Kamer wil uitleg Knops na kritisch rapport Rekenkamer over Rijksbeleid jegens BES-eilanden

Den Haag – Uit de schriftelijke vragen die vandaag vanuit de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties zijn ingediend naar aanleiding van het rapport ‘Bijzondere uitkeringen aan Caribisch Nederland’ van de Algemene Rekenkamer spreekt teleurstelling over het financiële beleid van het Rijk jegens de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De Rekenkamer bevestigde wat de eilandbesturen al jarenlang (tevergeefs) duidelijk proberen te maken aan Den Haag: er is onvoldoende samenhang in wat de ministeries voor de BES-eilanden (willen) doen, de zogeheten vrije uitkering is te laag om de eilandelijke taken naar behoren uit te voeren en de financiële bijdragen van het Rijk zijn versnipperd.

De fracties van de VVD, D66, CDA, Partij voor de Dieren, ChristenUnie en BIJ1 hebben inbreng geleverd voor de schriftelijke vragenronde. Staatssecretaris Knops (BZK) is verzocht voor 6 oktober te reageren zodat zijn antwoord kan worden betrokken bij de plenaire behandeling van de begroting BES-fonds.    

Inbreng leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het rapport “Bijzondere uitkeringen aan Caribisch Nederland”. De leden hebben daarover nog een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de VVD-fractie hebben allereerst een aantal algemene vragen. Hoe kan de financiële relatie tussen het Rijk en de openbare lichamen worden verbeterd? Hoe kan de beleidsvrijheid van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden) worden gecombineerd met een goede financiële verantwoording door de BES-eilanden? Waarom worden bijzondere uitkeringen ingezet om achterstanden op de BES-eilanden in te lopen? Wat is het doel van de bijzondere uitkeringen? Is dit het geven van meer sturing aan eilandelijke taken of is dit het helpen bijdragen aan het inlopen van de achterstanden op de BES-eilanden?

De leden van de VVD-fractie vinden goed financieel beheer op de BES-eilanden van groot belang. De leden van de VVD-fractie vinden het uitermate zorgelijk dat Bonaire en Sint Eustatius de jaarrekeningen te laat gereed hebben en dat er vaak een oordeelsonthouding is van de accountant. Wat zijn de redenen dat de jaarrekeningen regelmatig te laat gereed zijn en geen oordeel van de accountant krijgen? Wat wordt er ook aan gedaan om dat te verbeteren met welke concrete stappen en/of acties? Wanneer is de planning om dit gewoon op orde te hebben?

De kwaliteit van het financieel beheer van Bonaire en Sint Eustatius is al jarenlang onvoldoende. Wat wordt er gedaan om dat snel op orde te krijgen? Wat zijn de belemmeringen? Welke acties worden op dit moment al gedaan of staan al gepland en welke acties gaat de regering extra ondernemen? Wat is er nog nodig om het financieel beheer wel op orde te krijgen?

De Raad van State heeft in juli 20219 aanbevelingen gedaan om op basis van integrale uitvoeringsagenda’s, en door middel van bundeling van financiële middelen in een investeringsfonds onder het BES-fonds, toe te werken naar het structureel benodigde voorzieningenniveau in Caribisch Nederland. Wat is de stand van zaken van het oppakken van de aanbevelingen? Is er een planning en/of tijdpad? Wat zou de status van het “investeringsfonds” onder het BES-fonds worden? Hoe verhoudt dat investeringsfonds zich tot het BES-fonds?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de totale rijksuitgaven aan Caribisch Nederland zijn gestegen van € 200,3 miljoen in 2012 tot € 531,1 miljoen in 2020. Wat is de reden voor deze stijging? In hoeverre is dat alleen te verklaren door grote achterstanden die er in 2010 waren? Hoe is de stijging bij Nederlandse gemeenten geweest in dezelfde tijd? Waarom hebben de hogere uitgaven geen gelijke tred gehouden met verbetering van het financieel beheer? Hoe wenselijk vindt de regering het dat de bijzondere uitkeringen een belangrijke bron van inkomsten zijn geworden voor de openbare lichamen (figuur 2 in het rapport, p. 13)?

De leden van de VVD-fractie constateren dat er op 1 juni 2021 een overzicht van de bijzondere uitkeringen naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 35570-VII, nr. 102). De leden willen weten in hoeverre dit overzicht nu compleet is. Ook willen ze weten of bij elke jaarrekening en -verslag voortaan een kloppend overzicht van de bijzondere uitkeringen naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Het zou de voorkeur van de leden zijn om de bijzondere uitkeringen dus niet meer ondergebracht te zien bij de post ‘bijdragen aan medeoverheden’, maar separaat. Kan dat toegezegd worden? Welke afspraken zijn daarover gemaakt met de ministeries dan wel welke richtlijnen zijn daarvoor afgesproken? Als die er niet zijn, wanneer kan dit wel afgesproken c.q. vastgelegd worden?

Hoe kan dat er zo’n groot verschil zit tussen de jaarlijkse brief aan het parlement van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Financiën en de jaarrekeningen van de openbare lichamen als het gaat om financiële informatie over bijzondere uitkeringen? Waarom is de informatie in de jaarlijkse brief aan het parlement niet compleet en volledig, en kan er niet eens duidelijkheid worden gegeven over het aantal bijzondere uitkeringen? Waarom kunnen de ministeries van Financiën en BZK de informatie die aan het parlement is gestuurd niet onderbouwen?

De Algemene Rekenkamer constateert dat de minister van BZK er niet in slaagt haar coördinerende rol ten aanzien van Caribisch Nederland wel effectief in te vullen. Hoe gaat ervoor gezorgd worden dat dit wel kan gebeuren? Hoe gaat de minister van Financiën zijn budgettair toetsende rol wel actief oppakken?

De leden van de VVD-fractie vinden het zorgelijk dat er gebrek aan aandacht is voor de structurele financiële gevolgen van de met bijzondere uitkeringen te realiseren of gerealiseerde verbeteringen zoals onderhoudskosten. Hoe gaat dit voor de toekomst opgelost c.q. geregeld worden?

Wat vindt de regering van de constatering van de Algemene Rekenkamer dat onvoldoende is geborgd dat openbare lichamen voldoende middelen hebben om de gerealiseerde verbeteringen structureel in stand te houden? Wat betekent het dat het kabinet erkent dat aandacht nodig blijft voor de structurele bekostiging van eilandelijke taken?

De Algemene Rekenkamer constateert dat bij de ontwikkeling van de vrije uitkering geen rekening wordt gehouden met bevolkingsgroei in Caribisch Nederland. In hoeverre gebeurt dit wel bij Nederlandse gemeenten?

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het advies Raad van State en op het IBO (Kamerstuk 35300-IV, nr. 11) is door de minister een traject gestart om de taakverdeling tussen Rijk en de openbare lichamen te herijken en te verduidelijken. Wat is daarvan de stand van zaken en de planning? Wat is de stand van zaken en planning van alle zaken in de hiervoor genoemde kabinetsreactie?

De leden van de VVD-fractie vragen zich af wat de regering vindt van deze geconstateerde problemen bij de bijzondere uitkeringen en ze de problemen gaat oplossen?

Bonaire en Saba kennen nog geen Rekenkamer. Waarom is dat nog niet het geval? Wanneer is dit wel geregeld? De leden van de VVD-fractie lezen dat ze op korte termijn van start kunnen gaan, wat betekent dat concreet qua tijd?

De leden van de VVD-fractie willen weten wat de regering gaat doen aan het verbeteren van de kwaliteit van de beleidsmatige verantwoordingsinformatie bijzondere uitkeringen in de jaarrekeningen van met name Bonaire en Sint Eustatius.

De leden van de VVD-fractie begrijpen dat er in 2010 een beleidskader is opgesteld voor het proces van verstrekken van de bijzondere uitkeringen, maar dat dit niet langer wordt gehanteerd vanwege ‘een nieuwe werkelijkheid’. Wat is die nieuwe werkelijkheid? Wanneer is er een nieuw beleidskader gereed?

De leden van de VVD-fractie willen graag een uitgebreide reactie met concrete actiepunten en een tijdplanning van de regering op de drie aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer.

De regering heeft aangegeven dat de coördinatie en afstemming tussen de departementen en BZK en Financiën verder kan worden verbeterd. De leden van de VVD-fractie willen weten wat daar concreet gaat gebeuren.

De Algemene Rekenkamer geeft aan dat openbare lichamen meer verantwoordelijkheid zouden kunnen krijgen als het gaat om lokale financiën. De leden van de VVD-fractie vinden dat dit alleen aan de orde kan zijn als de lokale financiën en het financieel beheer op orde zijn. Dat is volgens de leden op dit moment alleen het geval op Saba en (nog) niet op Bonaire en Sint-Eustatius. Wat gaat de regering doen om Saba meer verantwoordelijkheid te kunnen bieden?

Inbreng leden van de D66-fractie

De leden van de fractie van D66 lezen dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat de verantwoordingsinformatie over de bijzondere uitkeringen onvoldoende is en dat de minister van BZK er onvoldoende in is geslaagd om samenhang te realiseren en beleidsvrijheid van de openbare lichamen te bevorderen. Zij vragen de staatssecretaris of hij deze conclusie deelt en of er inmiddels voldoende voortgang wordt geboekt om deze geconstateerde tekortkomingen op te lossen.

De leden van de fractie van D66 lezen dat er voor bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen van de BES-eilanden minder uitvoerige motiveringsgronden vereist zijn dan voor bijzondere uitkeringen aan gemeenten in Europees Nederland. De Algemene rekenkamer schrijft: “Anders dan de Financiële-verhoudingswet, bepaalt de FinBES niet dat een bijzondere uitkering vanuit het Rijk aan Bonaire, Sint-Eustatius of Saba als bekostigingswijze bijzonder aangewezen moet zijn. Daarmee behoeft een bijzondere uitkering aan een openbaar lichaam minder motiveringsgrond dan een specifieke uitkering aan gemeenten in Europees Nederland” (p. 11). In hoeverre is de staatssecretaris van mening dat een meer uitgebreide motivering kan bijdragen aan de rechtmatigheid en doelmatigheid van de bijzondere uitkeringen en welke maatregelen zijn inmiddels genomen om dit te verbeteren, zo vragen deze leden. Zou dit een rol kunnen spelen in het verminderen van het risico dat er investeringen worden gedaan waarbij geen rekening is gehouden met de structurele kosten, zoals meermaals heeft plaatsgevonden, aldus de Algemene Rekenkamer?

De leden van de fractie van D66 lezen dat uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat de minister van BZK er niet in slaagt om haar coördinerende rol ten aanzien van Caribisch Nederland effectief in te vullen. De Algemene Rekenkamer stelt dat de minister hier een meer proactieve rol in had kunnen spelen. De kabinetsreactie geeft de voortgang op een aantal verbeteringen. Kan de staatsecretaris de stand van zaken aangeven van de instelling van een ambtelijke commissie, zo vragen deze leden. Voorts vragen deze leden welke rol een investeringsfonds hierin zou kunnen spelen en wanneer de Staatsecretaris van plan is dit conform het advies van de Raad van State in te voeren. Kan de staatssecretaris toelichten waarom hij de aanbeveling van de Raad van State uit 2019 hieromtrent overneemt of naast zich neerlegt. Ook vragen de leden of de minister en staatsecretaris van mening zijn dat de ingezette trajecten kracht moeten worden bijgezet en niet op een nieuw kabinet zouden moeten wachten. Wat zijn de risico’s en consequenties van het uitblijven van een integrale oplossing voor het structureel benodigde voorzieningenniveau in Caribisch Nederland? Is het mogelijk een kabinetsappreciatie niet langer uit te stellen en derhalve prioriteit te geven zoals de Algemene Rekenkamer adviseert, zo vragen de leden.

De leden van de fractie van D66 lezen dat de Jaarlijkse Kamerbrief met overzicht bijzondere uitkeringen niet overeenkomt met de jaarverslagen en in informatie bij departementen. Wat is de reden dat de jaarrekeningen te laat worden ingediend en van onvoldoende kwaliteit zijn, zo vragen deze leden. Is hier sprake van een capaciteitsprobleem? Zo ja, welke acties worden met prioriteit ingezet om deze capaciteit op orde te brengen en/of ondersteuning te bieden? Kan de staatsecretaris toelichten waarom dit vooral op Sint Eustatius nog steeds niet is gelukt terwijl de bestuurlijke verantwoordelijkheid sinds 2018 de facto in handen is van de minister en staatsecretaris.

De leden van de fractie van D66 lezen dat de Algemene Rekenkamer het belang benadrukt van een rekenkamer voor de openbare lichamen van de BES-eilanden. Momenteel ontbreekt een dergelijk instituut voor Bonaire en Saba. Gezien de kleine schaal van de eilanden is het wellicht niet haalbaar om voor alle openbare lichamen een aparte rekenkamer in te richten. Wat vindt de staatssecretaris van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer om een rekenkamer voor de BES-eilanden in het leven te roepen, zo vragen deze leden.

Inbreng leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer, “Bijzondere uitkeringen aan Caribisch Nederland”. Met de Rekenkamer onderschrijven deze leden het belang van een goede balans tussen beleidsvrijheid en het realiseren van verbeteringen in Caribisch Nederland door middel van financiële steun uit Nederland. Kan de staatssecretaris aangeven, welke stappen hij zet om die balans te verbeteren?

De leden van de CDA-fractie delen de conclusie van de Rekenkamer dat de verantwoording aan het parlement niet navolgbaar is. Daar komt bij, dat de verantwoording incompleet is en onvoldoende budgettair getoetst. Kan de staatssecretaris aangeven, waarom het ministerie van BZK en het ministerie van Financiën niet beschikten over de informatie die te grondslag ligt aan de overzichten die aan het parlement zijn gestuurd (blz. 15)? Wel constateert de Rekenkamer relevante verbetering in het nieuwe overzicht van bijzondere uitkeringen dat de ministers van BZK en Financiën op 1 juni 2021 aan de Kamer hebben gestuurd. Hoe gaat de staatssecretaris realiseren dat het Jaarverslag over 2021 een totaaloverzicht bevat?

De Rekenkamer geeft aan met het voorbeeld van waste management op Saba dat bijzondere uitkeringen kunnen leiden tot structurele kosten. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de staatssecretaris gaat borgen dat compensatie voor dergelijke structurele kosten dan wordt opgenomen in de vrije uitkering.

De leden van de CDA-fractie vragen waarom bij de ontwikkeling van de vrije uitkering geen rekening wordt gehouden met bevolkingsgroei en -opbouw in Caribisch Nederland (blz. 21). Waarom is de systematiek die ten grondslag ligt aan de vrije uitkering losgelaten?

De leden van de CDA-fractie vragen wanneer de herijking van de taakverdeling tussen het Rijk en de openbare lichamen zal zijn afgerond (blz. 37).

De leden van de CDA-fractie vragen wanneer de rekenkamers van Bonaire en Saba van start zullen gaan (blz. 37).

Inbreng leden van de Partij voor de Dieren-fractie

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van het rapport “Bijzondere uitkeringen aan Caribisch Nederland”. De leden lezen hierin dat het beleid van de Nederlandse overheid met betrekking tot financiële ondersteuning van de openbare lichamen op de BES-eilanden heeft geleid tot minder transparantie en een afname van de structurele financiële steun, waarbij ook de samenhang binnen het beleid verwaterd is. Daarnaast lezen de leden dat het toezicht op bestedingen bij Bonaire en Sint Eustatius tekortschiet.  Kan de staatssecretaris aangeven wat de hoofdverantwoordelijkheden zijn van de openbare lichamen en welke rol de bijzondere uitkeringen spelen bij het uitvoeren van deze verantwoordelijkheden en wat de behaalde resultaten zijn in de periode 2011-2019? Hoe verhouden de bijzondere uitkeringen zich tot de structurele financiële steun?

Worden de structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen in lijn gebracht met het klimaatverdrag van Parijs, dan wel getoetst aan dit verdrag? Hoe houden de openbare lichamen rekening met de gevolgen van klimaatverandering? Welke manieren zijn er om het klimaatverdrag van toepassing te laten zijn op Caribisch Nederland?

Hoe is de informatievoorziening over en het toezicht op de structurele steun geregeld? Welke rol heeft de Rijksvertegenwoordiger bij de informatievoorziening en het toezicht op de financiële ondersteuning en de bijzondere uitkeringen, en het bevorderen van de samenhang binnen het beleid?

Kan de staatssecretaris aangeven of Caribisch Nederland aanspraak kan maken op dezelfde financiële regelingen als Nederland? Kan er bijvoorbeeld aanspraak gemaakt worden op (alle) SDE++ uitkeringen? Of zijn er ook financiële regelingen waarop Caribisch Nederland (nog) geen aanspraak kan maken, zoals er nu gewerkt wordt aan een pilot op Bonaire om elektrisch vervoer te stimuleren?

Klopt het dat de openbare lichamen verantwoordelijk zijn voor het water- en energiebeleid en de heffingen en investeringen die daarmee gemoeid zijn? Klopt het dat het Water- en Energiebedrijf Bonaire (WEB) wil investeren in duurzame energie? Heeft het WEB hiervoor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat benaderd? Heeft het ministerie van EZK al gereageerd op de verzoeken en is bekend of het ministerie van EZK deze aanvraag voor investeringen steunt? Deelt het kabinet het inzicht dat vanwege de enorme druk op en bedreiging van biodiversiteit door menselijke activiteiten er dringend behoefte is aan het integreren van biodiversiteit in alle sectorale beleidsmaatregelen? Dus dat ook in het klimaatbeleid en bij de energietransitie rekening moeten worden gehouden met biodiversiteit? Deelt het kabinet het inzicht dat er behoefte is aan financiële ondersteuning om een natuurinclusieve energietransitie te bewerkstellingen op de BES-eilanden? Welke rol spelen bijzondere uitkeringen en financiële ondersteuning in het bewerkstellingen van de energietransitie? Welke concrete maatregelen zijn er, met structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen, genomen tussen 2011 en 2019? Met welke resultaten gebeurde dat, waar mogelijk uitgesplitst naar eiland, jaar en type financiering?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen dat er bijzondere uitkeringen zijn gedaan door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de afvalverwerking op de eilanden. Welke rol hebben de structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen in heden en verleden gespeeld bij het behalen van de doelstellingen met betrekking tot afvalverwerking, afval- en rioolwaterzuivering en het tegengaan van afwatering, waar mogelijk uitgesplitst naar eiland, type afvalstroom en type financiering? Welke concrete maatregelen zijn er, met structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen, genomen tussen 2011 en 2019 om de doelen te behalen, waar mogelijk uitgesplitst naar eiland, jaar, afvalstroom en type financiering? Wat waren hiervan de resultaten? Welke concrete maatregelen zullen er genomen worden voor 2021, en hoeveel is hiervoor gereserveerd binnen de structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen, waar mogelijk uitgesplitst naar eiland, afvalstroom en type financiën? Deelt het kabinet het inzicht dat afwatering van straten goed aangepakt kan worden via zogeheten biodiverse nature-based solutions, zoals groene straten en buffers? Zo nee, waarom niet?

Tot slot merken de leden op dat lokale natuurorganisaties de Kamer hebben laten weten dat er behoefte is aan brede ondersteuning voor natuurbescherming in het Caribische deel van Nederland. Deelt het kabinet het inzicht dat de natuur op het Caribische deel van Nederland uniek is en structurele bescherming behoeft? Deelt het kabinet het inzicht dat de eilanden, de bewoners en de natuur op en rond de eilanden (waaronder de koraalriffen) extra kwetsbaar zijn voor de gevolgen van de klimaatcrisis? Deelt het kabinet het inzicht dat natuur essentieel is, en dat natuur en biodiversiteit ook een rol kunnen spelen in mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering, zoals de mangrovebossen, die een natuurlijke buffer vormen tegen golfslag?

Wat zijn de specifieke uitvoeringsplannen, die de openbare lichamen hebben ontwikkeld voor het uitvoeren van het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030? Welke rol speelt Nederland in de financiële ondersteunding van de uitvoering van het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030? Zijn hiervoor structurele en bijzondere uitgaven gereserveerd? Zo nee, waarom niet? Welke rol hebben structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen in heden en verleden gespeeld bij het behalen van de natuurdoelstellingen? Welke concrete maatregelen, gefinancierd vanuit de structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen, zijn er genomen tussen 2011 en 2019 en met welke resultaten, waar mogelijk uitgesplitst naar eiland, jaar en type financiering? Welke concrete maatregelen zullen er worden genomen voor de bescherming en het herstel van de natuur in 2021? Hoeveel is hiervoor gereserveerd vanuit de structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen, waar mogelijk uitgesplitst naar eiland en type financiering?

Deelt het kabinet het inzicht dat er structurele financiële ondersteuning nodig is voor natuur, mede om de afspraken gemaakt in VN-Biodiversiteitsverdrag te kunnen nakomen? Zo nee, waarom niet? Welke rol spelen de structurele financiële ondersteuning en bijzondere uitkeringen bij het behalen van het VN-Biodiversiteitsverdrag? Hoe wordt het belang van biodiversiteit en het behalen van de biodiversiteitsdoelen geïntegreerd in het financieel beleid van de openbare lichamen? Is het kabinet bereid om structurele financiële ondersteuning te bieden aan de uitvoering van het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030?

Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer “Bijzondere uitkeringen aan Caribisch Nederland”. De conclusies van het rapport zijn stevig, genoemde leden hebben derhalve behoefte aan het stellen van enkele vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de eerste conclusie van het Rekenkamerrapport luidt dat de minister van Binnenlandse zaken er onvoldoende in slaagt om samenhang te realiseren en beleidsvrijheid van de openbare lichamen te bevorderen. In het Nawoord geeft de Algemene Rekenkamer aan dat de inspanningen van het kabinet leiden tot een relevante verbetering, maar dat er ook meer fundamenteler werk moet worden gemaakt van meer verantwoordelijkheid voor de eilanden en minder sturing en regie van het Rijk. Onderschrijft de regering dit uitgangspunt? Welke gevolgen zou dit vervolgens moeten hebben voor het beleid ten aanzien van bijzondere uitkeringen? De aangenomen motie Van den Berg/Ceder spreekt uit dat in een volgend kabinet de rol van de coördinerend bewindspersoon verder moet worden versterkt (Kamerstuk 35830-IV, nr. 8). Kan de regering aangeven hoe een nieuw kabinet hier uitvoering aan zou kunnen geven? Zou een sterkere coördinerende rol van de bewindspersoon niet alleen voor de vrije uitkering vanuit het BES-fonds moeten gelden, maar ook voor de bijzondere uitkeringen?

Een concreet punt dat de leden van de ChristenUnie-fractie onder de aandacht willen brengen is dat Bonaire wel belast is met de uitvoering van armoedebestrijding, maar niet over het geld gaat. Dit wijkt af van hoe het er in andere gemeenten in Nederland aan toegaat. Op basis waarvan wordt dit onderscheid gemaakt? Op welke termijn gaat de regering dit hiaat herstellen?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de reactie van het kabinet op het rapport dat er stappen zijn gezet in het verbeteren van het overleg tussen de ministeries van Binnenlandse zaken en Financiën. Tegelijkertijd erkent de staatssecretaris ook dat de coördinatie tussen de ministeries kan worden verbeterd. Hoe denkt het kabinet de coördinatie te kunnen verbeteren?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de jaarrekeningen te laat worden ingeleverd. Welke stappen kunnen worden gezet om er voor te zorgen dat de jaarrekeningen incluis oordeel van de accountant, op tijd geleverd worden, zodat ook de democratische controle op de besteding van middelen naar behoren kan plaatsvinden?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat Bonaire en Saba nog geen rekenkamer kennen. Hiermee wordt, zo stelt de Algemene Rekenkamer, niet voldaan aan dat wat is voorgeschreven in de WolBES en de FinBES. Genoemde leden lezen dat de rekenkamers van Bonaire en Saba op korte termijn van start gaan, wanneer zal dit zijn? De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in het rapport dat de ministeries van BZK en Financiën niet het volledige overzicht hebben van de verstrekte bijzondere uitkeringen in de periode 2010-2019. Waarom hebben de ministeries dit volledige overzicht niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat Saba wel jaarlijks de bijzondere uitkeringen verantwoordt, in tegenstelling tot Sint Eustatius en Bonaire. Hoe kan de verantwoordingspraktijk op Saba als voorbeeld dienen voor die op Sint Eustatius en Bonaire?

Inbreng van het lid van de BIJ1-fractie

Het is het lid van de fractie van BIJ1 duidelijk geworden dat het rijksbeleid ten aanzien van

Caribisch Nederland versnipperd en gefragmenteerd is en dat de financiering door het Rijk onoverzichtelijk is. Het lid van de BIJ1-fractie vindt dat kenmerkend voor de ad-hoc besluitvorming omtrent de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en het gebrek aan een langetermijnvisie op de relatie tussen Nederland en de eilanden. Dat maakt dat het lid van de BIJ1-fractie met teleurstelling kennis heeft genomen van het rapport van de Algemene Rekenkamer, en nog minder blij is met de kabinetsreactie.

Het lid van de fractie van BIJ1 vindt het belangrijk om te herhalen dat de bijzondere uitkeringen aan Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden verstrekt om achterstanden weg te werken, verbeteringen te realiseren en de lasten van voorzieningen voor burgers te verlagen waar de eilanden onvoldoende middelen voor hebben. Het lid van de BIJ1-fractie vindt het in die zin dan ook ontzettend zorgelijk dat er, o.a. door onvoldoende afstemming en integraliteit tussen de Europees Nederlandse ministers en ministeries, een groot gebrek aan aandacht is voor de structurele financiële gevolgen van de met bijzondere uitkeringen te realiseren of gerealiseerde verbeteringen, met als gevolg dat projecten hogere kosten dan baten krijgen voor de eilanden. Hoe ondervangt de Nederlandse regering dit probleem en hoe staat Europees Nederland de eilanden bij in het oplossen van de nog hogere lasten?

Het lid van de BIJ1-fractie is tevens stomverbaasd over het feit dat bewindspersonen het voor elkaar krijgen om met de bijzondere uitkeringen, die bedoeld zijn om achterstanden weg te werken, juist nieuwe achterstanden te creëren. De Algemene Rekenkamer constateert dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba de afgelopen jaren afhankelijker zijn geworden van het Rijk – een constatering die, in het licht van de koloniale geschiedenis en de manier waarop die geschiedenis nog altijd doorleeft in het heden, grote alarmbellen doet rinkelen.

Wederom is het grote gebrek aan aandacht en voortschrijdend inzicht in de structurele financiële gevolgen voor de eilanden van de te realiseren plannen de oorzaak voor het lange uitblijven van duurzame oplossingen voor de uitdagingen waar de eilanden mee kampen. Graag hoort het lid van de fractie van BIJ1 een reflectie van de demissionair staatssecretaris van BZK over wat dit zegt over de houding van Europees Nederland ten aanzien van de Caribische inwoners van ons Koninkrijk. Waarom en hoe is het geoorloofd om met dergelijke slordigheid en laconieke houding om te gaan met het beleid ter bevordering van de Caribische delen van het Koninkrijk?

Het lid van de BIJ1-fractie vraagt wat het demissionair kabinet de afgelopen tijd heeft gedaan om een reëel instandhoudingsbudget te bewerkstelligen voor verbeterde voorzieningen en weggewerkte achterstanden, waar er in de vrije uitkering uit het BES-fonds wél rekening wordt gehouden met mogelijke hogere lasten als gevolg van verbeterde voorzieningsniveaus.

Ook hoort het lid van de fractie van BIJ1 graag waarom er in de ontwikkeling van de vrije uitkering geen rekening wordt gehouden met de bevolkingsgroei van Caribisch Nederland, terwijl de omvang van de bevolking wel ten grondslag lag aan het niveau van de vrije uitkering zoals die in 2012 is bepaald. Komt hier verandering in, en zo ja, wanneer? Het is namelijk onredelijk om het niveau van de vrije uitkering onveranderd te laten terwijl de bevolking en de noden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zich sterk ontwikkelen en steeds verder komen af te wijken van het in 2012 vastgestelde referentiekader. Hoe verhoudt de ontwikkeling van de vrije uitkering zonder rekening te houden met de bevolkingsgroei in Caribisch Nederland zich tot de werkwijze omtrent de gemeentelijke uitkeringen in Europees Nederland?

Het valt op bij het lid van de fractie van BIJ1 dat een deel van de problematiek uit het rapport al eerder is beschreven in de voorlichting van de Raad van State in juli 2019. De Raad van State heeft destijds een aantal aanbevelingen gedaan om op effectieve wijze achterstanden in Bonaire, Sint Eustatius en Saba in te lopen. Een deel van dat advies is opgevolgd, maar vooral waar het toezicht en de inzichtelijkheid van kosten betreft. Daar waar de Raad van State het kabinet adviseerde om structurele oplossingen te implementeren blijft het de vraag wat het kabinet precies heeft gedaan. Het betreft hier specifiek de volgende drie aanbevelingen:

  •  het onderscheid tussen een transitiefase om achterstanden in te lopen en een gewenste, meer stabiele, eindsituatie;
  • het in de transitiefase werken met integrale uitvoeringsagenda’s per openbaar lichaam;
  • het uitbreiden van het BES-fonds met een investeringsfonds, beheerd door de minister van BZK, van waaruit de activiteiten uit de uitvoeringsagenda’s gefinancierd worden.

Juist deze drie aanbevelingen zijn volgens het lid van de BIJ1-fractie van groot belang omdat zij een structurele bijdrage leveren aan het verbeteren van de levenskwaliteit op Bonaire, Sint Eustatius en Saba en/of aan de bestuurscapaciteit van de eilanden. De bewuste keuze om juist deze aanbevelingen niet op te volgen lijken te wijzen op een voorkeur om de focus te leggen op het houden van toezicht op de eilanden, in plaats van de kwaliteit van leven voor de Caribische inwoners van dit Koninkrijk. Het lid van de fractie van BIJ1 vraagt de demissionair staatssecretaris naar een uitleg over hoe hij élk van deze punten heeft uitgewerkt of gaat uitwerken op de drie eilanden.

Het lid van de fractie BIJ1 vindt het opmerkelijk dat de demissionair staatssecretaris van BZK het oneens is met de conclusie dat hij er als coördinerend bewindspersoon onvoldoende in slaagt de beleidsvrijheid van de openbare lichamen te bevorderen. Het feit dat de demissionair staatssecretaris het liever beschrijft als als een bewuste keuze van het kabinet om ‘sturing’ te geven bij eilandelijke taken wijst voor het lid van de BIJ1-fractie, wederom, op het instandhouden van een koloniale relatie tussen Europees Nederland en de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het lid van de fractie van BIJ1 is van mening dat, in lijn met het zelfbeschikkingsrecht, sturing moet komen van de eilanden zelf en dat de Nederlandse regering een verantwoordelijkheid draagt in het structureel ondersteunen en faciliteren van die sturing en de bijkomende uitvoering. Bijzondere uitkeringen zouden niet gebruikt mogen worden als mogelijkheid om sturing aan te brengen, tenzij de besturen van de eilanden daar zelf expliciet om vragen.

Voorts valt het op bij het lid van de BIJ1-fractie dat het demissionair kabinet, gezien de uitvoeringslast voor de openbare lichamen, zich afvraagt of het in alle gevallen nodig is om een bijzondere uitkering te verstrekken. Volgens het lid van de fractie BIJ1 creëert het demissionair kabinet hier een valse tegenstelling: de noodzaak én de morele verantwoordelijkheid om bijzondere uitkeringen te verstrekken staat volledig los van de vraag of de eilanden over voldoende middelen beschikken om de uitvoeringslast van de bijzondere uitkeringen te dragen. In andere woorden, het eventuele gebrek aan voldoende middelen om structurele veranderingen in stand te houden van de eilanden doet niets af aan de behoefte aan noodzakelijke ondersteuning voor eilandelijke taken. Zoals de Algemene Rekenkamer reeds herhaaldelijk heeft aangegeven, is er ook door de Nederlandse regering onvoldoende geborgd dat de eilanden voldoende middelen hebben om de gerealiseerde verbeteringen structureel in stand te kunnen houden. Het lid van de BIJ1-fractie hoort derhalve graag wat de huidige visie en plannen zijn voor de structurele bekostiging van eilandelijke taken vanuit de Nederlandse regering. Het lid vraagt naar de huidige status van de herijking van de taakverdeling tussen het Rijk en Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en hoe het medezeggenschap van de eilanden er in dit proces uitziet.

Het lid van de fractie van BIJ1 vindt het belangrijk dat de demissionair staatssecretaris van BZK aangeeft ervoor te willen waken dat de administratieve lasten van de openbare lichamen vergroot worden. Echter vraagt het lid van de BIJ1-fractie de demissionair staatssecretaris van BZK om deze zorg niet als excuus te gebruiken om de afgesproken, maar klaarblijkelijk gebrekkige werkwijze in stand te houden, maar de zorg juist in te zetten als motivatie om de eilanden zoveel mogelijk te ondersteunen en te faciliteren in het duurzaam opbouwen van de activiteiten van de rekenkamers van de verschillende eilanden.

Nogmaals is het lid van de BIJ1-fractie van mening dat het demissionair kabinet moet stoppen met het uitspelen en vergelijken van de eilanden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba kennen verschillende omstandigheden die hun unieke situaties informeren. Het is paternalistisch om de drie eilanden continu met elkaar te vergelijken door taal te bezigen waarin bijvoorbeeld wordt gesteld dat Saba ‘wel’ jaarlijks de bijzondere uitkeringen adequaat verantwoordt.

Tot slot hoopt het lid van de BIJ1-fractie op een uitgebreide reflectie van het demissionaire kabinet op de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat de huidige werkwijze niet toewerkt naar een duurzame financiële relatie tussen het Rijk en de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het lid van de fractie van BIJ1 herinnert de demissionaire bewindspersonen graag nogmaals aan de woorden van de Kinderombudsman: hoe eerder Europees Nederland accepteert dat het, door een vierhonderd jaar lange koloniale relatie, een morele verplichting draagt voor het blijven ondersteunen van de eilanden, hoe adequater we kunnen handelen. Dit betekent, zoals de Algemene Rekenkamer ook al aangeeft in het rapport, dat er een goede balans moet komen tussen beleidsvrijheid en het realiseren van verbeteringen in Caribisch Nederland door middel van financiële steun uit Nederland. Daarbij moet meer ruimte komen voor sturing en regie van de eilanden zelf, in plaats van het Rijk. Het is anno 2021 de hoogste tijd dat er een einde komt aan die paternalistische en koloniale verhouding.

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.