OPINIE – Kolonie of niet?

Door Etienne Ys

De vraag ‘Kolonie of niet?’ is beslecht in het kort gedingvonnis van 7 mei 2021 in de zaak van Pro Soualiga Foundation (PSF) op Sint Maarten tegen de Staat der Nederlanden. Hoewel de PSF deze zaak glansrijk heeft verloren wist zij de gemoederen bezig te houden door het uitdragen van een verkeerde interpretatie van het vonnis.

De discussie draait om de vraag of de Verenigde Naties (VN) via de resolutie 945 van 15 december 1955, de voormalige Nederlandse Antillen van de lijst heeft gehaald van de niet-zelfbesturende gebieden (non-self-governing territories) of te wel koloniën. Alvorens in te gaan op de inhoud, is het belangrijk om de context te schetsen waarbinnen deze resolutie moet worden begrepen.

Hoofdstuk XI van het Handvest van de Verenigde Naties bevat regels die enerzijds gelijke kansen voor de gekoloniseerde volkeren bevordert en anderzijds het proces van dekolonisatie ondersteunt door middel van de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht. Hoofdstuk XI schept verplichtingen voor de landen die

het beheer hebben over deze gebieden (‘moederlanden’). Zo dienen de ‘moederlanden’ politieke, economische en sociale vooruitgang in de koloniën te bevorderen en zelfbestuur te ontwikkelen. Onder artikel 73 letter e van hoofdstuk XI is opgenomen dat er een periodieke rapportageplicht geldt voor de ‘moederlanden’ ten aanzien van de ontwikkelingen in de koloniën. Op het moment dat een gekoloniseerd gebied volledig zelfbestuur bereikt, vervalt de toepassing van hoofdstuk XI op het ‘moederland’.

En nu terug naar de inhoud van de resolutie 945. Nederland heeft toen de nieuwe staatkundige  verhoudingen die zijn vastgelegd in het Statuut aan de VN voorgelegd. Uit de bepalingen van het Statuut  moest worden afgeleid dat de voormalige Nederlandse Antillen een situatie van volledig zelfbestuur heeft bereikt. Ten aanzien hiervan heeft de VN in haar resolutie 945, voor zover hier van belang, de volgende mening toegedaan:

‘Bearing in mind the competence of the General Assembly to decide whether or not a Non-Self-Governing Territory has attained the full measure of self-government referred to in Chapter XI of the  Charter of the United Nations,

I. Takes note …. that the peoples of the Netherlands Antilles …. have expressed, through their freely  elected representative bodies, their approval of the new constitutional order, ….;

2. Expresses the opinion that, …., on the basis of the information before it …., cessation of the transmission of information under Article 73 e of the Charter in respect of the Netherlands Antilles …. is  appropriate.’

In het tweede punt constateert de VN dat op grond van de verkregen informatie Nederland niet meer hoeft te rapporteren. In het eerste punt neemt de VN kennis van het feit dat de nieuwe staatkundige verhoudingen de instemming hebben van de vertegenwoordigende lichamen die uit vrije wil door de Antilliaanse burgers zijn gekozen.

Nederland concludeert dus hieruit dat hoofdstuk XI van het Handvest niet meer van toepassing is op  Nederland en dat de eilanden geen koloniën meer zijn waardoor ze van de lijst zijn afgehaald. PSF oordeelt daarentegen dat de resolutie niet uitdrukkelijk heeft bepaald dat hoofdstuk XI van het  Handvest niet meer van toepassing is. Uit de resolutie kun je hooguit de conclusie trekken dat alleen de rapportageplicht uit artikel 73 letter e is komen te vervallen, maar dat de andere verplichtingen uit hoofdstuk XI nog steeds van toepassing zijn. De eilanden zijn in de ogen van PSF nog steeds koloniën.

PSF treft een vergelijking met de resoluties van onder meer Groenland, Alaska en Puerto Rico waarin  uitdrukkelijk is bepaald dat hoofdstuk XI niet meer van toepassing is op het ‘moederland’. De resolutie 748 van 27 november 1953 betreffende Puerto Rico zegt ten aanzien hiervan: ‘Considers that, due to these circumstances, the Declaration regarding Non-Self-Governing Territories and the provisions  established in Chapter XI of the Charter can no longer be applied to the Commonwealth of Puerto Rico.’

Welke interpretatie moeten we nu volgen, die van Nederland of die van PSF? Voor het antwoord gaan we te rade bij de VN zelf. De VN heeft in zijn resolutie 1541 van december 1960 de regels (principles) opgenomen op grond waarvan wordt bepaald wanneer een gebied van de lijst moet worden verwijderd. De eerste ‘principle’ luidt:

‘The authors of the Charter of the United Nations had in mind that Chapter XI should be applicable to  territories which were then known to be of the colonial type. An obligation exists to transmit information under Article 73 e of the Charter in respect of such territories whose peoples have not yet  attained a full measure of self-government.’

Deze eerste ‘principle’ bepaalt dat de rapportageplicht uit artikel 73 letter e van het Handvest alleen geldt ten aanzien van gebieden die nog geen volledig zelfbestuur hebben bereikt. Dit houdt dus in dat met de vervallenverklaring van de rapportageplicht (zoals opgenomen in de resolutie 945) meteen wordt vastgesteld dat het betreffend gebied een situatie van volledig zelfbestuur heeft bereikt. Dit wordt nog duidelijker verwoord in het tweede ‘principle’ dat luidt:

‘Chapter XI of the Charter embodies the concept of Non-Self-Governing Territories in a dynamic state of  evolution and progress towards a “full measure of self-government”. As soon as a territory and its  peoples attain a full measure of self-government, the obligation ceases. Until this comes about, the obligation to transmit information under Article 73 e continues.

En tot slot bepaalt ‘principle’ VI wanneer de situatie van volledig zelfbestuur is bereikt: ‘A Non-Self-Governing Territory can be said to have reached a full measure of self-government by:

(a) Emergence as a sovereign independent State;

(b) Free association with an independent State; or

(c) Integration with an independent State.

Hiermee is het duidelijk dat de voormalige Nederlandse Antillen door middel van het Statuut onder categorie b is komen te vallen. Van belang hierbij is dat de staatkundige verhoudingen ingebed in het Statuut, tot stand zijn gekomen uit vrije wil van de volkeren die erbij betrokken waren.

Het is op grond van het voorgaande dat (de eilanden) van de voormalige Nederlandse Antillen niet meer  op de lijst van de niet- zelfbesturende gebieden verschijnen. De nieuwe lijst is in 1963 geaccordeerd  door de Dekolonisatie Commissie en bestaat thans uit 17 niet-zelfbesturende gebieden. Een ieder kan deze lijst bezichtigen op de website van de VN.

Tot slot. Al de commotie had niet gehoeven als de PSF zich vanaf het begin had neergelegd bij het oordeel van de rechter. Daarin luidde de vordering van PSF: de Staat der Nederlanden te bevelen om aan PSF te doen toekomen de VN resolutie waarin de VN verklaart dat “article 73 of the United Nations Charter can no longer be applied to the Netherlands Antilles” niet zijnde resolutie 945.

Hierop oordeelt de rechter dat Nederland aan deze vordering al heeft voldaan en voegt eraan toe dat  een andere resolutie over de aan de orde gestelde kwestie niet voorhanden is.  Uit dit rechterlijk oordeel kun je geen andere conclusie trekken dan dat de rechter van mening is dat de resolutie 945 de lading volledig dekt. Anders had de rechter geoordeeld dat Nederland niet heeft voldaan (of kunnen voldoen) aan de vordering van PSF. De rechter heeft dus de vordering van PSF volledig afgewezen (de vordering was niet ontvankelijk) en verklaard ‘dat PSF een volstrekt overbodig kort geding …. aanhangig heeft gemaakt’.

Maar PSF leest ten onrechte uit de door de rechter toegevoegde zinsnede (een andere resolutie is niet voorhanden) dat de rechter daarmee zou hebben bedoeld dat Nederland juist niet zou hebben voldaan aan de vordering. Het getuigt op z’n zachts gezegd van veel lef om deze mening ‘en plein public’ uit te  dragen. Ik hoop hiermee een bijdrage te hebben geleverd aan het sussen van de gemoederen omtrent deze kwestie. Laten we geen waardevolle tijd meer aan verspillen.

Mr. Etienne Ys is voormalig minister-president van de Nederlandse Antillen. Thans is hij onder meer voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Bovenstaande opiniebijdrage schreef hij op persoonlijke titel.

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.