermeende mensenrechtenschendingen. Ten derde. Curaçao is niet aangesloten bij het VN-Vluchtelingenverdrag. Het is aan Curaçao om te bepalen of het hierbij aan wil sluiten of niet. Het staat buiten kijf dat mensenrechten moeten worden nageleefd. In de ondersteuning die Nederland biedt en in gesprekken die er zijn tussen Nederland, Aruba en Curaçao vragen we aandacht voor het op orde brengen van het vreemdelingenbeleid. Alhoewel de gedachte sympathiek is, moet ik deze motie vanwege de formulering ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 19, over het bsn voor Caribische studenten. Dat is een probleem dat al langer speelt en dat ik ook onderken. Ik zie deze motie ook eigenlijk meer als steun in de rug dan als een voorstel om het beleid te wijzigen. U weet ook dat ik voornemens ben om het bsn daar in te voeren. Dat vergt alleen een wetgevingstraject dat enige tijd in beslag neemt. Snelle oplossingen zijn er hier dus niet. Ik zie het maar als steun in de rug en kan daarom het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

Dan de motie op stuk nr. 20, van de heer Ceder. Daarin wordt de regering verzocht om in de aanloop naar herziening van het memorandum of understanding te bezien hoe de signalering in aanpak van mensenhandel en de opvang van slachtoffers kan worden verbeterd en hierbij de Nationaal Rapporteur en een eventuele uitbreiding van diens mandaat te betrekken. In de beantwoording van de vragen ben ik al ingegaan op het mandaat van de Nationaal Rapporteur. De herziening van het MoU, de opvang van slachtoffers en een eventuele uitbreiding van het mandaat van de Nationaal Rapporteur in Caribisch Nederland liggen op het terrein van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Er vindt op dit moment een evaluatie van het instituut Nationaal Rapporteur plaats. Die wordt in het eerste kwartaal van volgend jaar afgerond. Dat lijkt mij een overzienbare termijn. Mijn verzoek zou dus zijn om de motie aan te houden.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mevrouw Wuite heeft mij geïnspireerd. Zou ik de motie niet kunnen doorzetten en een appreciatie van het kabinet kunnen krijgen? Ik denk namelijk dat niemand hiertegen kan zijn. Dan hoef ik ook niet bij het debat van JenV te zijn.

Staatssecretaris Knops:
Het lijkt me geen probleem om om een appreciatie te vragen. Het antwoord zal wellicht zijn “we nemen het mee in de evaluatie en daarna hoort u ervan” of zoiets. Maar dat is aan de staatssecretaris van JenV.

De voorzitter:
Het is een nieuw stijlfiguur: een appreciatie van het hele kabinet vragen. Maar het kan.

Staatssecretaris Knops:
Het zal iets met de coördinerende rol te maken hebben, denk ik. Dat is vandaag in het debat ook uitdrukkelijk aan de orde gekomen.

De voorzitter:
Het is populair.

Staatssecretaris Knops:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 21 van mevrouw Koekkoek. Daarin wordt de regering verzocht om ondersteuning te bieden aan het maatschappelijk middenveld teneinde de mensenrechtenschendingen te bestrijden en om de benodigde technische assistentie, ervaringen en expertise in te zetten om Curaçao te assisteren bij de aanpak van de bovenstaande problematiek. Het kabinet geeft al uitvoering aan deze motie daar waar het gaat om de assistentie. Op de begroting van JenV is 3,6 miljoen vrijgemaakt voor het optimaliseren van de vreemdelingenketen in Curaçao. Dit is ook naar aanleiding van het bijstandsverzoek dat Curaçao zelf heeft gedaan in 2019. Er zijn diverse projecten met betrokkenheid van de IND, de Dienst Terugkeer en Vertrek en de marechaussee in de afgelopen periode uitgevoerd en nog steeds in uitvoering. Er wordt vanuit Nederland gewerkt aan een vervolg op de documenttraining en verdiepingscursussen over artikel 3 van het EVRM en de bijstand in hoor- en beslisprocedures. Dat deel van de motie doen we al. Het versterken van het maatschappelijk middenveld in Curaçao is wat mij betreft echt een verantwoordelijkheid van het land Curaçao zelf. Daar moeten wij ons als Nederland niet in gaan mengen. Ik zie dat echt als een opdracht en taak van de autoriteiten in Curaçao. Ik moet deze motie dus ontraden.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 22 van mevrouw Koekkoek. Daarin wordt de regering verzocht om, naast wat ik nu mondeling heb gedaan, ook schriftelijk te reageren op het rapport. Ik kan u toezeggen dat te doen. Ik kan het oordeel over deze motie dus aan de Kamer laten.

Dan kom ik bij de motie van mevrouw Simons op stuk nr. 23. Daarin verzoekt zij om te bekijken of de liquiditeitssteun kan worden kwijtgescholden. Op dit moment worden al die liquiditeitsleningen tegen 0% rente verstrekt en hoeven de landen niet af te lossen. Dat zorgt dus op dit moment niet voor extra druk op de begroting. De aflossingsverplichtingen die voortvloeien uit die liquiditeitssteun, worden afgestemd op de financiële draagkracht. We gaan dus niet overstretchen door nu te vragen om iets terug te betalen dat de landen op dit moment nog niet kunnen terugbetalen. Zoals gezegd zijn we ambtelijk gezien bezig met gesprekken met de landen om te bekijken hoe we nu verdergaan. Ik wil die gesprekken niet op enige wijze hiermee belasten. Ik wil eerst dat gesprek met de landen kunnen voeren. Het zal uiteindelijk aan een volgend kabinet zijn om definitieve afspraken te maken met de landen over de vraag hoe hiermee om te gaan. Ik moet de motie om die reden ontraden.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 24. Daarin wordt de regering verzocht om, gezien de noodsituatie van de mensen in armoede op de onafhankelijke landen — dat moet overigens zijn: de “autonome” landen, want “onafhankelijk” is staatsrechtelijk gezien iets anders — het bekostigen van de noodzakelijke humanitaire hulp in ieder geval in 2022 te blijven financieren, en de basislevensbehoeften voor iedereen op de eilanden te garanderen. Dat treedt echt in de verantwoordelijkheid van de landen zelf. Juist die basisbehoeften en sociale voorzieningen zijn een landsverantwoordelijkheid. De landen hebben wel de mogelijkheid om op dit moment via de liquiditeitssteun tegen 0% rente te lenen. Maar we hebben afgesproken dat we de acute voedselhulp, de noodhulp, beëindigen, omdat die gerelateerd was aan een acute noodsituatie. Dat wil niet zeggen dat er geen behoefte meer is aan ondersteuning. Die kunnen we ook leveren. Maar het wordt nu wel een landsverantwoordelijkheid. Via de liquiditeitssteun kunnen landen het nog steeds zelf financieren. Het hangt ook per land ervan af hoe men dat wil doen. Daarom moet ik deze motie ontraden.

Mevrouw Simons (BIJ1):
De motie is natuurlijk ingediend met de hoop dat we de landen niet extra belasten met die liquiditeitssteun. Ik waardeer het dat de staatssecretaris steeds benadrukt dat er 0% rente gevraagd wordt over deze leningen, maar het zijn wel leningen. Het geld moet terug. De structurele problemen op de eilanden zijn niet binnen één, twee, drie, vier of vijf jaar opgelost. Hoe dan ook legt dat een druk op de begroting van de landen. Ik waardeer het ook — dat wil ik toch even zeggen — dat de staatssecretaris respect heeft voor de autonomie van de landen en zegt niet te willen treden in dat wat hun verantwoordelijkheid is. De motie is ingediend om te kijken wat we nog wel kunnen doen, naast de liquiditeitssteun, die uiteindelijk gewoon een lening is, 0% rente of niet.

Staatssecretaris Knops:
Ik versta de vraag van mevrouw Simons heel goed. Als de nood aan de man is — of vrouw, maar dat is het spreekwoord nu eenmaal — dan helpen we. Die noodhulp, zowel medische noodhulp als voedselhulp, hebben wij als gift aan de landen beschikbaar gesteld. Dat heeft ruim een jaar geduurd, bijna anderhalf jaar in totaal. We hebben vroegtijdig aangekondigd dat aangezien de economieën weer aantrekken en de landen ook weer meer inkomsten krijgen, het steeds minder noodhulp wordt en meer structurele sociale voorzieningen, bijzondere bijstand, of hoe je het ook wil noemen in de landen. Daarover hebben we ook afspraken gemaakt met de landen, dus er is geen discussie dat we bijstaan als er echt nood is, maar nu zullen de landen dat tegen hele gunstige condities kunnen financieren, als daar behoefte aan is. Dat is een keuze aan de landen. Daar moeten wij niet in willen treden. En het is waar, mevrouw Simons heeft gelijk, dat daarmee de schuld oploopt. Dat raakt aan de eerdere motie van u, die ik helaas moest ontraden. Daarover gaan we te zijner tijd met de landen in gesprek, dat realiseer ik mij heel goed, maar we moeten wel een onderscheid maken tussen acute noodhulp in de vorm van giften en sociale voorzieningen, vangnetvoorzieningen die de landen moeten organiseren voor hun eigen mensen.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik vraag dit omdat ik toch wat moeite heb met de differentiatie tussen acute noodhulp, terwijl er eigenlijk sprake van structurele nood. Er is gewoon nood. Die is weliswaar niet acuut vanwege een natuurramp, maar het is structureel en het is echte, grote nood. Mijn vraag is wat de staatssecretaris zou voorstellen, als ik op zoek ben naar een oplossing die de structurele nood respecteert en die dus niet ingrijpt op de schulden bij leningen die oplopen.

Staatssecretaris Knops:
Ons voorstel, dat onderdeel uitmaakt van de afspraken met de landen en de landspakketten, is om ook de sociale voorzieningen voor mensen die een laag inkomen hebben op peil te brengen. Het verschilt per land wat daarin geregeld is. Je kunt ook niet alle drie de landen precies op een rijtje zetten. Dat maakt onderdeel uit van die landspakketten. Als ik het heb over het bestrijden van ongelijkheid en over verschil tussen arm en rijk kleiner maken, heb ik eerder in het debat ook aangegeven dat ik het onze plicht vind om de landen erop te wijzen om dat structureel te regelen. U heeft helemaal gelijk dat het niet iets van de korte adem is maar van de langere termijn, maar dat moet je nu wel gaan implementeren als land. Ook al zouden we nog een halfjaar of een jaar doorgaan, dan is die armoede op sommige plekken nog steeds niet opgelost. Dat heeft te maken met je hele sociaaleconomische structuur, opleidingen, kansen bieden aan mensen op een arbeidsmarkt, economische ontwikkeling et cetera, et cetera. Dat is dus echt een landsaangelegenheid. Daar willen wij graag bij helpen. Het COHO en die landspakketten kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Dat zie ik als oplossing om dit probleem, dat echt niet op de korte termijn is opgelost, daar zijn we het over eens, aan te pakken.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 25.

Staatssecretaris Knops:
De motie op stuk nr. 25 verzoekt de regering meer ruimte in de begroting vrij te maken voor het opgraven, uitbreiden en archiveren van verhalen over vrijheidsstrijders en verzetshelden tegen het Nederlandse koloniale bewind, en dergelijk onderzoek uit te besteden aan representatieve organisaties uit Caribisch Nederland en organisaties zoals The Black Archives. In mijn inleiding heb ik er al iets over gezegd hoe belangrijk ik dit vind, maar dit is wel een motie waarvan ik mevrouw Simons wil vragen om die aan te houden. Het is wederom de begroting van OCW. Het valt echt onder de minister van OCW. We kunnen natuurlijk dezelfde techniek toepassen, dat we aan de voorkant al vragen wat zij daarvan vindt, maar ik ben op dit moment niet in de positie om daar iets van te vinden. Als u deze aanhoudt tot de begroting van OCW en daarna in stemming brengt, dan lijkt me dat de meest zuivere weg.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dat zal ik doen. Ik begrijp deze reactie van de staatssecretaris, hoewel ik wel moeite heb met de gedachte dat de staatssecretaris er niets van vindt.

Staatssecretaris Knops:
Nou, ik vind er wel iets van. Ik vind heel veel. Alleen, ik sta hier niet als persoon, ik sta hier als bewindspersoon. Mijn ministeriële verantwoordelijkheid reikt niet verder dan waar we het hier over hebben, de begroting van Koninkrijksrelaties. Ik heb in mijn inleiding heel duidelijk aangeven dat ik er wel degelijk iets van vind en dat ik daar zelf ook ervaring mee heb opgedaan, maar ik vind het niet aan mij, op dit moment in mijn formele positie, om daar een oordeel over te vellen. Ik denk dat u voldoende hoort wat ik daarvan vind, zo’n beetje.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik kan genoegen nemen met dit antwoord, voorzitter, en zal de motie inderdaad via dezelfde constructie aanhouden dan wel opnieuw indienen.

De voorzitter:
Is de motie hiermee nou aangehouden? Ik hoor een “ja”. Dan is die aangehouden.

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.