Nederland bevriest financiële steun aan Sint Maarten

Den Haag – De Rijksministerraad heeft vandaag besloten geen liquiditeitssteun meer te geven aan Sint Maarten zolang de Staten niet ondubbelzinnig bevestigen achter het eerder met het kabinet Jacobs gesloten akkoord te staan. Dat betekent dat Nederland de 39 miljoen gulden die de Sint Maartense overheid nodig heeft om in het tweede kwartaal aan betalingsverplichtingen te kunnen voldoen voorlopig niet naar Philipsburg overmaakt.

Staatssecretaris Raymond Knops (BZK) geeft in een brief, die hij vanavond naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, een uitgebreide toelichting op het besluit van de Rijksministerraad. Aanleiding is de aanklacht die een meerderheid van de regeringsfracties in de Staten bij de Verenigde Naties hebben ingediend tegen Nederland. Daarin worden de voorwaarden die Nederland stelt aan de hulp om het eiland door de coronacrisis te helpen strijdig met de mensenrechten en racistisch genoemd.

In reactie daarop eiste een verbolgen Knops voor 18 maart een schriftelijke bevestiging van zowel de regering als de Staten dat deze onverkort achter het eerder gesloten akkoord staan. Premier Jacobs heeft dat gedaan, van Statenvoorzitter Brison ontving de staatssecretaris 6 dagen na de deadline een brief die naar zijn oordeel te veel vragen openlaat. Reden waarom de Rijksministerraad op voorstel van de staatssecretaris vandaag heeft besloten de financiële steun te bevriezen.

Dit schrijft staatssecretaris Knops aan de Kamer:  

Op 10 maart jl. moest ik via de media vernemen dat door de Choharis Law Group “namens het parlement en de bevolking van Sint Maarten” een petitie is ingediend bij de Speciaal Rapporteur Racisme en de Working Group of experts on people of African Descent van de Verenigde Naties (VN). Opvallend is dat onder de parlementariërs die expliciet hun steun voor deze petitie hebben geuit, vooral leden zijn van de Sint Maartense coalitiepartijen.

De petitie richt zich tegen vermeende aanhoudende daden van rassendiscriminatie en vermeende schendingen van de mensenrechten door het Koninkrijk der Nederlanden tegen de inwoners van Sint Maarten. Specifiek wordt het traject rondom de COVID-gerelateerde liquiditeitssteun en het oprichten van de COHO blijkens de petitie gezien als strijdig met internationale mensenrechten en tevens racistisch. In de petitie wordt onder meer verzocht om:

(…)

(iii)      terminating the COHO proposal and ensuring that no new Dutch entity or person(s) assumes similar powers,

(iv)      ensuring that the powers proposed in the COHO legislation and other executive and legislative authority remains exclusively with the elected island governments;

Zoals ik u reeds eerder liet weten in antwoord op vragen van de leden Bosman (VVD) en Van Raak (SP) , heb ik met grote verbazing kennisgenomen van deze petitie. De inhoud van deze petitie, alsook de hierin gebezigde taal, zijn niet te rijmen met de eerder uitgesproken steun voor het landspakket en de oprichting van COHO.

Zoals u weet is die steun destijds door een grote meerderheid van de Statenleden uitgesproken en desgevraagd op 14 december 2020 schriftelijk bevestigd door de voorzitter van de Staten.  Met deze verklaring was duidelijk dat draagvlak in de Staten bestond voor het landspakket en de voorwaarden die gesteld zijn aan de derde tranche liquiditeitssteun, wat van cruciaal belang was om te komen tot ondertekening van de onderlinge regeling op 22 december 2020.

Nog steeds is voor het welslagen van het traject dat Nederland en Sint Maarten zijn aangegaan de voortdurende steun van de gehele regering alsmede het parlement onontbeerlijk. Immers, de maatregelen die wij afspraken met het doel om de economie en het leefklimaat van Sint Maarten te verbeteren voor al haar inwoners kunnen alleen maar uitgevoerd worden als daarvoor voldoende steun is van het parlement, met name wanneer wijziging van wet- en regelgeving nodig is. En ook de behandeling van het voorstel van Rijkswet COHO vereist consensus aan de zijde van Sint Maarten.

Nu uit de ingediende petitie naar voren komt dat een meerderheid van de Staten van Sint Maarten, waaronder de coalitiepartijen, zich afkeert van het voorstel van Rijkswet COHO en het daarmee samenhangende landspakket heb ik op 16 maart jl. een brief gestuurd aan de minister-president van Sint Maarten waarin aan de regering en de Staten van Sint Maarten wordt verzocht om herbevestiging van de steun aan de gemaakte afspraken in de onderlinge regeling Landspakket Sint Maarten en met betrekking tot het traject richting totstandkoming van de Rijkswet COHO.

De regering heeft, via een brief van de minister-president d.d. 17 maart jl., al snel aan dit verzoek heeft voldaan en heeft de steun voor het traject ondubbelzinnig bevestigd. Een brief van de voorzitter van de Staten ontving ik pas kort voor de Rijksministerraad, op 24 maart jl.. Hoewel in deze brief wordt verklaard dat er bij een meerderheid van de fracties in de Staten nog steeds steun bestaat voor het landspakket en het traject richting de Rijkswet COHO, biedt de brief geen enkele helderheid over hoe deze steun zich verhoudt tot de ingediende petitie, welke eveneens gesteund wordt door een meerderheid van de Staten.

Voor de RMR is dit aanleiding voor vragen, want hoe kan er steun zijn voor het landspakket en het traject richting de Rijkswet COHO, maar ook voor een petitie waarin nadrukkelijk verzocht wordt om het stopzetten van exact dit traject? Om deze reden heeft de RMR besloten Sint Maarten nogmaals te verzoeken om opheldering inzake de steun van de Staten voor het landspakket en het traject voor totstandkoming van de Rijkswet COHO, in relatie tot de ingediende petitie en eventuele andere lopende trajecten in het kader van de aangenomen motie van 5 november jl.. Zolang opheldering over de ontstane situatie en het al of niet bestaan van politieke steun voor dit traject uitblijft, kan van Nederland niet verlangd worden nadere liquiditeitssteun te verstrekken.

Besluitvorming inzake liquiditeitssteun Het Cft heeft de liquiditeitsbehoefte van Sint Maarten voor het tweede kwartaal 2021 geraamd op ANG 39 miljoen. Gezien de actuele politieke situatie zoals hiervoor beschreven, heeft de RMR echter besloten op dit moment geen nadere liquiditeitssteun te verstrekken aan Sint Maarten. Tot besluitvorming over de liquiditeitssteun voor het tweede kwartaal van 2021 (vijfde tranche) kan worden overgegaan zodra voldoende duidelijkheid is ontstaan omtrent het standpunt van de Staten.

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.