Knops houdt vol: COHO-rijkswet niet in strijd met Statuut

Den Haag – Staatssecretaris Knops (BZK) erkent dat de eenzijdig door hem ontworpen Rijkswet Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) niet verenigbaar is met het Statuut voor het Koninkrijk, al doet hij dat in omfloerste bewoordingen en blijft hij er, anders dan Curaçao, Aruba en Sint Maarten, bij dat het wetsvoorstel niet strijdig is met dat Statuut.

De Raad van State concludeert in zijn advies over het COHO-voorstel niet dat dit strijdig is met het Statuut, stelt Knops in antwoord op kritische vragen van de Tweede Kamerleden Attje Kuiken (PvdA) en Antje Diertens (D66). “Wel leven er twijfels over de verenigbaarheid van enkele onderdelen van het voorstel met Statutaire beginselen.”

De staatssecretaris voegt er aan dat “een rijkswetsvoorstel dat door de rijkswetgever strijdig wordt bevonden met het Statuut niet (ongewijzigd) tot rijkswet kan worden verheven. Het is aan de rijkswetgever om te bepalen hoe deze twijfels kunnen worden weggenomen”, aldus Knops die de landen heeft uitgenodigd om te overleggen over hoe te reageren op de (fundamentele) kritiek van de Raad van State.

Lees hier hieronder de antwoorden op alle vragen

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht Raad van State Rijkswet COHO strijdig met Statuut d.d. 23 maart jl.?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Heeft bij het opstellen van de Rijkswet Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) juridische toetsing plaatsgevonden? Zo ja, door wie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ja, bij het opstellen van het voorstel van rijkswet COHO heeft juridische toetsing plaatsgevonden. Het departement dat het wetsvoorstel voorbereidt is primair verantwoordelijk voor een voorstel, en dus ook voor de juridische kwaliteit. Daarnaast worden voorstellen doorgaans ook interdepartementaal afgestemd. In dit geval is het voorstel voorbereid in een juridische werkgroep, bestaande uit juristen werkzaam binnen de departementen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Financiën, Economische Zaken en Klimaat en Algemene Zaken. Ook is het zo dat in het kader van de rijksbrede wetgevingstoetsing door de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Justitie en Veiligheid op voorstellen van wetten (ook rijkswetten) en algemene maatregelen van bestuur een toets wordt uitgevoerd op de kwaliteit ervan (zie ook onder vraag 3). In dit specifieke geval was er door de hoge tijdsdruk minder tijd beschikbaar dan gebruikelijk, waardoor deze toetsing slechts beperkt heeft kunnen plaatsvinden. De betreffende toetsing door de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt overigens nogmaals verricht in het kader van de aanpassingen die het voorstel van rijkswet COHO, naar aanleiding van het advies de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk, ondergaat.

Vraag 3

Wie is verantwoordelijk voor juridische toetsing voorafgaand aan de adviesaanvraag aan de Raad van State?

Antwoord

De verantwoordelijkheid voor juridische toetsing van een wetsvoorstel voorafgaand aan de adviesaanvraag aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) ligt primair bij de juridische directie van het departement (of de departementen) van de bewindspersoon (of bewindspersonen) die politieke verantwoordelijkheid draagt (of dragen) voor het voorstel in kwestie. In casu is dat de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voorts toetst het ministerie van Justitie en Veiligheid of een wetsvoorstel of ontwerpbesluit voldoet aan de algemene kwaliteitseisen zoals onder andere is neergelegd in de Aanwijzingen voor de regelgeving en het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (het IAK). Deze algemene wetgevingstoets wordt uitgevoerd voorafgaande aan de behandeling in een voorportaal, onderraad en ministerraad.

Bij (consensus)rijkswetgeving ligt daarnaast ook een verantwoordelijkheid voor juridische toetsing bij de juridische directies van de Caribische landen die door een voorstel bestreken worden; in het geval van het COHO-voorstel alle drie de Caribische landen. Met juristen van in het bijzonder Aruba en Curaçao zijn, nadat in de Rijksministerraad van 10 juli 2020 geen overeenstemming werd bereikt over (de voorloper van)1 het COHO-voorstel, gedurende de zomermaanden en het najaar van 2020 ook intensieve gesprekken gevoerd over dit voorstel. Ten slotte wijs ik op de rol die de Raden van Advies van Aruba, Curaçao en Sint Maarten spelen bij de juridische toetsing van rijkswetgeving. Deze toetsing vindt in de regel plaats voordat een voorstel ter advisering wordt voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk (hierna: Afdeling). Dergelijke toetsing is ook in dit geval uitgevoerd.

Vraag 4

Is er voorafgaand aan de informele operationaliteit getoetst of de Rijkswet in lijn is met het Statuut? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ja.

Vraag 5

Indien de Rijkswet als gevolg van het (nog niet openbare) advies van de Raad van State aanpassingen krijgt, welke gevolgen heeft dat voor de informele operationaliteit?

1 Aanvankelijk droeg het onderhavige rijkswetsvoorstel de naam ‘voorstel van rijkswet Caribische hervormingsentiteit’. In het naar aanleiding van gesprekken met de Caribische landen aangepaste voorstel van rijkswet dat op 10 november jl. bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk aanhangig is gemaakt, is deze naam omgedoopt tot ‘voorstel van rijkswet Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling’.

Antwoord

Bij de beantwoording van deze vraag ga ik ervan uit dat u onder ‘informele operationaliteit’ het reeds opgestarte proces rond de uitvoering van de landspakketten verstaat. Eventuele aanpassingen aan het voorstel van rijkswet hebben geen gevolgen voor dit proces. Zulke gevolgen zijn er wel als de landen geen consensus bereiken ten aanzien van het nader rapport en het voorstel van rijkswet. In dat geval komt van rechtswege ook de consensus te vervallen aan de onderlinge regelingen die tussen Nederland en elk van de Caribische landen is gesloten inzake de landspakketten.

Vraag 6

Welke gevolgen heeft dit (eventueel) voor de steunverlening?

Antwoord

Het kan zijn dat naar aanleiding van het advies van de Afdeling wijzigingen worden aangebracht aan de in het wetsvoorstel opgenomen structuren en procedures voor de verstrekking van financiële steun. In hoeverre dit gebeurt, is thans nog niet duidelijk en wordt samen met de Caribische landen besproken. Ik kan op de uitkomsten hiervan niet vooruitlopen.

Vraag 7

Welke gevolgen heeft dit (eventueel) voor de hervormingsvoorwaarden?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 6.

Vraag 8

Wat zijn de gevolgen voor een Rijkswet die strijdig is met het Statuut?

Antwoord

Een rijkswetsvoorstel dat door de rijkswetgever strijdig wordt bevonden met het Statuut kan niet (ongewijzigd) tot rijkswet worden verheven. Overigens constateert de Afdeling in haar advies over het COHO-voorstel niet dat dit strijdig is met het Statuut. Wel leven er bij de Afdeling twijfels over de verenigbaarheid van enkele onderdelen van het voorstel met Statutaire beginselen. Het is aan de rijkswetgever om te bepalen hoe deze twijfels kunnen worden weggenomen.

Vraag 9

Waarom is niet zoals door de Kamer gevraagd vooraf advies aan de Raad van State gevraagd?

Antwoord

De Afdeling heeft in het (rijks)wetgevingsproces een vast moment waarop zij om advies wordt gevraagd. Het is niet gebruikelijk om voorafgaand aan een formeel wetstraject de Afdeling om voorlichting te vragen.

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.