OPINIE – Nederlandse schaamtecultuur hindert verontschuldigingen voor slavernijverleden

Door Aart G. Broek

Op 1 juli wordt de afschaffing van de slavernij op die dag in 1863 herdacht. In de aanloop naar die herdenking versterkt de roep om publieke verontschuldiging voor het slavernijverleden van Nederland. Bestuurders tonen zich uitgesproken terughoudend. Dat spreekt, want zich oprecht verontschuldigen is schaamtevol. Dát weegt zwaarder dan eventuele financiële consequenties.

In Nederland zullen falende bestuurders niet publiekelijk het hoofd buigen, de ogen neerslaan en hun schuldgevoelens tonen zoals dit onder meer in Japan gebeurt. Behalve vernederend is een dergelijk optreden vooral bedoeld om aan te geven hoezeer de bestuurder is begaan met het lot van de (mogelijke) slachtoffers die hij maakte.

              ‘Jos van Rey, Henry Keizer, Ricardo Offermans, Mark Verheijen, Piet van Pol, Ton Hooijmaijers, Robin Linschoten, Rob ­Drillenburg, Sjoerd Swane, Jan Franssen, Rob Bats, Piet Ploeg, Johan Houwers, Huub Eitjes, Piet Neus, Gee Craenen, Arnold van den Broek, Jos de Graaf, Wiel Vossen, Harrie Verkampen, Jo in de Braekt, Fons Heuts, Cees Sinke, Kees Oversier, Frits Huijbers, Wim Cornelis, Peter van den Baar, Henk Riem, Henk Kool en Jan Elzinga; allemaal VVD-, CDA- en PvdA-politici die zich schuldig hebben gemaakt aan corruptie, belangenverstrengeling en zelfverrijking.’ Deze heren legden schaamtevolle trajecten af. In Nederland wordt van dergelijke bestuurders echter niet verwacht dat zij publiekelijk kenbaar maken zich te realiseren wat zij anderen hebben aangedaan. Zij worden niet geacht gevoelens van schuld te uiten.

Schandpaal

 Wij in Nederland schermen de aanstichters van leed bij voorkeur af, meer in het bijzonder beschermen we hen zo veel mogelijk tegen openlijke hoon – beschaafd als we menen te zijn. De tijden van de schandpaal op het marktplein liggen tenslotte ver achter ons. Nadat de klokkenluider Arthur Gotlieb een einde aan zijn leven maakte, werden de namen van de afdelingsdirecteur en de unitmanager onder wie Gotlieb bij de Nederlandse Zorgautoriteit werkte, angstvallig buiten het nieuws gehouden.

             Tonen Nederlandse bestuurders zich beschaafd? Beschaafder dan de Japanse bestuurders? Of zou een publieke schuldbekentenis op zíjn plaats zijn? Hoe het ook zij, Nederlanders voelen zich zeer ongemakkelijk bij het zich daadwerkelijk verontschuldigen.

             Westerse culturen als de Nederlandse worden gedomineerd door schaamte, dat wil zeggen we vrezen vernederingen, juist omdat we zo goed weten hoe die voelen: uiterst pijnlijk. Schuldgevoelens – het zich afvragen wat we anderen hebben aangedaan – komen, op afstand, later wel, of helemaal niet. De hand in eigen boezem steken is niet een sterk ontwikkelde eigenschap in Nederland.

             Het lijkt toch zo voor de hand te liggen om zich te verontschuldigen voor gemankeerd handelen. Een welgemeende spijtbetuiging kan wonderlijk goed uitpakken voor alle partijen. Het werkt louterend, zowel voor de snoodaard als voor de slachtoffers. Dit kán met name wanneer er vervolgens tastbare inspanningen worden verricht om het leven te beteren.

             Helaas blijkt het zich waarachtig verontschuldigen een uiterst pijnlijke inspanning die we liever niet verrichten. Een kwestie van schaamte: we stellen ons dan kwetsbaar op en voelen ons direct bedreigd. We vrezen vernedering en het uitgesloten worden. Loutering lijkt onbereikbaar. We voelen de schandpaal.

Spijtbetuiging

Deze angst is wijdverspreid. Zo maakt de psychotherapeute Harriet Lerner duidelijk in een studie die zij wijdde aan de ins en outs van het zich verontschuldigen: Why won’t you apologize? Healing big betrayals and everday hurts (2017). ‘De moed om je te verontschuldigen,’ zo concludeert Lerner met recht ter afsluiting van haar studie, ‘[…] vormt de kern van effectief leiderschap’. Dit geldt haar inziens sowieso voor relaties die er toe doen, zoals die tussen partners, ouders en kinderen, broers en zussen onderling, vrienden, burgers in het algemeen. Ze illustreert dit met tal van sprekende voorbeelden.

             Lerner weet ook dat ‘niets de eigenwaarde zozeer [verwoest] als schaamtegevoel’ en zodoende een waarachtige spijtbetuiging dikwijls onuitgesproken blijft. Weer die angst voor vernedering, afwijzing, kleinering of – in alledaags Nederlands – de angst om gedist te worden.

Gewoon zeggen: ‘ik zat fout, ik heb me vergist, het spijt me’ – note: zonder vervolgens omslachtig de ander alsnog de verantwoordelijkheid voor de eigen miskleunen in de schoenen te schuiven! Dat blijkt niet zo gewoon, maar uitgesproken onaangenaam, vooral in een omgeving waar kerels hun mannelijkheid – dominantie, aanzien, (financieel) succes – tegenover elkaar telkens weer moeten bewijzen. ‘Het geeft me het gevoel,’ citeert Lerner zo’n alfamannetje, ‘dat ik zwak ben als ik me verontschuldig. Het is alsof je iets verliest en de ander de overhand geeft.’ Voor dergelijke gevoelens van angst hebben we dus het woord ‘schaamte’.

We kunnen op westerse landen als de Nederlandse probleemloos het stempel ‘schaamtecultuur’ drukken. Traditioneel beschouwden we Aziatische landen als Japan en een Caraibische samenleving als die van Curaçao als zodanig, terwijl wij het Nederlandse reilen en zeilen vooral als ‘schuldcultuur’ zagen.  Vergeet het onderscheid maar. Schaamte zwerft vrij rond. Grenzeloos. Het is dan ook níet aannemelijk dat binnenkort bestuurders in Nederland het hoofd buigen en zich welgemeend verontschuldigen voor hun wandaden, zelfs niet als die generaties terug werden begaan.

***

Verwerkt zijn een citaat uit een column van Reza Kartosen-Wong in het Parool, 14 oktober 2019; verwijzing naar Joep Dohmen en Jeroen Wester (redactie), Operatie ‘werk Arthur de deur’; Dagboek van een ongewenste werknemer (Haarlem, 2014); citaten uit de Nederlandse vertaling van het boek van Harriet Lerner, Sorry hoor! Hoe oprechte excuses je relaties kunnen veranderen (Amsterdam, 2017); voor het onderscheid tussen schaamte- en schuldcultuur zie Harry Hoetink, Het patroon van de oude Curaçaose samenleving (Assen, 1958); over de reikwijdte van schaamte zie mijn Schaamrood; Aantekeningen over angst, agressie en ambitie (Haarlem, 2017), waaraan deze column schatplichtig is.

Dr. Aart G. Broek; (historisch) socioloog en letterkundige; auteur van talrijke artikelen, columns, boekbesprekingen, curricula, adviesrapporten en boeken.

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.