Verslag commissiedebat over herstel democratie Sint Eustatius

Den Haag – Het debat dat de Tweede Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties eerder deze week met staatssecretaris Knops voerde over het herstel van de lokale democratie op Sint Eustatius krijgt een vervolg in de vorm van een zogeheten tweeminutendebat. Dat geeft de commissieleden de gelegenheid tot het indienen van moties.

Bij wijze van lezersservice hieronder het integrale concept-verslag van het commissiedebat dat onder meer ook ging over wat Nederland sinds de ingreep van 2,5 jaar geleden voor elkaar heeft gekregen op het eiland en wat nog niet, de benoeming van een nieuwe regeringscommissaris, loslopende geiten die de natuur vernietigen en de lage vaccinatiebereidheid onder de Statianen.

VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
(Concept)

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft op 2 juni 2021 overleg gevoerd met de heer Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over:

  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 maart 2021 inzake stand van zaken uitvoering motie-Özütok c.s. over de route-tijdtabel (Kamerstuk 35422-8) (35422, nr. 12);
  • de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 31 mei 2021 inzake zevende voortgangsrapportage over de bestuurlijke ingreep Sint-Eustatius (35570-IV, nr. 42).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,
Paternotte

De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,
De Lange

Voorzitter: Paternotte
Griffier: Meijers

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Ceder, Kuiken, Paternotte, Simons, Aukje de Vries en Wuite,

en de heer Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Aanvang 17.04 uur.

De voorzitter:
Dames en heren, een hele goede middag. Ladies and gentlemen, good morning. Van harte welkom bij het commissiedebat Sint-Eustatius van de vaste Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties. Een bijzonder welkom aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en aan alle leden. Veel dank aan alle leden voor het schuiven met de tijd van deze vergadering. Dat had te maken met een opvallende hoge overlap tussen de woordvoerders hier en de woordvoerders op het gebied van het coronavirus, die vanmiddag een technische briefing hadden.

Ik ga als eerste het woord geven aan mevrouw Van den Berg van het CDA. De spreektijden zijn drie minuten. Ik wil u ook vragen om de interrupties kort te houden, zodat we dit overleg echt binnen de gestelde tijd kunnen voltooien. Mevrouw Van den Berg, aan u het woord.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. In de eerste plaats dank aan de staatssecretaris voor de voortgangsrapportage en voor het verslag van zijn bezoek aan Sint-Eustatius op 16 en 17 mei. Het is goed dat hij met eigen ogen heeft gezien hoe de situatie op Sint-Eustatius nu is. Achterstallig onderhoud aan wegen is weggewerkt, er is een beter en betrouwbaarder netwerk voor watervoorziening en er is goedkoper en sneller internet: dat zijn zichtbare verbeteringen voor alle inwoners. Door de coronacrisis duurt terugkeer naar volledige democratische verhoudingen langer, maar dat komt ook omdat er onderling soms langdurige discussies zijn. De CDA-fractie vindt het van belang dat er stevige en duurzame resultaten worden behaald voordat de volgende stap gezet wordt. Zo hebben we dat vastgelegd in de wet, die nog geen jaar geleden met algemene stemmen is aangenomen. De regeringscommissaris stelt daarvoor in overleg met de eilandsraad een route-tijdtabel op.

Voorzitter. Bij duurzame resultaten denkt het CDA in het bijzonder aan de oplossing voor de verwoesting die de loslopende geiten nu aanrichten aan de schitterende natuur. Ook verhinderen ze ontwikkeling van de landbouw. We begrijpen dat “no goat, no vote” nog steeds geldt. We begrijpen ook dat slechts een zeer beperkt aantal mensen eigenaar is van deze geiten. Waarom kan de geitenanarchie op Saba wel worden aangepakt in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds, maar kan dat niet op Statia?

Voorzitter. De staatssecretaris is in gesprek met het ministerie van VWS om te bekijken hoe het eiland op een verantwoorde wijze geopend kan worden. Wanneer kunnen de grenzen weer open voor toeristen en andere bezoekers? We zijn als CDA-fractie geschrokken van de lage vaccinatiegraad: 46% is toch veel te laag om te kunnen denken aan openstelling van het eiland? Welke acties worden ingezet om de vaccinatiegraad te verhogen en om de mensen ervan te doordringen wat de negatieve gevolgen voor henzelf zijn als zij zich niet laten vaccineren?

Voorzitter. De CDA-fractie onderschrijft de woorden van de staatssecretaris: “De Statianen zijn energiek en fier. Krachten die mij ervan verzekeren dat de toekomst van het kleine eiland groots kan zijn.” Wij hopen als CDA van harte dat de staatssecretaris samen met de kennis, de ervaring en vooral de inzet van de Statianen, het bestuur en de inwoners het beleid blijft voeren waarvan alle inwoners op Statia de vruchten zullen plukken.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank aan mevrouw Van den Berg. Dat waren drie minuten. Dan ga ik nu het woord geven aan de heer Ceder van de ChristenUnie.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Sorry, maar dan ben ik nu dus even weg vanwege een andere bijeenkomst.

De voorzitter:
Ja. Mevrouw Van den Berg heeft eerder gemeld dat zij de vergadering even verlaat voor de technische briefing over het rapport van de Rekenkamer over de begroting van VWS. Zij sluit zich daarna weer bij ons aan.

Meneer Ceder van de ChristenUnie, aan u het woord.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Drieënhalf jaar geleden nam het kabinet na het rapport en het besluit van de Commissie van Wijzen een ingrijpend en zwaar besluit door bestuurlijk in te grijpen op Sint-Eustatius. Sindsdien is er sprake van een democratisch tekort op de eilanden. Dat is misschien ook wel nodig. De vraag is echter hoelang dat zou moeten voortduren. Het is een ingewikkelde situatie, enerzijds omdat goed bestuur essentieel is en verandering ook de insteek was van het ingrijpen en anderzijds omdat de laatste verkiezingen op het eiland exact dezelfde eilandsraad hebben laten zien. Daarmee is de wil van het volk helder.

Bij de ingreep in 2018 nam Nederland de verantwoordelijkheid op zich om werk te maken van het verbeteren van de leefomstandigheden en de infrastructuur en om te werken aan goed bestuur. Ik zie in de voortgangsrapportage dat daar stappen in zijn en worden gezet. Daar ben ik heel blij om. Maar ik zie ook dat de praktijk weerbarstig is. Wisselingen van regeringscommissarissen en de coronacrisis dragen daar niet aan bij.

Bij de vorig jaar aangenomen Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius wordt ook weer de blik vooruit gelegd, richting herstel en normalisering. Maar nu is het tijd voor de volgende stap. Als wij naar het tijdpad kijken, bijvoorbeeld richting het aanstellen van een bestuurscollege, dan wordt het pas weer eind 2022 voorzien en mogelijk nog later. Dat is nog ver weg.

Vooropgesteld dat de duurzaamheid van herstel leidend moet zijn, toch nog enkele vragen. Allereerst of de staatssecretaris van mening is dat de motie-Özütok uitgevoerd is. Daarin wordt gevraagd om een routetijdtabel op te stellen voor terugkeer naar reguliere bestuurlijke verhoudingen. Dat zou in overleg met de regeringscommissaris en de eilandsraad moeten plaatsvinden. Als ik de eilandsraad moet geloven, de brieven lees en afga op persoonlijke gesprekken, dan blijkt dat de raad van mening is dat het overleg niet heeft plaatsgevonden en dat vorige week eenzijdig is gecommuniceerd wat de tijdstabel zou zijn, terwijl de motie toch vraagt om dat overleg. Een belangrijk punt, juist ook omdat we samen met de eilandsraad naar een oplossing toe willen werken.

Het tijdpad is uitgestippeld en moet ook zorgvuldig gevolgd worden. Ziet de staatssecretaris ook ruimte om, indien de eilandsraad en het eiland voortvarende stappen maken, dat proces sneller te laten plaatsvinden? De eilandsraad vraagt daarbij ook om capaciteit, hulp en kennis vanuit Nederland. Ik vraag me af of u bereid bent om te inventariseren bij de eilandsraad waar dat ‘m dan in zou zitten en of u bereid bent om de hand uit te steken en daar ook in te voorzien, als het gaat om de capaciteitsvorming, zodat de routetijdtabel ook op tijd gehaald kan worden.

De voorzitter:
Gaat u afronden?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Is het mogelijk om bijvoorbeeld over een halfjaar met een serieus weegmoment te komen om te kijken of die datum van 31 december 2022 vervroegd kan worden?

Ik heb nog één vraag, voorzitter. Op het punt van de regeringscommissaris: wanneer verwacht de staatssecretaris dat er een tweede aantreedt en op welke manier wordt de volksvertegenwoordiging, de eilandsraad, betrokken bij de aanstelling van deze regeringscommissaris?

Tot zover, voorzitter, en dank u wel.

De voorzitter:
Dank aan de heer Ceder. Dan geef ik het woord aan mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter. Ik sluit me allereerst aan bij de woorden van de heer Ceder. Ik wil graag delen dat ik het fascinerend vind als nieuw Kamerlid om te zien wat er in dit huis zoal gebeurt, want als me een ding duidelijk is geworden de afgelopen weken, dan is het toch wel dat we hier te maken hebben met een dubbele maat die regelmatig wordt toegepast. Aan de ene kant bevinden wij ons in de grootste rechtsstatelijke en democratische crisis en is de parlementaire tegenmacht zoek. Aan de andere kant zijn wij de eerste die de openbare lichamen immoreel bestuur in de schoenen schuiven, en daar klampen we ons vervolgens ook voor jaren aan vast.

Ik heb het vorige week gezegd en ik herhaal het graag nog een keer: wie is de maat der dingen als het aankomt op goed bestuur? Het zit me namelijk echt dwars. Het herstel van de democratie op Statia moet gebouwd worden op basis van wederzijds vertrouwen. Dat vertrouwen mis ik in elke brief en elk stuk dat ik lees. Deze regering, dit kabinet, deze Kamer: het is onze verantwoordelijkheid om het voortouw te nemen in het ontdoen van die wantrouwige houding jegens het bestuur van de openbare lichamen. Natuurlijk vind ik ook dat aan opgestelde criteria en gemaakte afspraken moet en zal worden voldaan, maar we kunnen zelfbestuur, zelfbeschikkingsrecht en democratie niet als wachtgeld inzetten en gegijzeld houden naargelang het wantrouwen van dit kabinet jegens het bestuur van Statia. Het is paternalisme, en dergelijk paternalisme, zeker in deze context, riekt naar een koloniale houding.

Ik ben ook verward, want het vermogen om zelf te kunnen besturen én de behoefte om daarin gesterkt, ondersteund en gefaciliteerd te worden, hoeven elkaar toch niet per definitie uit te sluiten? Het is onze verantwoordelijkheid en onze taak om die versterking te faciliteren, om steun te bieden en alle middelen in te zetten die nodig zijn om dat doel te bereiken. Dat moet kunnen als we sneller en in meer samenspraak met de eilandsraad de democratie terug in handen leggen bij de mensen die het toebehoort.

Dat gezegd hebbende, een drietal concrete vragen. Wat zijn de mogelijkheden om het recht op zelfbeschikking en democratie sneller terug te leggen in de handen van de eilandsraad en gelijktijdig te blijven werken aan het realiseren van de gestelde criteria? Kan de staatssecretaris toezeggen dat er zo snel mogelijk, op zeer korte termijn, een tweede regeringscommissaris wordt aangesteld, die door de eilandsraad zélf is aangedragen, conform de eerder gemaakte toezeggingen en afspraken? Dan tot slot, voorzitter. Kan de staatssecretaris toezeggen dat, zolang Statia’s bestuurscapaciteit en democratie ondersteuning behoeven, Europees Nederland Statia hierin zal bijstaan?

Ik dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Simons. Dan geef ik het woord aan mevrouw Wuite van D66.

Mevrouw Wuite (D66):
Dank u wel, voorzitter. Inderdaad — ook in de lijn van de vorige sprekers, mijn collega’s: democratisch zelfbestuur is natuurlijk een van de belangrijkste rechten van een samenleving. De bevolking van Sint-Eustatius is dit recht tijdelijk ontnomen. Dat was in 2018 natuurlijk geen lichtvaardig besluit. We moeten daar ook nu niet lichtvaardig mee omgaan. Het is nog niet eerder voorgekomen in de Nederlandse geschiedenis dat de democratie van een gemeente zo lang buiten werking is gesteld. De bevolking heeft al veel te lang niets te zeggen over haar eigen bestuur. Van mijn partij, met “democraten” in de naam, mag verwacht worden dat we pal staan voor het recht op democratisch zelfbestuur. Zoals in de memorie bij de Wet herstelvoorzieningen Sint Eustatius te lezen is, dient deze bestuurlijke ingreep zo lang als nodig en zo kort mogelijk te duren. Ook de Raad van State adviseerde vanwege de ernst van de maatregelen dat dit ingrijpen zo snel mogelijk moet eindigen.

Daarom is de gevraagde routetijdtabel zo belangrijk en heb ik daar ook om gevraagd. We zouden deze uiterlijk februari 2021 ontvangen. Dat is niet gebeurd. De breed gedragen motie van Özütok is ondertussen bijna een jaar oud. Ik vraag de staatssecretaris wat de reden is dat het uitvoeren van deze motie zo lang duurt. We zijn als commissie deze week geïnformeerd door de leden van de eilandsraad en ook door de regeringscommissaris. Mede op basis van deze gesprekken verneem ik graag van de staatssecretaris wat hij vindt van de vertragingen in dit proces. Hoe ziet hij de consulterende rol van de eilandsraad in het tot stand komen van de routetijdtabel? Ook ben ik benieuwd op welke wijze dit proces op basis van overleg en overeenstemming zo snel mogelijk wordt afgerond. Mijn partij vindt dit voor onze controlerende taak erg belangrijk.

Voorzitter. Er is sprake van een uitzonderlijke situatie. Ik probeer de taken, de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de eilandsraad en de regeringscommissaris en de staatssecretaris te duiden. Dit vroeg ik ook tijdens het debat vorige week. Uit de wet blijkt dat de regeringscommissaris een bestuurder is op het eiland en verantwoording aflegt aan de minister en dus feitelijk aan de staatssecretaris. In de brief van 31 mei zegt de staatssecretaris dat het invullen van de criteria van de routetijdtabel de taak is van de regeringscommissaris en van de eilandsraad samen. Mag ik hieruit afleiden dat zij autonoom beslissen wanneer een volgende fase intreedt? Wat moet er naar de mening van de staatssecretaris gebeuren als zij er beiden niet uitkomen? Bent u bereid om nadere aanwijzingen te geven en meer ambitie te tonen voor het herstel van de democratie? Kan de staatssecretaris meer vertellen over wat er eigenlijk nog moet gebeuren in die anderhalf jaar? In hoeverre ziet de staatssecretaris een mogelijkheid om dit proces van het vervullen van de criteria te versnellen? Wat is hiervoor nodig, dat ook wij als vertegenwoordigers, kunnen steunen?

Voorzitter. Ik heb nog twee laatste vragen. Ik zou graag verder worden geïnformeerd over het wervingsproces — dat werd ook al gevraagd door collega Ceder — voor een nieuwe regeringscommissaris en of bijvoorbeeld de waarnemend regeringscommissaris voor deze functie in aanmerking zou kunnen komen. Tot slot spreekt de memorie van toelichting bij de Wet herstelvoorzieningen Sint Eustatius over het invoeren van burgerparticipatie en zijn wij gisteren geïnformeerd dat dit nog niet is geïntroduceerd, als vorm voor meer actieve democratie voor en van burgers.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Wuite (D66):
Dat zijn mijn laatste twee vragen, ja.

De voorzitter:
Dan ga ik door naar de volgende spreker. U bent ruim over de drie minuten heen. Excuus daarvoor. Dan ga ik het woord aan de volgende spreker. Dat is mevrouw De Vries van de VVD.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. In 2018 is er een ingrijpend besluit genomen. De VVD vindt natuurlijk dat geleidelijk herstel naar een normale bestuurlijke situatie weer moet plaatsvinden, maar dat moet wat ons betreft wel stap voor stap. Het kan niet zo zijn dat we te snel gaan, omdat het nog niet goed geregeld is, en we uiteindelijk weer in dezelfde situatie belanden als eerder. Dat is ook niet in het belang van de mensen op het eiland.

Hoewel er al heel veel werk verzet is op Sint-Eustatius en er concrete verbeteringen zichtbaar zijn, is er ook nog veel te doen voordat er sprake is van een stevig fundament waarop een nieuw lokaal bestuur verder kan bouwen. Dat is niet omdat wij dat nu zo graag willen als VVD, maar wij denken dat het voor de bewoners beter is dat wij dit gewoon goed stap voor stap doen. De staatssecretaris hoopt dat de stap van fase één naar fase twee op 31 december 2022 kan worden gezet. Van welke factoren is dit volgens hem afhankelijk? Wanneer denkt de staatssecretaris de vervolgstappen, stap drie en vier, te kunnen nemen?

Hoewel de taakverwaarlozing serieus was en breed verspreid door alle bestuurlijke en ambtelijke organisaties, is het Nederland niet gelukt om binnen drie jaar zo orde op zaken te stellen dat we weer terug kunnen naar normaal. Een groot deel is toe te wijzen aan de mate van taakverwaarlozing, ook voor een deel aan corona, maar ik had toch echt gehoopt dat we dit sneller voor elkaar hadden kunnen krijgen. Er moet dan ook doorgepakt worden. Naast goed financieel bestuur moet er het nodige gebeuren als het gaat om het verbeteren van de infrastructuur en het economisch perspectief. Kan de staatssecretaris aangeven welke zaken als eerste nu nog aangepakt moeten worden als het gaat om dat financieel beheer en het goed bestuur, en hoe we nu ook echt die infrastructuur kunnen afronden? Er zijn al stappen gezet. Dat heb ik gezien. Maar zeker ook als het om economisch perspectief gaat en zeker in het herstel na corona, vinden wij het belangrijk dat er toch ook gekeken wordt of er wat meer diversiteit mogelijk is.

Dan heb ik nog drie specifieke vragen. Het Waste Management Project staat op inactief. Ik was benieuwd waarom dat is. Het lijkt me wel belangrijk. We begrepen dat ook zoet water nog wel een probleem is. Nou hebben we heel veel kennis van water in Nederland, dus het lijkt mij dat we dat toch goed op zouden moeten kunnen pakken. En ik sluit me aan bij de vragen over de geiten, die mevrouw Van den Berg ook gesteld heeft.

Als laatste punt: de vaccinatiegraad. We hebben het er al kort even over gehad, vorige week ook al. Ik sluit me aan bij de vraag van mevrouw Van den Berg als het gaat over: wat kunnen we nu nog doen, welke voorbeelden kunnen we laten zien, zodat die vaccinatiegraad omhoog kan? Ik denk dat het heel belangrijk is. Het eiland moet uiteindelijk weer open. Dan vinden we ook dat de mensen daar veilig moeten zijn en niet weer snel met een lockdown te maken krijgen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank aan mevrouw De Vries. Dan ga ik het woord geven aan mevrouw Kuiken van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik voer ook het woord namens mevrouw Den Haan, omdat die bij het coronasteunpakket zit.

Voorzitter. Ik ben volksvertegenwoordiger. Ik voel me ook volksvertegenwoordiger voor de Statianen, ook al zitten we hemelsbreed ver weg. We zijn wel onderdeel van dezelfde gemeente. Het is ook hun belang dat ik dien. Uit dit oogpunt heb ik destijds ook de wetgeving rond taakverwaarlozing gesteund. Ik zag dat het gewoon niet ging en er echt verwaarloosd werd. De inwoners van Statia waren daar de dupe van. Maar ik was ook heel kritisch toen we spraken over de verkiezing van het eilandsbestuur, omdat ik vond dat er te weinig stappen waren gezet in de periode die hiervoor stond. Ik denk dat er in de afgelopen periode ongelofelijk hard is gewerkt, zowel door de eilandsraad als door mevrouw Francis als de heer Van Rij om nu belangrijke stappen te zetten, ook als het gaat over wegen en een aantal andere projecten.

Laat ik eerst over die projecten nog een aantal vragen stellen. Ten eerste. De riolering is volgens mij nog een belangrijk punt van aandacht. De haven, zowel vanuit het douane- en personengebeuren als commercieel. Zou de staatssecretaris daar nog even nader op in willen gaan? Ik zou specifiek ook vanuit mijn gezondheidsrol een vraag willen stellen over dialysemogelijkheden op Statia en over de beschikbaarheid van gynaecologen. Allebei ontbreken nu en het is een diepgevoelde wens.

Voorzitter. De nodige vragen zijn gesteld over de vaccinatiegraad. Vooral miscommunicatie, valse communicatie, gebrek aan voorbeelden zijn nu het grootste dilemma daarin. Welke concrete stappen kunnen daar nog in gezet worden?

Voorzitter. Ten aanzien van het democratisch proces waar men nu in zit. We zijn nu drieënhalf jaar onderweg. Als alle stappen keurig doorlopen worden, zijn we vijf jaar onderweg. Dat is echt een lange tijd om niet zelf verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Ik denk dat de staatssecretaris dat met mij eens is. Welke mogelijkheden ziet hij nu om sneller die stappen van de criteria die in het wetgevingsproces zijn neergelegd, te doorlopen? Want de eilandsraad is bloedserieus. Die neemt haar verantwoordelijkheid zeer serieus, en zou daar ook graag veel nauwer in willen samenwerken om te kijken hoe ze die stappen kunnen versnellen. Ik denk dat dat hun recht en ook logische wens is. Daarmee kunnen we namelijk ook recht doen aan wat belangrijk is. Zij kunnen aantonen dat zij hun verantwoordelijkheid en taak waar kunnen maken en wij, of in dit geval in ieder geval de staatssecretaris, laat zien dat het hem ook menens is als het gaat over het zo snel mogelijk weer teruggeven van de democratische verantwoordelijkheid.

Voorzitter, ik voel zomaar aan dat ik door mijn drie minuten heen ben.

De voorzitter:
Klopt.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dus daarmee moet ik afronden.

De voorzitter:
Dank u wel. Drie minuten en drie seconden. Daarmee zijn we tevens aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Dank aan de leden. Hoeveel tijd denkt de staatssecretaris nodig te hebben om tot sublieme beantwoording te komen? Tien minuten? Dan schors ik de vergadering tot 17.35 uur.

De vergadering wordt van 17.23 uur tot 17.35 uur geschorst.

De voorzitter:
Dames en heren, van harte welkom terug bij het commissiedebat over Sint-Eustatius van de vaste Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties. De staatssecretaris is klaar om de beantwoording te beginnen. Ik zie dat wij ook even tentatief compleet zijn, omdat één lid zich later weer bij ons zal voegen. Ik geef de staatssecretaris graag het woord.

Staatssecretaris Knops:
Dank u wel, voorzitter, en dank aan de leden voor hun inbreng in het debat over Sint-Eustatius. Ik moet zeggen dat ik de afgelopen jaren regelmatig op Sint-Eustatius ben geweest en dat ik ook tijdens mijn laatste bezoek, waarvan ik verslag heb gedaan, met eigen ogen heb kunnen zien wat er gebeurd is ondanks de beperkingen die er waren als gevolg van corona. Ik zal daar zo dadelijk nog iets over zeggen. Er is flink doorgewerkt en er zijn veel stappen gezet, maar er moet ook veel gebeuren. We hebben er bij de herstelmaatregelen, als je dat zo mag zeggen, voorkomend uit de Wet herstel voorzieningen, voor gekozen om het zo veel mogelijk op het eiland en met inwoners van het eiland te doen. Als je puur zou kijken naar bijvoorbeeld de infrastructuur, dan zou je heel veel van buiten kunnen halen, maar wat ik zo mooi vond toen ik er twee weken geleden was, is dat je overal lokale bedrijfjes ziet en dat iedereen die een bouwbedrijf heeft ook aan het werk is. Ze zijn allemaal bezig om hun eigen eiland op te bouwen. En dat eigenaarschap van die trotse Statianen, zoals ik het ook in de brief gezegd heb, is gewoon heel belangrijk. Dat krijgt ook gewoon inhoud doordat mensen zelf bijvoorbeeld de wegen aanleggen of bij andere projecten betrokken zijn.

De keerzijde van de medaille is dat je dan met wat beperktere capaciteiten aan de slag gaat. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij het ambtelijk apparaat. Tegelijkertijd denk ik dat het van belang is dat we zo veel mogelijk blijven inzetten op het scholen, het opleiden en het begeleiden van de mensen daar. Ook daarin zie ik grote stappen voorwaarts. We moesten van ver komen, want er was wel wat aan de hand, zoals indertijd ook in de rapportages leidend tot de Tijdelijke wet taakverwaarlozing aan de Kamer bericht is. Wetten werden niet nageleefd, de administraties waren niet op orde en er was sprake van bestuurders die niet op de juiste wijze bestuurden. In het rapport staat dat uitvoerig beschreven. Maar we hebben als kabinet, maar ook unaniem in beide Kamers, zo zeg ik in de richting van mevrouw Wuite, niet lichtzinnig besloten dat dit niet langer getolereerd kon worden. Als je binnen de constellatie van het Statuut zit, en meer in het bijzonder binnen dat van de bijzondere gemeenten, dan moeten ook de bestuurders de wetten respecteren. Op een gegeven moment werden er zelfs moties aangenomen die ertoe oproepen om die wetten niet meer te respecteren. Uiteindelijk leggen we allemaal de eed of belofte af omdat we de mensen in het land, en in dit geval op het eiland Sint-Eustatius, willen dienen en de goede dingen willen doen. Goed bestuur betekent gewoon bestuur op basis van wet- en regelgeving, toetsbaar en met macht en tegenmacht. Dat hoort daar gewoon bij.

Als je over Sint-Eustatius spreekt en over de bedragen die daarmee gemoeid zijn en die we daar geïnvesteerd hebben, zie je een eiland voor je dat redelijk overzichtelijk is in oppervlakte en waar relatief weinig mensen wonen maar waar wel heel veel potentie en energie zit, en waar ook een aantal zaken niet op orde waren. Daar kwam nog een keer de orkaan overheen. Die maakte ook fysiek de kwetsbaarheden zichtbaarder. We hebben toen als kabinet besloten om de mensen daar onmiddellijk bij te staan en te helpen. Dat is nog steeds de aanpak die we voorstaan. Natuurlijk is de democratie inderdaad aan de kant gezet met die tijdelijke wet, maar we hebben ook de ambitie gehad om het slechts zo lang als noodzakelijk te doen, en zo snel als mogelijk terug te keren naar de situatie van volledige democratie. Dat is ook vanaf het begin gecommuniceerd. Het is ook het staatsbestel waarin wij werken, en waarop elke inwoner van Nederland en dus ook van Caribisch Nederland recht heeft.

Tegelijkertijd hebben mensen ook recht op goede voorzieningen. Dat vraagt dus zowel van het bestuur van het openbaar lichaam als van de Nederlandse overheid inspanningen. We krijgen nog de discussie over het rapport van de Raad van State en het ibo-rapport, maar daarin is meteen na 10-10-10, toen de nieuwe verhoudingen gemaakt zijn, ook door Nederland misschien niet altijd op de juiste wijze geopereerd. Tegelijkertijd zeg ik dat er ook over Sint-Eustatius zelf sinds die periode nauwelijks rapporten van het Cft waren die enige positieve duiding konden geven. Het ging allemaal niet volgens de regels en er waren problemen, en er ontstonden ook gewoon problemen met de rechtmatigheid. We hebben dus terecht ingegrepen en ik sta daar ook nog steeds volledig achter.

Niemand wist natuurlijk wat de situatie exact was toen we daar aankwamen. Ook de nieuwe regeringscommissaris, Mike Franco, en Mervyn Stegers hebben toen met de mensen die bij het openbaar lichaam werkten gekeken wat de situatie was die we aantroffen. En die was nog slechter dan wij aanvankelijk gedacht hadden. Daar kwam corona nog overheen. Dat maakt ook dat wij een heel aantal dingen moesten doen, zoals administraties en verordeningen op orde brengen, om ervoor te zorgen dat de situatie waarin we in 2017 terechtkwamen niet nog een keer zou plaatsvinden. Dat is belangrijk om in ogenschouw te nemen.

Als ik dan nu kijk wat er gebeurt, zie ik veel dynamiek. Er worden heel veel wegen aangelegd en we hebben inspanningen gedaan rondom het internet, wat tegenwoordig toch wel een basisvoorziening is, en rondom de watervoorziening. De capaciteit daarvan is vier keer zo groot gemaakt. We hebben zaken opgepakt rondom het afvalbeheer en de airport en we hebben de erosie aangepakt. Dat is overigens nog lang niet opgelost; ik kom daar zo nog even op terug als het gaat om de geiten. De erosie van Fort Oranje was zodanig dramatisch dat dat gewoon op instorten stond en de regeringscommissaris moest besluiten om het af te sluiten. En dat is echt een stuk historie van het eiland dat je zou moeten conserveren en in stand zou moeten houden. Daar hebben we dus 10 miljoen aan uitgegeven om dat te stutten en opnieuw aan te planten. Het ziet er nu al prachtig uit en over een paar jaar zal het heel mooi groen zijn en zullen de geiten daar niet meer bij kunnen.

Ik wil nog twee laatste punten noemen in dit verband. We willen vooral het ambtenarenapparaat capaciteit geven. Het is natuurlijk altijd lastig voor een klein eiland om voldoende geëquipeerd te zijn voor de regelgeving waar het mee te maken heeft: de WolBES, de FinBES en alle discussies die nog gaan komen. Ga er maar aan staan als eiland met 3.000 inwoners en een ambtenarenapparaat dat op negentien verschillende locaties gehuisvest is. En dan zijn er ook nog de nieuwe eisen van deze tijd, waar ik zelf de verantwoordelijkheid voor draag en waar de Algemene Rekenkamer ook regelmatig opmerkingen over gemaakt heeft, ten aanzien van de ICT-voorzieningen bij de RCN en de betrouwbaarheid. Alles moet digitaal, dus je zult die hele transformatie moeten maken. Dat kost gewoon ongelofelijk veel energie, ondanks dat het eiland relatief klein is.

Dan het laatste punt, waar mevrouw De Vries vragen over stelde. Het is heel belangrijk dat er economische ontwikkeling plaatsvindt die past bij de schaal van Sint-Eustatius. Ik was bij het Golden Rock Resort. Dat is een nieuw resort. Ze zijn er nu een aantal maanden aan het bouwen. Ik sprak met de eigenaar, die daar een heel mooi resort van wil maken dat past bij het eiland. Hij wil daarbij gebruikmaken van ondernemers die er al zijn. Ik vind het heel mooi dat hij als ambitie — het is min of meer een eis — heeft dat alle 200 mensen die daar gaan werken, van het eiland zelf komen. Hij wil niet allerlei mensen gaan invliegen, maar daadwerkelijk met lokale mensen aan de slag. Hij zei: “Daarvoor zal ik een opleiding moeten doen. Ik zal die mensen moeten gaan trainen, maar ik ga dat doen, want ik geloof in eigenaarschap.” Ik zeg hem dat na. Ik geloof ook in eigenaarschap. Ik geloof helemaal niet dat de dingen beter bedacht kunnen worden in Den Haag dan op het eiland, maar er moet wel een basisinfrastructuur zijn die dat allemaal mogelijk maakt.

De Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius is in februari 2018 in beide Kamers aangenomen, na een besluit van het kabinet. In juli 2020 is daar de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius op gevolgd, met de motie-Özütok. Het idee daarvan was: als je een wet maakt die niet uitgaat van een end date maar van een end state — we hebben nooit gezegd dat we op een bepaalde datum dit of dat doen; we laten het altijd afhangen van de criteria en de fase waarin we zitten — dan heeft de Kamer behoefte aan meer duiding. Waar denken we dan aan? Hoe ziet dat spoorboekje eruit? Die motie-Özütok heb ik ook als zodanig opgevat en geïnterpreteerd, ook toen in de Kamer. Het is een belangrijke taak voor de nieuwe eilandsraad en de regeringscommissaris om, op basis van de kennis die er is, met een voorstel te komen, een soort tijdsplanning, voor wat we denken tentatief te kunnen halen. Op basis daarvan kunnen we bijsturen.

Een aantal van uw leden heeft daar vragen over gesteld. Ik zal zo nog wat uitvoeriger terugkomen op dat punt. Het is een belangrijk punt, omdat ik ook voel dat de datum van december 2022, die is gebaseerd op de oefening die gedaan is op Statia, bijna als vaste datum gezien wordt. Voor mij is dat niet zo. Ik vind dat de criteria nog steeds gelden. Over die criteria is goed nagedacht. Dat zijn allemaal criteria die te maken hebben met een deugdelijke administratie: een overheidsapparaat dat up-to-date en equipped is om te kunnen functioneren. Als je daar een versnelling in zou kunnen aanbrengen, dan is dat wat mij betreft prima. Het enige wat we gevraagd hebben, is: maak een realistische planning. We zitten nu gelukkig in een situatie waarin we met covid een ander traject in gaan. We kunnen in de zomer op een andere manier zakendoen. Wellicht kunnen er mensen worden ingevlogen om te ondersteunen en om zaken te versnellen.

Mevrouw Wuite vroeg: gaat u daarop ingrijpen? Ik zou op dit punt niet zozeer willen ingrijpen, maar vooral willen faciliteren. Ik ga niet eisen dat het sneller of langzamer moet. Voor mij geldt de wet zoals die door de Kamer is aangenomen. Daarin staan die criteria vermeld. Daar sta ik nog steeds achter. Op het moment dat je die wet zou willen amenderen, dan moet die ook letterlijk geamendeerd worden. Als je binnen de kaders van die wet wilt versnellen en daar meer of andere capaciteit voor nodig is, dan sta ik ervoor open om te kijken hoe we dat kunnen invullen, zonder dat ik nu al precies weet waar dat gaat eindigen. Ik denk dat het belangrijk is om dat even te melden.

De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Kuiken van de Partij van de Arbeid. Ik wil de leden voorstellen om twee interrupties in tweeën dan wel vier losse opmerkingen of vragen af te spreken. Mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik wil het nog even hebben over die criteria. Ik denk dat dat een belangrijk punt is. Er kan in onderling overleg gekeken worden hoe daar een versnelling in aangebracht kan worden. Zou de staatssecretaris ook nog even willen kijken op welke wijze je dat praktisch vormgeeft? Want we hebben hier altijd het probleem van Den Haag versus Statia: de afstanden. De staatssecretaris is er vaak, maar is hij ook op korte termijn daar om daar verder overleg over te voeren? Want dat is een van de belangrijkste punten en wensen die er zijn.

Staatssecretaris Knops:
Om maar heel concreet te worden: naar aanleiding van mijn bezoek werd ik op de vooravond van een gesprek dat ik had met de eilandsraad geïnformeerd over zaken die de eilandsraad anders en sneller wenste te zien, met name waar het gaat om de benoeming van gedeputeerden. Over de opdracht uit de motie, waar terecht naar werd gevraagd, werd gezegd: het duurde zo lang tot de routetijdtabel kwam. Maar ik zat ook te wachten tot er een overleg was en tot er op lokaal niveau iets van overeenstemming zou zijn over hoe je die route-tijdtabel dan invult. De conclusie is wat mij betreft dat de wet de wet is, en dat de wet staat. Daar zijn criteria in vermeld. Het is echt aan de regeringscommissaris en de eilandsraad om te kijken hoe ze dat in de praktijk gaan invullen.

De regeringscommissaris heeft ook de opdracht om overeenstemming te bereiken, en handelt daar ook naar. Ze wil dat ook graag. Maar het moet wel binnen de kaders van de wet, zeg ik even. Anders praten we op twee verschillende niveaus. De wensen die in de brief van de eilandsraad vermeld staan, beschouw ik voor een groot deel als buiten de kaders van de wet. Ik zeg niet dat ze illegitiem zijn, of zo, maar ze zijn in ieder geval buiten de kaders van de wet. De opdracht van de motie-Özütok was niet om de wet te amenderen, maar heel nadrukkelijk: binnen de kaders van de wet specifieker worden ten aanzien van de tijd. Als het nodig is dat ik daar ben, dan kan dat. Ik denk dat in dit geval mijn aanwezigheid daar niet zozeer vereist is. In mijn contact met de regeringscommissaris zal mijn boodschap zijn: blijf in gesprek met de eilandsraad op dit punt en als er extra capaciteiten nodig zijn om processen of onderdelen te versnellen, dan kan Statia op de steun van Den Haag rekenen. Want ik zie ook wel dat het goed zou zijn om het eerder te doen, niet als doel op zich, maar om gewoon sneller door die criteria heen te gaan.

De voorzitter:
Dank. Dan is er nog een interruptie van mevrouw Wuite van D66.

Mevrouw Wuite (D66):
Ik volg ook wat er in de wet wordt omschreven. Daarin gaat het om aanwijzingen. Om het nogmaals te duiden: de staatssecretaris heeft bevestigd dat hij ervan uitgaat dat de twee partijen eruit komen en dat zijn rol minimaal zou moeten zijn. Dat is in ieder geval een antwoord en een helder standpunt. Maar dan kijk ik naar de artikelen met betrekking tot de verantwoordingsplicht. De regeringscommissaris heeft die plicht naar de staatssecretaris. De staatssecretaris is in staat, conform dezelfde wet en de artikelen die daarin zijn opgenomen, om aanwijzingen te geven. De staatssecretaris geeft aan ook behoefte te hebben aan en belang te hebben bij vaart in het proces. Zo kort mogelijk, blijft zijn leidmotief. Dat blijft volgens mij ook ten grondslag liggen aan de start in 2018 en is zelfs ook de basis van de nieuwe wet, die in 2020 van kracht is geworden. Dan vind ik het wel belangrijk om te kijken of de staatssecretaris bereid zou zijn om die aanwijzing nu al wat nadrukkelijker mee te geven. Gisteren zijn wij geïnformeerd door de regeringscommissaris en de eilandsraad. Er blijkt gewoon te veel ruimte, en op de een of andere manier misschien een gebrek aan bereidheid, om nader tot elkaar te komen. Zou de staatssecretaris bereid zijn om die aanwijzingen te geven in de vorm van faciliteren, zoals hij inderdaad zei? Wat zou er aan extra middelen of steun beschikbaar kunnen worden gesteld zodat die vaart er wel in blijft? Op basis van zorgvuldigheid, dat wel.

Staatssecretaris Knops:
Daar zit inderdaad een spanningsveld in. Zoals gezegd, en daarbij moet ik nog altijd aan de woorden van de heer Van Raak denken: het is heel makkelijk om heel snel consultants in te vliegen die even een kunstje doen, die het op orde brengen en die weer weggaan, waarna het niet beklijft. Bij alles wat we doen — bij alle maatregelen ten aanzien van verordeningen en financiële administratie — is het heel belangrijk dat het eigenaarschap gevoeld en beleefd wordt, dus dat mensen dat daadwerkelijk kunnen invullen na het vertrek van adviseurs. Dat is één. Twee. Ik geloof heel sterk in het contact tussen de eilandsraad en de regeringscommissaris, weliswaar in een bijzondere verhouding, want de eilandsraad heeft nu niet alle bevoegdheden die hij in de eindfase wel heeft. Daar wil ik het ook vooral neerleggen. Ik denk dat ik in die zin terughoudend zou moeten zijn met aanwijzingen. Alleen, ik constateer wel dat dat gesprek al een tijdje gevoerd wordt. Zolang je geen overeenstemming hebt over een routetijdtabel, gaan al die dingen ook niet gebeuren. Dan loop je dus het risico dat je uiteindelijk in december 2022 uitkomt. Als je versnelling wil — it takes two to tango — dan moeten twee partijen dat gaan doen. En ik zeg nogmaals: voor mij zijn de kaders heel helder, namelijk de wet. Op het moment dat er voorstellen komen van de eilandsraad die buiten de kaders van de wet gaan, hoe begrijpelijk ze ook zijn, dan hebben we wel een probleem. Er is niemand in de Kamer die die wet geamendeerd heeft. Er is ook niemand die gezegd heeft: het moet anders. Dit was de manier waarop we het gingen doen. Dit vonden we allemaal belangrijk. Daar wil ik dus ook graag aan vasthouden. Binnen de kaders van de wet zou je dan dus tot overeenstemming moeten komen. Dan treft u hier in ieder geval een staatssecretaris die daar niet tot de punten en de komma’s overal zelf in gaat zitten amenderen, omdat ik het heel belangrijk vind dat de relatie tussen de regeringscommissaris-plaatsvervanger en de eilandsraad in ieder geval tot het moment dat fase twee is afgerond, gewoon goed loopt.

De voorzitter:
Ik kijk eerst even of mevrouw Wuite hierop wil doorgaan. Dan kom ik bij de heer Ceder.

Mevrouw Wuite (D66):
Het kan natuurlijk niet zo ontzettend moeilijk zijn. We blijven spreken over een enorm beperkte schaal, met iets meer dan 3.000 mensen. Ik heb zelf ook op de eilanden gewoond. Het zou mogelijk moeten zijn om daar op een organisatorisch goede manier wel degelijk versnelling in aan te brengen. Ik zou graag tegemoetzien dat de staatssecretaris bereid is om daar wat meer in te faciliteren, zodat het op basis van overeenstemming ook echt sneller kan. Dat geeft vertrouwen. Vijf jaar ergens over doen, siert Nederland niet; het siert ons niet.

Staatssecretaris Knops:
Het gaat niet alleen over Nederland. Ik sta redelijk bekend als iemand die van nature een beetje ongeduldig is. Ik zou het dus ook graag veel sneller willen. Maar dan zeg ik toch maar weer even terug: volgens mij kan het allemaal heel snel en wij kunnen ook faciliteren, maar de discussie gaat nu over die routetijdtabel en over die brief die mij werd aangereikt toen ik op Sint-Eustatius was, waarin gewoon een aantal wensen/eisen staan over wat de eilandsraad allemaal wil dat er veranderd en versneld wordt. En dat zijn eisen die buiten de kaders van de wet vallen. Dat wil ik er toch even bij zeggen. Ik kan het niet, want daarvoor zou ik de wet moeten aanpassen, maar ik wil het ook niet, omdat we heel goed hebben nagedacht over waarom die wet zo tot stand is gekomen. We moeten dus wel binnen de wettelijke kaders met elkaar dat overleg voeren. Binnen de wettelijke kaders is wat mij betreft — laat ik dat maar even heel duidelijk zeggen — alles mogelijk. Maar dus wel binnen de kaders.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Even het volgende in aanvulling op wat mevrouw Wuite aangeeft. Ik ben het met u eens dat alles binnen de kaders van de wet zou moeten plaatsvinden. U gaf net ook aan dat u waarde hecht aan het contact tussen de eilandsraad en de regeringscommissaris. Die hecht ik ook. Ik denk dat de staatssecretaris daarin juist een belangrijke rol kan spelen, want kennelijk gaat daar iets niet helemaal goed. U heeft een brief gehad op 16 mei. Daarin staan een aantal verzoeken waarvan u aangeeft dat ze buiten de kaders van de wet liggen. Daar hoor ik u. Maar er staan ook wat gegevens in waarvan ik denk: daar zouden we wel iets mee moeten. De motie-Özütok vraagt een tijdtabel, maar wel in overleg tussen de eilandsraad en de regeringscommissaris. Maar dat stuk heeft niet plaatsgevonden. Dat zegt de eilandsraad in ieder geval. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de plaatsvervangend commissaris dat aspect weerlegt, want die geeft gewoon aan: vijftien dagen nadat de brief is aangeleverd, is er een tijdpad. De eilandsraad geeft aan: dat was niet in overleg met ons. Volgens mij kunnen we daar iets mee. Het volk heeft deze eilandsraad toch gekozen, hoewel hij niet alle bevoegdheden heeft. Volgens mij is het belangrijk dat die twee beter in overleg met elkaar treden. Daarin zie ik wel een rol voor u. Bent u bereid om die rol op te pakken? U zegt: wij kunnen faciliteren. Kunt u toch wel kijken of de eilandsraad en de plaatsvervangend commissaris in ieder geval naar dit tijdpad kunnen kijken en er een reactie op kunnen geven? Dat heeft, voor zover ik kan lezen, niet plaatsgevonden. Wat niet mogelijk is is niet mogelijk, maar wie weet komen daar gewoon heel concrete en constructieve plannen uit. Dat zou kunnen helpen om het tijdpad te versnellen.

Staatssecretaris Knops:
Een heldere vraag, met een antwoord in twee delen. Ik heb gezegd dat we bereid zijn te faciliteren. Dat zit ‘m dan met name in het versnellen van de implementatie van trajecten die ertoe leiden dat je naar de volgende fase gaat. Dat bedoelde ik met faciliteren. Daarnaast: het gesprek tussen de eilandsraad en de regeringscommissaris heeft een aantal malen plaatsgevonden. Er is nu een voorstel gedaan door de regeringscommissaris. Overigens ook terecht, want de Kamer en ik hebben regelmatig gerappelleerd: waar blijft dat stuk nu? Die motie was namelijk heel duidelijk. Die zei: ga bij elkaar zitten en kom met een voorstel. Daarover is men nog niet tot overeenstemming gekomen. Dat proces gaat dus gewoon door. Daar zal ik ook iedereen toe aanmoedigen. Maar ik zeg er nogmaals bij: binnen de kaders van de wet. Dat zal ik stimuleren waar ik dat kan. Op het moment dat je er niet in slaagt om die tijdtabel te maken, wordt het heel onduidelijk volgens welk pad we gaan koersen. Volgens mij was dat juist niet wat de Kamer wilde. De Kamer wilde daar wat meer beeld bij. Ik was eerlijk gezegd verrast door de brief die ik kreeg van de eilandsraad, juist omdat die zo buiten de kaders van de wet ging. Ik had nauwelijks tijd om daar heel lang over na te denken, maar ik heb gezegd: kijk, de wet is de wet en de eilandsraad kan die niet amenderen; dat kan de Tweede Kamer. Volgens mij was er in de Tweede Kamer geen enkele discussie over, dus het lijkt me ook niet logisch dat we dat pad opgaan. Bovendien: wetten amenderen gaat ook niet allemaal heel snel. Dus laten we ons er nu op concentreren dat we eventueel de stappen versnellen die doorlopen moeten worden om in de volgende fase te komen. Dan vervalt die datum van december 2022. Voor alle duidelijkheid: die datum heb ik niet bedacht. Die datum komt gewoon voort uit de vraag hoelang het duurt om bepaalde dingen te doen. Als we in de capaciteit dingen zouden kunnen doen, ben ik graag bereid om daarnaar te kijken. Dat zie ik als mijn taak. Ik zal aan de regeringscommissaris vragen — ik weet ook dat ze dat doet —om opnieuw met de eilandsraad in gesprek te gaan. Ik vraag ook aan de eilandsraad om binnen de kaders van de wet daar een reactie op te geven, en ook een verantwoordelijkheid te hebben om tot overeenstemming te komen met de regeringscommissaris.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij bewegen we naar elkaar toe en dat vind ik fijn. Ik wil even een punt concreet maken. Het gaat er mij om dat de eilandsraad aangeeft niet gekend te zijn in dit tijdpad. U geeft ergens aan dat dit wel heeft plaatsgevonden. Zij geven echt aan van niet. Ik heb gelezen dat er wel wat technische briefings zijn geweest, maar toen was het tijdpad dat op 31 mei is gepresenteerd, gewoon nog niet bekend. Zij zijn daar niet in gekend. Ik hoop dat u — of dat nou een aanwijzing of een aansporing is — zou willen verzoeken om opnieuw in contact te treden met de eilandsraad en te raadplegen over wat zij ervan vinden. En kan dat sneller binnen de kaders van de wet? Dat ga ik, nogmaals, benadrukken, want ik hoop dat u op dat vlak wel de vinger aan de pols houdt, juist omdat we het met elkaar moeten regelen als het sneller kan

Staatssecretaris Knops:
Ja, zeker. Overigens is het zo dat de regeringscommissaris een uitnodiging heeft doen uitgaan naar de leden van de eilandsraad, een aantal dagen geleden. Ik ga ervan uit dat dit gesprek gewoon gaat plaatsvinden. Daar hoort het ook te zijn. Ik ben wat terughoudend over het woord “aanwijzing”, omdat de wet al behoorlijk dwingend is en ik niet echt de behoefte voel om daar nog verder aanwijzingen op te geven. Het woord “aansporen” spreekt mij meer aan, dus dat zal ik ook zeker doen. Dat betekent dan dat het gesprek tussen de regeringscommissaris en de eilandsraad wat mij betreft zo spoedig mogelijk plaatsvindt, op basis van die uitnodiging, binnen de kaders van de wet. Als daar dingen uitkomen die sneller kunnen, dan ben ik bereid om daar capaciteit beschikbaar voor te stellen.

De voorzitter:
Tot zover de interrupties over het tijdpad. Dan kan de staatssecretaris verder.

Staatssecretaris Knops:
Ik was eigenlijk nog met mijn inleiding bezig, voorzitter, maar dat maakt niet uit. Waar het uiteindelijk om gaat, is dat de inwoners van Sint-Eustatius, de mensen die ik ook telkens op mijn bezoeken spreek, zien en voelen dat er serieus bijstand wordt geboden endat ze weer qua dienstverlening een overheid hebben waar ze ongeacht hun afkomst gelijkwaardig behandeld worden. De willekeur die er was, en die ook beschreven is, zou niet meer moeten plaatsvinden. Elke burger is gelijk. Er moet ook gewoon een moderne overheid ontstaan. Het doel is nog steeds: terug naar de fase van volledige democratie. De mensen op Sint-Eustatius zouden met hun eigen eilandsraad, hun eigen gedeputeerden en hun eigen gezaghebber dadelijk gewoon het eiland weer moeten kunnen besturen. We hebben gezien dat daar verantwoordelijkheden bij komen, die ook genomen moeten worden, en dat besturen niet altijd vanzelf goed gaat.

In die zin zou ik het heel jammer vinden als we op de een of andere manier terug zouden gaan naar de situatie zoals die in 2017 bestond. Toen wij spraken met de Kamer, op basis van het rapport van de Raad van State, hebben we gezegd: ik zou niet graag een mogelijkheid in de wet hebben waardoor je weer een fase terug moet. De Raad van State heeft dat geopperd in zijn advies: zou je niet in de wet een soort reversed mechanism moeten hebben, dus dat je niet alleen vooruit kunt, maar ook achteruit? Daar is van alles over te zeggen, maar we hebben gezegd: we kunnen beter gewoon stappen zetten waarbij iedereen het gevoel en de overtuiging heeft dat we doorgaan, en dat we niet stappen terug hoeven, want dat is niet goed voor het draagvlak. Bewust hebben we dat dus ook weggelaten in de Wet herstel voorzieningen. Daarmee ben ik nog preciezer in het wel voldoen aan de criteria die horen bij de verschillende fasen. Dat is dus wel een weegpunt dat we indertijd besproken hebben.

Volgens mij, voorzitter, heb ik daarmee mijn algemene inleiding neergelegd en kunnen we nu over naar een aantal thema’s die door de leden zijn aangedragen. Daarbij is, denk ik, het punt van de motie-Özütok voldoende besproken, net als het herstel versnellen.

Een aantal leden vroeg wanneer de nieuwe regeringscommissaris benoemd kan worden. In het gesprek met de eilandsraad gebruikte ik een uitdrukking die, als je die in het Engels vertelt, niet overal ingeburgerd is: we zoeken eigenlijk het schaap met de vijf poten. We zoeken iemand die op een klein eiland kan werken, die over de vaardigheden beschikt om met verschillende culturen om te gaan, die deskundig is et cetera en die misschien — stel dat hij hiervandaan zou komen — bereid is om daar te gaan wonen en werken. Dat bedoelde ik in positieve zin. Ik wil echt moeite doen om daar iemand naartoe te sturen die ook past bij de cultuur van Statia. Ik heb gezegd: ik kom zelf uit een klein dorp. Dat is anders dan een eiland, maar ik heb wel gevoel voor eigenheid. Ik vind ook dat die ruimte er moet zijn. Maar dat was nog niet zo heel makkelijk.

De voorzitter:
Ik begrijp dat u “the sheep on five legs” zei en dat de eilandsraad zocht naar …

Staatssecretaris Knops:
Zoiets, ja.

De voorzitter:
Is er een Engels equivalent?

Staatssecretaris Knops:
Volgens mij niet. We gaan het even uitzoeken. Ik kom daar in de tweede termijn op terug! Maar het was zo bedoeld als: ik wil niet over één nacht ijs gaan. Ik heb ook van de eilandsraad geluiden gehoord dat het wel heel snel gaat: we hebben eerst een regeringscommissaris en plaatsvervanger gehad die na twee jaar vertrokken zijn, en nu een regeringscommissaris die na een jaar, anderhalf jaar vertrekt. De heer Van Rij heeft mij gevraagd hem ontslag te verlenen vanwege een andere taak waarvoor een beroep op hem werd gedaan. Ik had dat natuurlijk formeel kunnen weigeren, maar daar zit niet iets achter van: ik zie het niet meer zitten of ik wil hier weg. Helemaal niet. Alleen, dit soort dingen gebeuren gewoon. Dan is het in dit geval aan mij om ervoor te zorgen dat er goeie vervanging komt. Ik ben heel blij dat mevrouw Alida Francis bereid was om het waar te nemen. Ik vind ook dat ze dat gewoon heel goed doet, maar ik zie ook wel dat het, juist vanwege het ontbreken van gedeputeerden, van belang is dat er een tweede bestuurder bij komt, zodat ze weer compleet zijn. Ik hoop dat ik binnen een week of twee met een nieuwe kandidaat kan komen. Dat zal ook met de eilandsraad besproken worden. Daar is geen formele consultatie voor. Er is geen formele rol van de eilandsraad om een soort instemmingsrecht te hebben in deze fase, maar ik probeer in de selectie natuurlijk wel te kijken naar iemand die daar past. Het moet wel een goede match zijn. Het moet iemand zijn met gevoel voor het eiland en voor wat er speelt.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik kan mij zo voorstellen dat, ook al is er geen verplichting, het wel heel constructief zou kunnen zijn om zo’n besluit in overleg te nemen, zeker gezien het feit dat er wederzijds vertrouwen dient te worden opgebouwd. Wat is het bezwaar daartegen, zou ik de staatssecretaris willen vragen.

Staatssecretaris Knops:
Op zich lijkt daar geen bezwaar tegen te zijn, maar op het moment dat je in overleg gaat en de eilandsraad zou zeggen “we hebben toch twijfels; we weten het niet”, dan zou dat de facto neerkomen op een instemmingsrecht. Dan zou ik de eilandsraad in een positie brengen waarin ze daar iets van moeten vinden. Zoals u weet, zijn de regeringscommissaris en degenen die eerder benoemd zijn, door mij benoemd. Ze hebben allemaal een duidelijke taakopdracht en een tijdelijke functie. Hun functie verdwijnt. Zij moeten eigenlijk zo hard mogelijk werken om zichzelf overbodig te maken, zodat we weer terug kunnen naar normaal. In de afgelopen periode hadden we de combinatie met Marnix van Rij en Alida Francis. Van mijn contacten in de eilandsraad heb ik gehoord dat men op zich heel tevreden was over hoe dat allemaal gegaan is. Ze zijn eigenlijk op zoek zijn naar weer dat soort mensen. Nou, dezelfde mensen vind je niet. Het is aan mij, het is mijn verantwoordelijkheid, waar ik ook op aanspreekbaar ben, dat daar iemand komt waar men ook tevreden over kan zijn en die ook de capaciteiten heeft om dit op een goede manier te doen. Er is dus op zich geen bezwaar tegen. Voordat het in de openbaarheid komt, zal het met de eilandsraad besproken worden. Kijk, als ik twijfel zou hebben bij iemand die ik zou voordragen, dan … Ik denk er goed over na. Dat doe ik overigens niet alleen. We kijken goed naar de scouting voor deze bijzondere positie.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik ga ervan uit dat u daar zorgvuldig in zult zijn. Tegelijkertijd kan ik me nogmaals voorstellen dat de symbolische waarde van overleg meer waard is dan het risico dat uw ongetwijfeld fantastische keuze met de beste intentie die toch ook weer in de lijn is van — het spijt me dat ik dat woord weer moet gebruiken — de paternalistische gedachte dat het feitelijk en juridisch aan u is, in de praktijk als vervelend wordt ervaren. Ik kan me voorstellen dat dit een perfect moment is om die hand waar de heer Ceder het over had, uit te reiken en te zeggen: laten wij samen het eigenaarschap nemen voor dit probleem, laten wij samen op zoek gaan naar een oplossing, waarin het eigenaarschap wordt bevorderd.

Staatssecretaris Knops:
Mevrouw Simons heeft zojuist van mij gehoord dat ik dat eigenaarschap heel belangrijk vind, alleen zitten we nu wel in een bijzondere fase. We zitten in de fase van de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius na de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius, waarin gewoon heel precies beschreven is wie welke verantwoordelijkheden heeft. Het klinkt misschien een beetje hard en onaardig, maar zo bedoel ik het niet: in deze fase heeft de eilandsraad nog niet al die bevoegdheden. Ik heb goed naar ze geluisterd. Ik heb ook gehoord dat ze het jammer vonden dat Van Rij wegging. Ze vonden dat het duo goed werkte. Nou hadden we ook daarover goed van tevoren nagedacht. Het is altijd even zoeken. Ook daarvoor geldt weer dat er van twee kanten rapport moet zijn om daar een goede band in op te bouwen. Ik heb er vertrouwen in dat dat dadelijk weer gaat gebeuren. Ik wil de eilandsraad ook niet belasten met een verantwoordelijkheid. Ze moeten daar bij wijze van spreken straks ook kunnen zeggen dat ze niks vinden. Dat zou ik jammer vinden, want ik denk dat er goede kandidaten zijn, maar het is op dit moment gewoon formeel niet hun verantwoordelijkheid. Dat gesprek zal zeker gevoerd worden, maar niet in consulterende zin. Dat is het enige wat ik daarvan kan zeggen. Het is geen formele consultatie van de eilandsraad.

De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Kuiken van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
De Jack of all trades. Ik zou het fijn vinden dat wij worden geïnformeerd op het moment dat die benoeming er is, ook over het verdere proces.

De voorzitter:
Het is niet per se een Jack, het mag ook een vrouw worden natuurlijk.

Staatssecretaris Knops:
Dat zeg ik toe. Ik maak de kanttekening dat eerst de eilandsraad geïnformeerd zal worden en daarna de Tweede Kamer. Dat is wel netjes.

Er zijn vragen gesteld over de vaccinaties. Vorige week hebben we daar ook al over gesproken. De vraag is heel gerechtvaardigd wat wij nog kunnen doen om die vaccinatiegraad omhoog te krijgen. Op de een of andere manier blijft die achter. Ik heb er toen we er waren over gesproken met de vaccinatiegezant. Er zijn grote verschillen met sommige andere eilanden. Het is de primaire verantwoordelijkheid van VWS, de vaccinatiegezant en in dit geval het openbaar lichaam om daar vorm en inhoud aan te geven. Het is ook belangrijk dat de eilandsraad zelf unisono uitdraagt dat dit belangrijk is. Het zijn toch belangrijke mensen op het eiland die ook een verantwoordelijkheid hebben voor het bestuur. Zij zouden inwoners ook kunnen aanmoedigen om dit te doen. Ik heb de kerkelijk leiders gesproken. Zij hebben gezegd dat ze dat gedaan hebben en blijven doen. Morgen vindt een conferentie plaats met de BES-eilanden en de vaccinatiegezant Marc Sprenger om te kijken wat er op basis van best practices nog te doen is. Op Saba zijn ze gewoon echt de wijken ingegaan. Wellicht dat dat een optie zou kunnen zijn, maar het is niet helemaal mijn vakgebied. Ik laat het over aan de experts om te kijken hoe we kunnen voorkomen dat die vaccins die nu nog in de koelkast liggen, dadelijk over datum zijn en niet meer gebruikt kunnen worden. Dat is iets wat natuurlijk niemand wil. Ik doe nogmaals een appel op de inwoners van Sint-Eustatius, maar ook op de politieke leiders om mensen aan te moedigen. Misschien is het soms op Facebook gebaseerd. Op het moment dat steeds meer mensen gevaccineerd zijn, wordt het misschien ook wat makkelijker om mensen over te halen om zich te laten vaccineren.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
In de gesprekken die we hebben gehad, hebben we het signaal gekregen dat er niet zo veel vertrouwen is in de mRNA-vaccins. In Nederland is dat heel anders. Is dat iets waarnaar gekeken wordt als een soort last resort om toch die vaccinatiegraad omhoog te krijgen?

Staatssecretaris Knops:
Ik neem aan dat dat ook morgen in dat gesprek aan de orde komt. Ik beschouw het als onderdeel van het pakket aan opties. Alle opties die nut hebben, moeten we inzetten als het niet te gek wordt. Het is gewoon van belang voor het eiland. U hebt er zelf een vraag over gesteld, maar mevrouw Van den Berg, die net binnenkomt, heeft gevraagd wanneer het eland weer open kan. Ik heb ondernemers gesproken die zeggen: ja, er wordt nu wel omgeboekt. Alle verplichtingen die voortvloeien uit het feit dat je een eiland binnenkomt waar nog niet de helft gevaccineerd is, maakt met alle beperkingen en lasten die erbij komen dat mensen zeggen: nou, dan gaan we naar Saba. Dat is ook niet verkeerd, maar de ondernemers op Sint-Eustatius maken zich daar grote zorgen over. Als we dan weten dat die steunpakketten eindig zijn, dan is het van belang om zo snel mogelijk naar die 80% toe te gaan.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Een van de belangrijke dingen was dat één prik — dat zou dan Janssen zijn — zou kunnen helpen in de bereidheid om te vaccineren.

Staatssecretaris Knops:
Volgens mij heeft niemand, ook Sprenger niet in de gesprekken met mij, op voorhand opties uitgesloten. Nogmaals, het is de verantwoordelijkheid van VWS. We zitten er heel praktisch in. Ik ga ervan uit dat tijdens de conferentie van morgen ook dit soort opties op tafel worden gelegd. Via collega Blokhuis zal u daarover worden geïnformeerd.

De voorzitter:
Dank daarvoor. Ik kijk even naar mevrouw Wuite van D66.

Mevrouw Wuite (D66):
Ik blijf terugkomen op die duiding van de verschillende taken en verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Ik begrijp van de staatssecretaris dat het onderwerp van de vaccinatie hem ontzettend aan het hart gaat. Ook hij vindt die vaccinatiegraad veel te laag. Ik duid dat als: het openbaar lichaam zou meer kunnen doen. Ik beschouw het openbaar lichaam als de regeringscommissaris, als de bestuurder die de verantwoordelijke is en die aan de staatssecretaris verantwoording aflegt. De staatssecretaris heeft eerder gezegd dat hij liever het woord “aansporen” gebruikt dan het woord “aanwijzen”. Hij doet net de oproep aan politici om er meer aan te doen. Ik zou hem willen vragen: zou hij willen aansporen of aanwijzen dat zijn bestuurder er meer aan doet? Hij kan de strategie van een effectieve vaccinatie nadrukkelijker bespreken: wat werkt bij deze bevolking? Dat is natuurlijk heel bijzonder. We hebben het ook in Nederland gezien dat mensen met een andere culturele achtergrond anders omgaan met ziekte en gezondheid. Is de staatssecretaris bereid om zijn eigen bestuurder aan te spreken om meer te doen op het vaccineren? Ik beschouw de staatssecretaris in een aantal opzichten als eindverantwoordelijk, natuurlijk samen met VWS.

Staatssecretaris Knops:
Ik heb dat punt de vorige keer ook gemaakt, maar het is niet mijn verantwoordelijkheid. Ik zeg het maar even heel strak. Het is niet mijn verantwoordelijkheid en evenmin die van de regeringscommissaris om ervoor te zorgen dat mensen gevaccineerd worden. Ik hoef de regeringscommissaris op dit punt in het geheel niet aan te sporen, zeg ik tegen mevrouw Wuite. Kijk, het is een probleem waar we allemaal mee geconfronteerd worden. VWS bekijkt samen met de vaccinatiegezant welke opties er nog zijn om mensen te bewegen om het wel te doen. Het is veel ingewikkelder dan dat het alleen een verantwoordelijkheid zou zijn. Ik heb de vergelijking gemaakt met een burgemeester in een willekeurige stad, die ook niet verantwoordelijk is voor de vaccinatiegraad, ook niet in een bepaalde wijk waar mensen minder bereid zijn om zich te laten vaccineren. Dat fenomeen kennen we ook in Europees Nederland. De verantwoordelijkheid ligt in dit geval gewoon bij VWS. Daar moet men kijken hoe die voorraad aan vaccins zo snel mogelijk geprikt kan worden en hoe mensen overtuigd kunnen worden van het nut daarvan. Daarvoor is de vaccinatiegezant ingezet. Mevrouw Francis als waarnemend regeringscommissaris heeft al talloze malen, ook op de radio en op social media, opgeroepen om het wel te doen. Ik heb dat zelf ook gedaan. Wellicht zijn er andere mogelijkheden om die graad omhoog te krijgen. Daar wordt nu door de experts over gesproken. Uiteraard zal de regeringscommissaris alle medewerking verlenen aan welke optie dan ook om meer mensen te vaccineren. Ik snap dat in dit debat heel veel zaken aan de orde komen …

De voorzitter:
Uw laatste vraag, mevrouw Wuite.

Mevrouw Wuite (D66):
Nogmaals een verheldering voor de staatssecretaris. De staatssecretaris begon zelf met: het openbaar lichaam is verantwoordelijk. Dan weet ik niet wie het openbaar lichaam is. Dat kan ik gewoon niet goed begrijpen. Ik probeer te begrijpen wie het openbaar lichaam is om te bekijken wie hierop moet worden aangesproken. Het is precies wat de staatssecretaris zegt: het is een hele serieuze aangelegenheid die de sociaal-economische omstandigheden van het eiland op een bepaalde manier beïnvloedt.

Staatssecretaris Knops:
Ik heb niet gezegd dat het openbaar lichaam verantwoordelijk is. Ik heb gezegd dat er een verantwoordelijkheid is voor leiders, ook politieke leiders, om zich uit te spreken en om zelf het goede voorbeeld te geven. Er zijn een aantal leden in de eilandsraad die daar andere opvattingen over hebben, maar ik vind dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben. De kerkelijk leiders die ik gesproken heb, hebben die verantwoordelijkheid genomen. Het is niet een kwestie van een aanwijzing geven. Je kunt niemand dwingen om gevaccineerd te raken. Het is geen verantwoordelijkheid van het openbaar lichaam. We hebben met z’n allen een verantwoordelijkheid om elkaar te overtuigen dat de vaccinatie van onszelf ook het helpen van iemand anders is. Daar speelt de regeringscommissaris een belangrijke rol in. Daar heeft zij ook al heel veel activiteiten voor ondernomen. Mijn enige oproep is dat meer mensen daar een rol in hebben. Het is niet alleen de overheid die dit moet regelen. Als het gaat om het vaccinatieprogramma en de wijze waarop dat verloopt, ligt die verantwoordelijkheid echt bij VWS. Ik zou ‘m best willen overnemen — daar gaat het niet om — maar hij ligt niet bij mij.

De voorzitter:
Specifiek bij staatssecretaris Blokhuis.

Staatssecretaris Knops:
Ja. Ik zou het niet willen overnemen omdat hij het niet goed zou doen hoor. De verantwoordelijkheid ligt niet bij mij. Ik weet dat Blokhuis er net zo in zit: we willen de eilanden zo snel mogelijk op 80% hebben. Dat is het doel dat wij hebben. Daar zijn allerlei opties voor en die gaan morgen besproken worden in dat overleg met de vaccinatiegezant.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Misschien is mijn vraag allang beantwoord, dus dan skippen we deze interruptie. De staatssecretaris onderstreept terecht het belang, want ondernemers zijn bang dat mensen naar een ander eiland dan Statia op vakantie gaan. Dat zou natuurlijk berezonde zijn. Spelen ondernemers een rol om dit duidelijker te maken in de samenleving? De werkgelegenheid en alles is afhankelijk van onze de vaccinatiegraad.

Staatssecretaris Knops:
Jazeker spelen ze een rol. Ik heb een gesprek met hen gehad. Zij keken eigenlijk naar mij met het gevoel “we willen het allemaal, maar het gebeurt niet”. Ook voor die ondernemers is het belangrijk om dat in hun eigen gemeenschap over te brengen. We hebben het over 3.000 mensen. De ondernemers moeten duidelijk maken dat, als hun bedrijf dichtgaat of niet kan opereren, de baan van de inwoners op de tocht staat. Zo simpel is het. Juist vanwege de kleinschaligheid zouden mensen met elkaar in gesprek moeten. Wellicht helpt zo’n bezoek aan wijken daar wel mee. De mensen moeten ervan overtuigd worden dat die vaccinatie veel meer is dan alleen die prik bij henzelf. Het heeft echt gevolgen voor de economie op het eiland, de banen die er zijn et cetera et cetera. Alles hangt met elkaar samen, veel meer dan je hier in Europees Nederland ziet. Hier zou je nog kunnen zeggen: ik verschuil me ergens. Maar daar leeft iedereen letterlijk dicht bij elkaar. Iedereen heeft daar te maken met de negatieve consequenties van een onvolledig gevaccineerde populatie.

De voorzitter:
Dat was een antwoord op de vraag. Heel goed. U kunt verdergaan met de beantwoording.

Staatssecretaris Knops:
Mevrouw Wuite vroeg hoe het zit met platforms als de burgerparticipatie. Ik geloof daar heel sterk in. We hadden eerst de maatschappelijke adviesraad. Die hebben we opgeheven. Daar is wel discussie over geweest, maar na de verkiezingen van oktober 2020 zou de eilandsraad eigenlijk de rol moeten vervullen van een volksvertegenwoordiging. Als je daar nog een maatschappelijke adviesraad naast zet, dan krijg je een soort concurrentie. Het is een feit dat die verbinding met de samenleving, het maatschappelijk middenveld, belangrijk is en dat het voor de regeringscommissaris en de eilandsraadsleden een belangrijke opgave is om daarmee in verbinding te staan. Dat staat buiten kijf.

De heer Van Rij en mevrouw Francis hebben de contacten met toen nog de sociaal-maatschappelijke raad tot aan de verkiezingen zeer nauw onderhouden. Die zijn elf keer bij elkaar geweest. Ik heb ze zelf twee of drie keer gesproken. Daar zitten mensen van allerlei achtergrond in. Het is goed om die geluiden ook te horen. Ze hebben geen formele taak, maar ze kunnen wel klankkleur geven aan hoe over bepaalde zaken wordt gedacht. Er is over van alles gesproken, van covid tot loslopend vee tot afvalmanagement tot problemen met de waterleiding. Maar covid heeft ook daarin beperkingen opgeleverd. Tijdens de lockdown is men natuurlijk niet bij elkaar gekomen. Samen met de nieuwe eilandsraad en de griffier wordt aan een voorstel gewerkt om die burgerparticipatie concreet vorm te geven. Wat mij betreft is er alle ruimte om dat nu gewoon weer volledig op te pakken. Dan kunnen ze zelf kijken wie in die raad moeten plaatsnemen, zodat je een beetje representatieve afvaardiging vanuit de bevolking krijgt.

De heer Ceder stelde een vraag over de opleiding van eilandsraadsleden en ambtenaren. Daar zijn verschillende programma’s voor beschikbaar. Ook voor de verkiezingen zijn die al ter beschikking gesteld. Ik zou ze vooral nogmaals onder de aandacht willen brengen, omdat we naar een dienstverlening toe gaan, naar een andere overheid, waarbij digitalisering een veel belangrijkere rol speelt. Het is voor iedereen belangrijk om zich te laten bijscholen. De gesprekken die de plaatsvervangend regeringscommissaris heeft gehad met de leden van de eilandsraad over die vorige sessies, ondervonden wat kritiek, omdat mensen vonden dat daar onvoldoende aansprekende rolmodellen bij zaten. Daar moet opnieuw naar gekeken worden. Het moet wel aansluiten bij de behoeften die er zijn. Ik denk dat het van belang is om dit te blijven doen.

Mevrouw De Vries vroeg wat de belangrijkste zaken zijn die als eerste aangepakt moeten worden qua goed bestuur en financieel beheer. Zoals gezegd, de problemen waren veel groter dan we aanvankelijk dachten. Op veel terreinen moest er van alles gebeuren. De belangrijkste zaken liggen toch op het gebied van goed bestuur en een robuust ambtenarenapparaat, waarbij — het klinkt heel saai — de procedures op orde moeten zijn, het beleid op orde moet zijn, het beleid ook gevolgd moet worden, en handhaving plaatsvindt. Beleid maken is mooi, maar als je niet handhaaft dan wordt het een papieren tijger. De commissie van wijzen heeft indertijd gezegd dat dit een heel belangrijk punt is. Dat moet je depolitiseren. Als je in Nederland een probleem hebt met de Belastingdienst, kun je niet de staatssecretaris van Financiën bellen, maar kom je in het ambtenarenapparaat terecht. Dat moet je hier ook regelen om te voorkomen dat er willekeur plaatsvindt. Dat hebben we in het verleden gezien. Dat zijn wel de allerbelangrijkste zaken.

Financieel beheer staat met stip bovenaan. Er zijn 118 maatregelen opgesteld in een verbeterplan. Het rapport van het Cft gaf daar ook wel aanleiding toe. We hebben nog steeds geen door accountants goedgekeurde jaarrekeningen. Dus zelfs onder het bewind van Nederland — zo zou je het kunnen zeggen — is dat nog niet op orde. Daar moeten echt nog stappen in worden gezet. Dat heeft ook weer te maken met die digitalisering. De planning-en-controlcyclus moet op orde komen. Ambtenaren moeten zijn opgeleid. Vacatures moeten zijn ingevuld. Er moet een functieboek worden vastgesteld. Het zijn allemaal zaken die daarbij horen.

Daarnaast is er nog gevraagd naar de zoetwatervoorziening. Niet alle huizen zijn aangesloten. Het aansluitpercentage moet dus omhoog. We hebben er in ieder geval wel voor gezorgd dat met die nieuwe buffertanks met vier keer zo veel capaciteit als de oorspronkelijke tanks — ik heb ze gezien — in tijden van strategische beperkingen uit die voorraad kan worden geput. Die drinkwatervoorziening moet gegarandeerd zijn. We moeten niet weer in de situatie komen die we anderhalf jaar geleden hebben meegemaakt.

Bij de infrastructuur zou het allemaal sneller hebben gekund. Voor een deel waren er beperkingen met materieel dat moest komen. Ik heb gesprekken gevoerd met bouwers en wegenbouwers, en die zeggen allemaal: wij vinden het eigenlijk wel prima zo, wij gaan gestaag verder, hetgeen betekent dat wijzelf al die werken kunnen doen. Ze hebben technieken, ze maken goed spul, maar ze hebben nog niet in omvang de grootste bedrijven. Ik vind dat alleszins verdedigbaar. De wegen die nu zijn aangelegd, zijn echt een verbetering ten opzichte van de gatenkaas die we aantroffen toen we aankwamen. Het was gewoon heel slecht. We zijn er nog niet. Er moet nog veel gebeuren, maar dit is iets wat voortdurend wordt opgepakt en waar in de afgelopen jaren vele miljoenen extra in geïnvesteerd zijn.

Dan de geitenproblematiek.

De voorzitter:
Voordat u naar de geiten gaat, nog even naar mevrouw De Vries.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter, ik verlaat de vergadering, maar ik zal de Handelingen nalezen op de antwoorden op mijn vragen.

De voorzitter:
Dank u. Dan nu mevrouw De Vries.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Misschien nog even terug naar het goed bestuur, het robuuste ambtenarenapparaat en de handhaving. Dat heeft voor een deel ook met cultuur te maken. Cultuurverandering is altijd een heel taai proces. Zijn dit ook zaken die, voordat we naar de volgende stap kunnen gaan, opgelost moeten worden? Zijn dat factoren waar de staatssecretaris naar kijkt?

Staatssecretaris Knops:
Zeker. Dat verhaal van de cultuur is weerbarstig. Soms botst cultuur met structuur of met wetgeving. Uitganspunt is en blijft dat de WolBES en de FinBES en de wetgeving die 10-10-10 tot stand is gebracht voor deze bijzondere gemeenten, voor alle openbare lichamen geldt. Ik heb zojuist in herinnering gebracht hoe indertijd ook met moties publiekelijk afstand van die wetgeving werd genomen onder het mom van autonomie, zelfbeschikkingsrecht of wat dan ook, maar dat is niet de juridische structuur waarin we met z’n allen zitten. Op het moment dat die wetten er zijn en je ook beleid maakt ten aanzien van woningbouw, geitenhouderij of wat dan ook, op lokale schaal — soms gaat het ook om wetten die rechtstreekse werking hebben op het eiland — moet er ook gehandhaafd kunnen worden. Dat hoort er gewoon bij. Als het onderdeel van de cultuur is in de zin van “dat zijn we hier niet gewend”, dan zul je door middel van voorlichting …

Die geiten zijn een heel mooi voorbeeld. Doordat er nooit gehandhaafd is of doordat er onvoldoende beleid was, is het probleem nu zo groot. Sommige problemen ontstaan en worden alleen maar groter en groter. Het wordt dan steeds moeilijk om ze op te lossen. Ik denk dat het een kwestie van tijd is, maar vooral ook van het benoemen waar de aarzelingen zitten. Vergis u niet, als je boa bent, als je ambtenaar bent en je moet handhaven op een eiland van 3.000 inwoners, dan ken je natuurlijk iedereen. Dat maken wij op de schaal van Europees Nederland natuurlijk ook mee, maar het is soms wat lastiger om zo’n taak in te vullen. Maar als iedereen weet dat je dit nodig hebt om willekeur te voorkomen en om iedereen gelijk te behandelen, dan denk ik dat je dat ook kunt uitleggen.

Dan ten aanzien van de geiten. Ik heb inderdaad de geitenproblematiek op Saba en Sint-Eustatius gezien. Bij mijn vorige bezoek aan Sint-Eustatius was ik in Boven National Park, waar je ook echt ziet wat de erosie doet, en op de Quill, waar zo’n beetje de hele bodemvegetatie weg is. De enige dieren die je daar nog tegenkomt, zijn inderdaad geiten. Voor de rest heb ik daar geen dieren gezien. Ik ben helemaal tot bovenop gegaan, maar ik heb onderweg alleen geiten gezien. De mensen van het Wereld Natuur Fonds en STENAPA die daar actief zijn, zeggen ook: dit is te herstellen, maar als je dit nog heel lang laat voortduren, dan heb je los van de erosieproblematiek — als er hevige regenbuien vallen spoelt er van alles uit in het koraal, wat natuurlijk negatief is — komen bepaalde soorten gewoon niet meer terug of moet je dat actief herstellen. Het is dus eigenlijk vijf over twaalf om daar iets aan te doen.

Saba heeft er inmiddels voor gekozen — daar heeft het ook een iets langere aanloop gehad — om die geiten af te schieten, in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds. Dat is dus gewoon een programma van het Wereld Natuur Fonds dat op meerdere plekken heeft bewezen dat het werkt. Je moet die populatie terugbrengen, anders is het probleem bijna niet meer te behappen. Op Sint-Eustatius is daar een gesprek over geweest. Er was bijna een plan dat uitgevoerd kon worden maar uiteindelijk was daar politiek onvoldoende steun voor bij ondernemers. Ik denk ook dat het hierbij van belang is dat ook de eilandsraad intern het politieke debat gaat voeren over de vraag wat men nu belangrijk vindt op het eiland.

Natuurlijk is geitenhouderij nog steeds mogelijk, maar dan moet je het wel gecontroleerd doen. Wat hier gebeurt, is dat ze allemaal rondlopen en overal en van iedereen eten en dat de problemen ook voor iedereen zijn. Daar moet je dus beleid op maken dat je lokaal moet vaststellen, wat ook kan met assistentie van LNV. Ook hier geldt: dan moet je gaan handhaven als je dat beleid eenmaal hebt, anders heeft dat beleid geen zin. Ik hoor vanuit de eilandsraad dat daar wisselende opvattingen over bestaan. Dat mag natuurlijk, maar dat brengt de oplossing niet dichterbij. Ik vroeg die man van het Wereld Natuur Fonds: gaat het ook werken wat jullie hier gaan doen? Toen zei hij tegen mij: “Dat is een beetje een gekke vraag, want ik heb dat al een aantal keren gedaan, op allerlei eilanden. Ik weet één ding honderd procent zeker: het werkt, maar er is wel politieke moed voor nodig om die stap te zetten”. Dit is dus ook een uitnodiging aan de eilandsraad om op dit punt z’n knopen te tellen en, zo hoorde ik mevrouw Wuite zojuist zeggen, nu door te pakken. “Nu doorpakken” is een mooie slogan, dus ik zou zeggen: laten we dat maar gaan doen.

De voorzitter:
Ja, nu doorpakken. Mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Die slogan van mevrouw Wuite spreekt mij natuurlijk wel aan. Hebben wij goed begrepen dat maar een heel klein percentage mensen eigenaar is van al die geiten? De staatssecretaris zegt terecht: 100% van de mensen heeft hier last van. Als je een moestuintje zou willen maken omdat de import vaak zo duur is, dan is dat niet mogelijk, want de geiten eten alles op, nog los van de erosieproblemen die de staatssecretaris schetst. Maar is het wel bekend, informeel, dat die geiten eigenlijk maar van een paar mensen zijn? Ik hoorde dat iets van 1% van de mensen eigenaar van de geiten is, terwijl 100% er last van heeft.

De voorzitter:
Nu doorpakken, the one percent. Er komen een hoop mooie concepten langs.

Staatssecretaris Knops:
Ik snap de vraag, maar die kan ik niet helemaal beantwoorden. Ik weet niet precies van wie al die geiten zijn. Dat staat er niet op. Dat maakt het ook zo ingewikkeld soms. Ze zijn op Saba ook niet alle geiten aan het verwijderen, maar ze zijn ze wel fenced aan het telen, fokken. Dan kan het. We hebben die klif voor 10 miljoen moeten stutten en een hele constructie moeten aanbrengen. Dat is bijna allemaal het gevolg van geiten die echt op geitenpaadjes kunnen lopen om de laatste struikjes nog op te eten. Het zijn schattige beesten, maar ze richten wel een behoorlijke ravage aan. Waar wil Sint-Eustatius naartoe? Wil je je prachtige natuur ook kunnen vermarkten in die zin dat ze hoogwaardig behouden blijft voor de mensen die er wonen maar ook voor de mensen die daar komen en daar geld uitgeven als toerist, dan moet je daarover wel de discussie gaan voeren, want anders weet ik wat er gebeurt. Dan blijft de erosie toenemen en is hetgeen we nu gedaan hebben slechts tijdelijk, waarna er weer een probleem is. Dat moet dus echt opgelost worden.

De voorzitter:
Zijn alle geiten in eigendom, of zijn er ook zwerfgeiten?

Staatssecretaris Knops:
Ik denk dat er zo veel geiten zijn dat er ook zwerfgeiten zijn.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Staatssecretaris Knops:
Maar ik kom nu eerlijk gezegd op een kennisniveau waarop ik wat begin af te haken. Ik weet dus niet of ik dit met zekerheid kan zeggen.

De voorzitter:
Ik zal niet doorvragen.

Staatssecretaris Knops:
Mevrouw Kuiken vroeg naar de mogelijkheden en beschikbaarheid van een gynaecoloog op Statia. Dit is ook weer het domein van collega Blokhuis. Maar ik heb even even nagevraagd wat daar op dit moment speelt. De dialysezorg en de zorg op het gebied van gynaecologie kunnen op Sint-Maarten geleverd worden. Er is ook een gynaecoloog aanwezig op Sint-Eustatius. Ik begrijp dat de samenwerking met het ziekenhuis op Sint-Maarten goed gaat. Aanpassing van de huidige werkwijze ten aanzien van de dialysezorg is op dit moment niet mogelijk. Indien dat in de toekomst wel mogelijk wordt, heeft dit zeker de aandacht van VWS. Als mevrouw Kuiken daar meer over zou willen weten, dan stel ik voor dat ze die vragen toch aan de staatssecretaris van VWS stelt.

De voorzitter:
U zei: er is een gynaecoloog aanwezig op Sint-Eustatius. Of bedoelde u Sint-Maarten?

Staatssecretaris Knops:
Hier staat Sint-Eustatius.

De voorzitter:
Dat was na de introductie, die erover gaat dat die zorg beschikbaar is op Sint-Maarten.

Staatssecretaris Knops:
Er is een gynaecoloog, maar geen ziekenhuis, althans geen ziekenhuis van de schaal en de expertise op Sint-Maarten.

Ten aanzien van de vragen die mevrouw Kuiken had over de riolering in de haven zal ik de collega van IenW vragen om de Kamer schriftelijk te informeren. Die informatie heb ik nu niet.

Mevrouw Simons had een vraag over de route-tijdtabel. Die vraag heb ik beantwoord. Maar ze had nog een aantal andere vragen. Over de ondersteuning heb ik al gezegd dat ik bereid ben om die ondersteuning te leveren. Dat doen we nu overigens ook al. Dat is ook niet gek, want er moet heel veel extra’s gebeuren. Dat is een soort inhaalslag, dus dat kan ook niet alleen via Sint-Eustatius. We doen dat allemaal met het doel om de overheidsorganisatie beter te maken en uiteindelijk daarmee de mensen op Sint-Eustatius beter te bedienen, want die hebben daar ook recht op als inwoners van Caribisch Nederland.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik zou graag van de staatssecretaris daar iets concreters over horen. Wij leveren nu ook ondersteuning. Hoe ziet die eruit?

Staatssecretaris Knops:
Daar heb ik in de voortgangsrapportages volgens mij al het een en ander over gezegd. Dat is een hele lijst van mensen die wij de afgelopen periode richting Sint-Eustatius hebben gestuurd. Sommigen komen terug en gaan weer, dus het zijn niet altijd unieke nieuwe mensen. Dan moet u denken aan mensen op het gebied van ICT, financiën et cetera, maar bijvoorbeeld ook op het gebied van de nieuwe luchthaven die gebouwd is, of technische assistentie rondom de wegen. Dat hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar in de praktijk blijkt toch wel dat je daar eigenlijk naartoe moet. Je moet de mensen leren kennen en je moet mensen ook weer opleiden en begeleiden, zodat ze een volgende keer zelf met aanbestedingen en dat soort zaken kunnen werken.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank voor het antwoord. Ik ben blij dat ik die vraag gesteld heb. Want mijn vraag richtte zich eigenlijk puur op het proces dat gaande is met betrekking tot het versterken van het zelfbestuur. Dus wat minder in de uitvoering, wat minder in de logistiek en dat soort zaken, maar puur de ondersteuning die nodig is om uiteindelijk ook te kunnen voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld.

Staatssecretaris Knops:
Dat is het doel, maar dan komen we met name op het vlak van de financiën, de verordeningen, ruimtelijke ordening, sociale-huurwoningen, alles komt voorbij. Dat staat ook vermeld in de criteria. Er moet dus ontzettend veel worden uitgewerkt. Er is al veel gedaan, maar er moet nog steeds een aantal dingen gebeuren. Op het moment dat je die allemaal hebt … Kijk, de gemiddelde gemeente in Nederland heeft heel veel van die verordeningen. Daar komt er af en toe een bij of er gaat er af en toe een af, maar hier moest alles opnieuw door de molen. Dat is dus gewoon een hele inhaalslag. Mensen die dat doen heb je voor een deel daarna niet meer nodig, want als de verordening er is, heb je alleen nog mensen nodig die kunnen toetsen of er ook naar gehandeld wordt. Maar de heel specifieke capaciteit is daar niet voorhanden. U was volgns mij net even weg, maar ik heb ooit gezegd: het is heel makkelijk om consultants in te vliegen en de goede dingen te doen. Maar ja, op het moment dat zo’n consultant weg is en iedereen denkt “dat was leuk, maar hoe ging het ook alweer”, is dat vergelijkbaar met dat iemand mij uitlegt hoe mijn computer werkt en wegloopt. Daarna denk ik: hoe ging het ook alweer? Nou, dat idee. Je wilt eigenlijk dat mensen dat gewoon zelf kunnen oppakken. Nu komen er gewoon heel veel dingen bij elkaar. De covidperiode heeft het met name in de tijd dat het eiland helemaal dicht was, niet gemakkelijk gemaakt om mensen daarnaartoe te sturen om dingen te realiseren. Daardoor hebben we wel wat vertraging opgelopen.

Mevrouw Simons vroeg nog wat de maat der dingen is als het gaat om goed bestuur. Dat is op twee plekken terug te lezen. Dat is terug te lezen in het rapport van de Commissie van Wijzen, dat indertijd geleid heeft tot de Tijdelijke wet taakverwaarlozing en waarin is opgesomd wat er niet goed ging. Ook is het terug te lezen in de criteria, waaraan nu voldaan moet worden om tot die fase te komen dat je een volledige democratie hebt en een situatie conform de WolBES en de FinBES met een eilandsraad, een gezaghebber en een gedeputeerde. Dat is de eindfase die we zo snel mogelijk hopen te bereiken. Dat doen we stap voor stap, omdat we niet de mogelijkheid in deze wet hebben om een fase terug te gaan als het niet goed gaat. We hebben echt gezegd: we gaan door, maar we willen ook zeker weten dat er elke keer volledig aan de criteria is voldaan voordat we doorgaan met de volgende stappen.

De voorzitter:
Mevrouw Simons, laatste vraag.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik hoop dat de staatssecretaris begrijpt dat een dergelijke vraag behoorlijk filosofisch is, want natuurlijk is het goed om gemaakte afspraken ook nagekomen te zien worden. Natuurlijk is het goed om duidelijke kaders te stellen. Natuurlijk is het goed om samenwerkingspartners op wat voor manier dan ook daaraan te willen houden. Maar de vraag verwijst natuurlijk ook naar het gegeven dat hoezeer je zaken ook kadert, het niet altijd zal lukken. Wat staat daar dan tegenover? Wat is dan de leverage waarmee je dat wel gaat afdwingen? Ik begrijp het antwoord van de staatssecretaris dus heel goed, maar ik hoop dat hij begrijpt dat deze vraag ook gaat over het recht van spreken en over hoe hard je kunt inzetten op het moment dat je ziet dat zelfs in het Nederlandse deel van het Koninkrijk zaken misgaan die op papier heel goed geregeld zijn. Op papier, in theorie, hebben wij een democratie die fantastisch werkt, en toch voeren wij in de Kamer — en dan heb ik het nog niet over de samenleving — regelmatig debatten over al wat er misgaat. Ik zou het dus zeer waarderen als de staatssecretaris ook op die manier op die vraag kan reflecteren.

De voorzitter:
Met het oog op de klok zeg ik alleen wel dat ik deze vergadering echt om 19.00 uur wil afronden, omdat meerdere leden op dat moment weg moeten. Dus dat wordt dan een korte reflectie.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Het zou ook een uitgebreidere reflectie op papier kunnen zijn. Daar sta ik ook zeer voor open.

Staatssecretaris Knops:
Laat ik een poging wagen. De vraag is volkomen terecht: wat is goed bestuur en wanneer heb je dat bereikt? Eigenlijk is het antwoord: dat heb je nooit bereikt, er is altijd werk aan de winkel. Wat dit bijzonder maakt, en wat indertijd ook de aanleiding was om in te grijpen, was dat niet alleen de wetten niet werden nageleefd, maar dat ook publiekelijk werd uitgesproken dat de eilandsraad indertijd die wetten voor een deel niet wilde naleven. Dat is ook de reden geweest voor die zeldzame ingreep die sinds 1951 niet meer is toegepast. Dat is dus niet lichtzinnig gedaan. Dat is het startpunt.

Is goed bestuur dan de ultieme perfectie, waarin alles helemaal tot de laatste punt en komma klopt voordat je naar de volgende fase gaat? Als mevrouw Simons het zo bedoelt, kan ik met nee antwoorden, want dat geldt natuurlijk ook niet op Europees Nederlandse schaal. De Rekenkamer stelt hier ook elk jaar onvolkomenheden aan de orde waar verbetermaatregelen op moeten worden doorgevoerd. Het is ook geen statisch geheel. Er komen nieuwe verordeningen en nieuwe debatten bij en dadelijk weer nieuwe verkiezingen met nieuwe uitkomsten. Daar zit een bepaalde dynamiek omheen, maar de basisunderstanding van goed bestuur was er in 2017 niet. Die moet terug. Het mooie is dat de wetgever, dus de Kamer maar ook de regering, uiteindelijk altijd kan beoordelen — die beoordeling vindt in principe plaats op basis van die wetten en criteria — of volledige terugkeer naar de democratie gerechtvaardigd is. Dat is geen mathematische afweging. Dat is altijd een politiek oordeel.

Ik denk dat ik daarmee in de richting van mevrouw Simons wel heb aangegeven hoe ik het proces voor me zie en dat goed bestuur iets is waar je altijd aan moet werken. U noemde de voorbeelden zelf al. Ook bij ons zijn er dingen die echt wel beter kunnen.

De voorzitter:
Ik wil het daar voor nu bij laten. Zijn er nog vragen die de staatssecretaris moet beantwoorden? Nee, dit was de laatste vraag? Dan kijk ik naar de leden of er behoefte is aan een tweede termijn. Ja, dat is het geval. Dan heeft u daarvoor een spreektijd van één minuut. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Van den Berg van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden. We hebben volgens mij de vorige keer afgesproken dat we helemaal aan het eind één tweeminutendebat doen, nadat we de verschillende vergaderingen op korte termijn hebben gehad. Het lijkt me dus niet logisch om een apart tweeminutendebat aan te vragen naar aanleiding van deze vergadering. Ik wil nog even checken of dit inderdaad de afspraak was van de vorige keer. Dan kijk ik ook naar de voorzitter.

De voorzitter:
Er is al een tweeminutendebat aangevraagd, waarbij de suggestie werd gedaan om daar eventuele moties over alle drie de onderwerpen in te dienen. De griffier wijst erop dat dit formeel niet helemaal de procedure is, maar het kan eventueel wel helpen om het aantal tweeminutendebatten te beperken. Maar het is volledig aan de leden zelf of zij op dit specifieke punt een apart tweeminutendebat willen. Dat wil ik ook wel even gezegd hebben.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Oké. Dan kijk ik wel even naar de collega’s. Ik zou op basis van deze vergadering graag een motie willen indienen. Als het daarvoor toch handig is dat er wel een apart tweeminutendebat is, heb ik dat bij dezen aangevraagd. Maar ik ben ook van harte bereid om het te combineren met het debat van de vorige keer.

De voorzitter:
Laten we even afspreken dat u preventief een tweeminutendebat heeft aangevraagd. We gaan pas tot inplanning over na het volgende commissiedebat, over het sociaal minimum. Dan kunnen wij de komende weken even kijken hoe we dit precies inregelen. Er is voor nu dus een tweeminutendebat aangevraagd door mevrouw Van den Berg van het CDA. Gaat u verder.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Waar ik met name veel zorgen over heb, is toch — hoe aards het ook kan klinken — de verwoesting die de geiten aanrichten en wat we daar verder van deze kant aan zouden kunnen doen. Daarnaast heb ik zorgen over de vaccinatiegraad.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Ceder van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Het mooie van deze commissie is dat je het enerzijds over de democratische rechtsorde en anderzijds over geiten kunt hebben.

Ik wil even wat piketpaaltjes slaan als het gaat om de communicatie tussen de eilandsraad, de regeringscommissaris en de staatssecretaris. Ik denk dat daar echt wel wat verbetering in zou kunnen komen. Omdat er geen bevoegdheden zijn voor de eilandsraad, lijkt vooral de consulterende rol, me wel een goede. U heeft aangegeven dat na het verzenden van het tijdpad een uitnodiging verzonden is naar de eilandsraad om daarover in gesprek te gaan. In het afgelopen uur heb ik toch even kunnen navragen of die ontvangen is. Veel mensen kijken ook. Een aantal leden van de eilandsraad geeft aan dat het niet het geval is. Ik zou hier willen vragen om eerst uit te zoeken wanneer dat heeft plaatsgevonden en om, als dat niet heeft plaatsgevonden — dat kan zo zijn — toch even de vinger aan de pols te houden. U hoort al een paar keer aan mij dat ik dit echt wel een heel belangrijk punt vind.

Dan nog één vraag. U gaf aan dat u goed gaat kijken naar de regeringscommissaris …

De voorzitter:
Kunt u afronden?

De heer Ceder (ChristenUnie):
… en dat u dat de eilandsraad op tijd laat weten. Dat vind ik natuurlijk mooi. Maar ik zou u ook willen vragen of u de eilandsraad daar van tevoren over zou willen raadplegen. Uiteraard heeft de eilandsraad geen bevoegdheden daarbij, maar het lijkt me goed om in dit geval de uitslag van de verkiezingen te respecteren en hem in ieder geval te horen. Ik ben …

De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik nu wel naar mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter. Ik zal u blij maken en me aansluiten bij de vorige twee sprekers. Ik ben zeer blij met de aanvraag van het debat en neem de vraag van de heer Ceder over het vrijwillig consulteren over. Dank u.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Wuite van D66.

Mevrouw Wuite (D66):
Dank, voorzitter. Ik denk dat ik in dit geval de opname terug ga kijken om te kijken wat ik volgens de staatssecretaris heb gezegd, maar ook wat de staatssecretaris heeft gezegd met betrekking tot het openbaar lichaam.

Ik ben blij dat de staatssecretaris de toezegging heeft gedaan om in ieder geval te faciliteren en aan te sporen dat de route-tijdtabel er komt, en dat waar mogelijk tot een versnelling wordt overgegaan. Op een zorgvuldige wijze, wordt natuurlijk elke keer herhaald.

Collega Simons heeft het gehad over de matige uitwerking van het bestuursdomein in de voortgangsrapportage. Ik zou de staatssecretaris willen vragen en aanmoedigen om dat uitvoeriger te doen, want het lijkt soms inderdaad alsof het herstel van de democratie samenhangt met het aantal geiten dat vrij losloopt. Dat bedoel ik niet neerbuigend, maar ik vind het toch wel heel tekenend, en belangrijk om het onderscheid wel op een bepaalde manier te maken.

Als laatste vind ik dat de staatssecretaris eigenlijk geen antwoord heeft gegeven op mijn vraag over de transparantie van het wervingsproces. Hij heeft daarop geantwoord, waar ik niet op heb geïnterpelleerd, maar ik vind wel dat het te matig is beantwoord. Ik zou dus iets meer transparantie en openheid willen over hoe dat wervingsproces eruitziet, of ook door derden kan worden gevolgd wat de functie-eisen zijn, en of men erop kan reageren en kan solliciteren.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wuite. Dan ga ik naar mevrouw Aukje de Vries van de VVD.

Mevrouw Wuite (D66):
Ik vind het wel niet helemaal fair, hoor.

De voorzitter:
Voor de duidelijkheid: als u over de 1,5 minuut heen gaat, gaat het iets te ver voorbij de 1 minuut, dus dan zeg ik wel stop. Mevrouw Aukje de Vries.

Mevrouw Wuite (D66):
Mag ik daar iets op zeggen?

De voorzitter:
Tuurlijk.

Mevrouw Wuite (D66):
Dat heeft te maken met de rust die de staatssecretaris kan nemen in de beantwoording en de snelheid die wij moeten betrachten bij de vragen. Dat voelt soms een beetje raar. Dat is mijn reactie daarop.

De voorzitter:
Mijn suggestie is dan om volgende keer meer tijd aan te vragen voor het debat. Mevrouw Aukje de Vries.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Drie korte puntjes nog. Dank voor de beantwoording van de staatssecretaris. Hij zei dat er gekeken wordt om op basis van duidelijke ijkmomenten te beoordelen wat er moet gebeuren.

Een, de vaccinatie. Het is belangrijk dat we even teruggekoppeld krijgen wat er uitkomt, welke mogelijkheden er eventueel zijn.

Twee. Ik had nog gevraagd naar het waste management. Dat staat als inactief op de lijst. Misschien is dat ergens anders ondergebracht. Dus daar nog graag een reactie op.

En ik denk dat het heel belangrijk is dat men op scholen al begint met iets van democratie, goed bestuur en dat soort zaken. Ik vroeg me af of dat in het totale pakket meegenomen is.

Staatssecretaris Knops:
Even in omgekeerde volgorde. Op de scholen kom ik later terug. Ik weet niet in hoeverre dat nu al in het lespakket zit. Dat is de verantwoordelijkheid van de collega van OCW. Ik weet het eerlijk gezegd niet, maar ik zal zorgen dat we daar in de volgende voortgangsrapportage of zoveel eerder over berichten.

Ten aanzien van vaccinatie. Dat lijkt me wel een aangelegen punt ook met het oog op het tweeminutendebat. Ik zal aan collega Blokhuis vragen om de uitkomst van dat overleg met de BES-eilanden te delen, voor zover dat gedeeld kan worden. Dat kan ik doen.

Ten aanzien van de regeringscommissaris, de vacature en het al dan niet raadplegen. Even in heel formele zin, ik snap de wens wel, maar toen wij het programma in Zeeland gedraaid hebben — ik noem maar een voorbeeld — rondom het niet doorgaan van de marinierskazerne, werd er gewoon iemand aangezocht die dat programma ging doen. Dat is een ambtelijke klus. Dat is het in dit geval ook. Het is formeel een ambtenaar. Daar gelden de normale procedures voor. Als het echt een ambtelijke functie is, kan daar gewoon op gesolliciteerd worden via de ABD of anderszins via de rijksoverheid. En soms willen we, gezien de tijd waar we nu in zitten, snel goede personen voor een functie aanzoeken. Zo is het ook bij de afgelopen gelegenheid gegaan. Ik zou eigenlijk willen vasthouden aan die lijn. Anders hadden we het ook anders moeten regelen in de wet. Ik ben wel geneigd om te zeggen dat we het er met elkaar over gaan hebben, maar dan kom ik in een mistig traject terecht waarin ik toch ga consulteren en toch aan de eilandsraad ga vragen of die het een goed idee vindt. Als de eilandsraad het dan geen goed idee vindt, dan kunnen we weer opnieuw op pad, terwijl we dat de vorige keren ook niet gedaan hebben. Dus ik zou daar toch aan willen vasthouden.

De vraag van mevrouw Simons …

De voorzitter:
Ik zie nog vragen en ik denk dat we hier het debat nog over voort kunnen zetten, maar er is een tweeminutendebat aangevraagd. Ik denk dat dat het moment is om een Kameruitspraak te doen en het debat af te ronden. Dus ik wil de staatssecretaris vragen de beantwoording af te ronden.

Staatssecretaris Knops:
Mevrouw Simons had nog opmerkingen over de wat haar betreft beperkte uitwerking van de bestuurstermijn in de voortgangsrapportage. Ik ben graag bereid om daar in de volgende voortgangsrapportage wat dieper op in te gaan, ook gelet op de vragen die u daarover gesteld heeft, wellicht ook op basis van de nieuwe routetijdtabel, die dan inmiddels beschikbaar is. Dan kunnen we daar helemaal op reflecteren. Dat lijkt me een belangrijk punt om met u te delen.

Dan toch nog even de uitnodiging waar de heer Ceder over sprak. Ik krijg de informatie nogmaals bevestigd. Ik krijg nu nogmaals het mailtje waarin het staat. Ik zie de leden van de eilandsraad in de verzendlijst staan. Dus tenzij de spamfilter niet goed is ingesteld, is die in principe verstuurd. Mocht die niet verstuurd zijn of mochten mensen hem niet gehad hebben, dan zal die opnieuw verstuurd worden en blijft die uitnodiging gewoon staan.

Dan de vraag van mevrouw De Vries over waste management. Sorry, daar was ik niet helemaal duidelijk in. Dat komt ook terug bij de schriftelijke beantwoording door de collega van IenW. Dat valt onder de verantwoordelijkheid van IenW.

De voorzitter:
Was dat uw beantwoording in de tweede termijn? Ja? Dan kijk ik eventjes naar de gedane toezeggingen. Dat zijn er vijf. Ik zal ze even aan u voorlezen.

  • De staatssecretaris informeert de Kamer over de benoeming van de nieuwe regeringscommissaris zodra deze bekend is. Dat is dus na het informeren van de eilandsraad, niet daarvoor.
  • De minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt gevraagd de Kamer schriftelijk te informeren over het haven- en waste management.
  • Het lespakket op scholen zal onderdeel zijn van de volgende voortgangsrapportage goed bestuur.
  • De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt gevraagd een terugkoppeling te geven over het vaccinatieoverleg, voorafgaand aan het inplannen van het tweeminutendebat.
  • In de volgende voortgangsrapportage zal meer aandacht worden gevraagd voor datgene waar mevrouw Simons direct op heeft gewezen. Volgens mij zijn dat de kaders van goed bestuur.


Staatssecretaris Knops:
Ik heb nog een kleine opmerking ten aanzien van het onderwijs. Ik heb gezegd dat ik zou nagaan wat daar op dit moment gebeurt en dat ik daarover zou berichten, maar niet noodzakelijkerwijs dat daar meer aandacht aan besteed zou worden, want dan kom ik op een ander domein terecht.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Ik vind het belangrijk om te weten of daar al iets aan gebeurt en of er misschien nagedacht gaat worden, mocht dat nog niet het geval zijn, over de vraag of dat een mogelijkheid is.

De voorzitter:
Komt dat dan in de voortgangsrapportage of separaat naar de Kamer toe?

Staatssecretaris Knops:
Dat is over een halfjaar.

De voorzitter:
Laten we dan zeggen dat de Kamer simpelweg wordt geïnformeerd ten aanzien van het lespakket.

Staatssecretaris Knops:
Ja.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Anders proberen we dat voor het tweeminutendebat te doen. Ik weet niet of dat lukt.

De voorzitter:
Als dat binnen twee weken …

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Kan de staatssecretaris daar in ieder geval zijn best voor doen?

Staatssecretaris Knops:
Ja, dat kan. Dat kan.

De voorzitter:
Ook dat komt dan voor het tweeminutendebat. Dan wordt de toezegging daarop aangepast.

Er is een tweeminutendebat aangevraagd door mevrouw Van den Berg. Dat zal dan op z’n vroegst over twee weken zijn. Dat kan op z’n vroegst over twee weken of drie weken worden ingepland, maar in ieder geval voor het zomerreces.

Ik dank alle leden voor hun bijdrage in dit debat. We zien elkaar weer volgende week. De spreektijd in het debat over het sociaal minimum zal vier minuten bedragen.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ook dank aan u, voorzitter, voor uw fantastische voorzitterschap vandaag.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Simons.

Mevrouw Simons (BIJ1):
U kijkt alsof u denkt: ze meent het niet. Ik meen het. Hahaha.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel.

Sluiting 18.54 uur.

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.