Knops ontevreden hoe Curaçao, Aruba en Sint Maarten topsalarissen aanpakken

Den Haag – Staatssecretaris Knops (BZK) is niet tevreden over de manier waarop de regeringen van Curaçao, Aruba en Sint Maarten uitvoering geven aan de voorwaarde om een bovengrens te hanteren voor de inkomens van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector en de tarieven van consultants. Dat blijkt uit een brief die de bewindsman vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Per 1 juli 2020 hadden deze gemaximeerd moeten zijn op 130% van het salaris van de minister-president. Onderzoek door het ministerie heeft aan het licht gebracht dat de door de landen opgestelde regelingen niet alleen inhoudelijk grote verschillen vertonen, maar op belangrijke onderdelen ook onvoldoende effectief zijn.

Naar nu blijkt het de Rijksministerraad op 24 september besloten dat de drie landen de betreffende wetteksten vóór 1 november 2021 inhoudelijk in lijn moeten brengen met de eerdere RMR-besluiten. “Bovendien heeft de RMR een aantal punten geformuleerd die in de regelingen opgenomen dienen te worden, om zo de effectiviteit van de regelingen te vergroten. Deze punten zien onder andere op de grondslag voor de berekening van het maximuminkomen, de werkingssfeer en handhaving”, aldus Knops

Lees hieronder de gehele brief

Met de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten (hierna: de landen) is eind 2020 een akkoord bereikt omtrent de landspakketten, waarin hervormingen zijn overeengekomen met als doel de financiële, economische, institutionele en maatschappelijke weerbaarheid van de landen dusdanig te versterken, dat de landen beter in staat zullen zijn om in de toekomst externe schokken zelfstandig op te vangen. Als voorwaarde voor het ontvangen van de noodzakelijke liquiditeitssteun dienen Aruba, Curaçao en Sint Maarten hervormingen door te voeren. Hierover vindt per kwartaal in de Rijksministerraad (RMR) besluitvorming plaats. Het College (Aruba) financieel toezicht (C(A)ft) adviseert de RMR over de liquiditeitsbehoefte.

Besluitvorming over de liquiditeitssteun voor het vierde kwartaal van 2021 en over de mate van afwijking van de begrotingsnormen voor geheel 2021 stond geagendeerd voor de RMR van 24 september jl. Met deze brief informeer ik uw Kamer over deze besluitvorming.

Voortgang uitvoering landspakketten Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Sinds begin 2021 is met de landen gewerkt aan de invulling van de landspakketten. In de uitvoeringsagenda’s zijn per kwartaal concrete afspraken uitgewerkt die in het kader van de landspakketten zijn gemaakt tussen de respectievelijke landen en Nederland. Deze afspraken geven aan welke resultaten wanneer beoogd worden en zijn leidend bij de activiteiten die ontplooid worden.

De voortgang is wisselend. Aruba volgt de uitvoeringsagenda en ook over het derde kwartaal van 2021 haalt Aruba nagenoeg alle deadlines. Echter, de gebrekkige voortgang van de structurele hervormingen in de gezondheidszorg, mede veroorzaakt door de stilstand op de Algemene Ziektekosten Verzekering (AZV)-taakstelling, is zorgwekkend. De uitvoering van het landspakket Curaçao heeft het derde kwartaal wederom vertraging opgelopen. De vierde uitvoeringsagenda is bovendien nog niet vastgesteld. Sint Maarten heeft een groot deel van de deadlines gehaald, maar niet alle afspraken zijn binnen de beoogde termijn nagekomen. De beschikbare capaciteit op Sint Maarten voor de uitvoering van de maatregelen blijft een aanhoudend punt van zorg.

Gedetailleerde informatie over de voortgang op landsniveau en per maatregel wordt gegeven in de uitvoeringsrapportage over het derde kwartaal, die als bijlage bij deze brief is toegevoegd. De uitvoeringsagenda voor het vierde kwartaal 2021 voor Sint Maarten is eveneens als bijlage bij deze brief toegevoegd. De uitvoeringsagenda’s voor Aruba en Curaçao zijn nog niet vastgesteld en worden later aan uw Kamer toegezonden. 

Aruba

Als voorwaarde voor de zevende tranche liquiditeitssteun diende Aruba het CAft middels een financieel onderbouwd plan van aanpak te informeren over de jaarlijkse besparingen bij de AZV van AWG 60 miljoen. De RMR heeft geconstateerd dat Aruba nog niet aan deze voorwaarde heeft voldaan. Daarnaast was Aruba ten tijde van de RMR nog met het CAft in gesprek over de geraamde liquiditeitsbehoefte voor het vierde kwartaal. De RMR heeft daarom besloten om besluitvorming over de liquiditeitssteun voor Aruba voor het vierde kwartaal van 2021 aan te houden én als gevolg daarvan ook de besluitvorming over de mate van afwijking van de norm voor het financieringssaldo voor geheel 2021 aan te houden tot de RMR van 29 oktober 2021. Hierover wordt uw Kamer spoedig daarna geïnformeerd. 

Om in de RMR van oktober tot besluitvorming over de zevende tranche liquiditeitssteun te kunnen overgaan, dient Aruba tijdig het CAft met een degelijk financieel onderbouwd plan van aanpak te informeren over de wijze waarop in 2021 en verder invulling wordt gegeven aan de jaarlijkse besparingen bij het AZV van AWG 60 miljoen.

Curaçao

De RMR heeft niet tijdig kunnen beoordelen of in voldoende mate is voldaan aan alle door de RMR gestelde voorwaarden. De uitvoeringsagenda voor het vierde kwartaal is nog niet opgesteld en het (concept) plan van aanpak voor de implementatie van het maatregelenpakket met betrekking tot het schommelfonds bij de Sociale Verzekeringsbank is nog niet aangeleverd. De door de Raad van Ministers vastgestelde plannen van aanpak met betrekking tot de hervormingen van het fiscaal stelsel en de belastingdienst en het minimaliseren van de verliezen bij het Curaçao Medical Center zijn wel aangeleverd, maar konden door late aanlevering in het korte tijdsbestek voor de RMR niet meer door de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) beoordeeld worden. Daarnaast heeft Curaçao aangegeven met het Cft in overleg te willen treden over de geadviseerde liquiditeitsbehoefte voor het vierde kwartaal.

De RMR heeft daarom besloten om besluitvorming over de liquiditeitssteun voor Curaçao voor het vierde kwartaal van 2021 én als gevolg daarvan besluitvorming over de mate van afwijking van de centrale begrotingsnorm voor geheel 2021 aan te houden. Besluitvorming over deze tranche kan in een volgende RMR plaatsvinden, mits tijdig aan alle voornoemde voorwaarden is voldaan en de uitvoeringsagenda voor het vierde kwartaal gezamenlijk is vastgesteld. 

Sint Maarten

De RMR heeft besloten dat Sint Maarten in voldoende mate heeft voldaan aan de door de RMR gestelde voorwaarden en gaat daarom over tot het toekennen van ANG 22 miljoen liquiditeitssteun voor het vierde kwartaal van 2021. Bijgaand ontvangt uw Kamer het Toetsingskader bij deze te verstrekken liquiditeitssteunlening.

De RMR heeft reeds op 18 december 2020 besloten voor het begrotingsjaar 2021 in principe in te stemmen met een afwijking van de norm zoals vervat in artikel 15, eerste lid, onder a, van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (hierna: Rft) voor Sint Maarten. Het Cft constateert in zijn advies aan de RMR van 7 september jl. dat de begroting 2021 nog steeds met onzekerheid is omgeven, vanwege de impact van de coronacrisis en de mate van het economisch herstel dit jaar. Het Cft adviseert vervolgens om de maximaal toegestane mate van afwijking van de centrale begrotingsnorm voor 2021 gelijk te stellen aan de in 2021 toegekende liquiditeitssteun, het aanwezige saldo liquide middelen op 1 januari 2021 en de eventueel binnenlands of buitenlands aangetrokken liquiditeiten minus het deel van de liquiditeitssteun dat besteed is aan kapitaaluitgaven.

Op basis van dit advies heeft de RMR besloten de maximale mate van afwijking van de begrotingsnorm voor het gehele jaar 2021 vooralsnog vast te stellen op ANG 174 miljoen voor Sint Maarten. Om in aanmerking te komen voor de achtste tranche liquiditeitssteun, zal Sint Maarten de controle op de loonsubsidieregeling moeten afronden en hierover rapporteren aan het Cft.

Maximering topinkomens

Al in de RMR van 15 mei 2020 werd als voorwaarde aan de liquiditeitssteun gesteld dat de inkomens van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector per 1 juli 2020 dienen te worden gemaximeerd op 130% van het nieuwe genormeerde salaris van de minister-president van het land (inclusief een gelijke maximering van de secundaire arbeidsvoorwaarden) en met een gelijke doorwerking naar de tarieven voor consultants. Een vergelijkend onderzoek heeft onlangs aangetoond dat er inhoudelijk aanzienlijke verschillen zijn tussen de (ontwerp)regelingen van de landen en dat de regelingen op belangrijke onderdelen onvoldoende effectief zijn.

De RMR heeft daarom besloten dat zowel Aruba, Curaçao als Sint Maarten de concept-wetteksten met betrekking tot de maximering van de inkomens van topfunctionarissen in de (semi-) publieke sector vóór 1 november 2021 inhoudelijk in lijn moeten brengen met de eerdere RMR-besluiten. Bovendien heeft de RMR een aantal punten geformuleerd die in de regelingen opgenomen dienen te worden, om zo de effectiviteit van de regelingen te vergroten. Deze punten zien onder andere op de grondslag voor de berekening van het maximuminkomen, de werkingssfeer en handhaving.

Lees hier het Landspakket Sint Maarten

Lees hier de uitvoeringsrapportages van Curaçao, Aruba en Sint Maarten

Lees hier het toetsingskader voor de 7e tranche Sint Maarten

Bericht delen
WhatsApp
Facebook
Twitter
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.