Kamerleden : Heeft kabinetsbeleid bijgedragen aan faillissement Bopec?

Den Haag – De Tweede Kamerleden Attje Kuiken (PvdA) en Antje Diertens (D66) vinden dat de regering meer betrokkenheid moet tonen bij de gevolgen van het faillissement van Bopec op Bonaire. Dat blijkt uit de schriftelijke vragen die zij vandaag hebben gesteld aan de staatssecretarissen Van Veldhoven (IenW) en Knops (BZK).

Kuiken en Diertens werpen onder meer de vraag op of het kabinetsbeleid wellicht heeft bijgedragen aan de ondergang van de olieterminal. Zij willen daarom weten welke maatregelen de regering heeft genomen om de gevolgen van het faillissement op te vangen.

Ook vragen de Kamerleden wie verantwoordelijk is voor de potentiële veiligheidsrisico’s in het geval een private onderneming zoals Bopec dat deel uitmaakt van het Venezolaanse staatsolieconcern PdVSA en waarom het de lokale overheid is die een boedelkrediet moet verstrekken om de beveiliging te financieren.

Kuiken en Diertens, zo kan uit hun vragen worden opgemaakt, zien tevens graag dat het kabinet de doorstartmogelijkheden onderzoekt, “bijvoorbeeld in de vorm van een participatiebedrijf waarin zowel de Rijksoverheid als het OLB deelnemen.”

Hieronder alle vragen:

1.         Heeft u kennisgenomen van het bericht “Faillissement van Bopec kost overheid Bonaire € 300.000” dd 21 maart jl?

2.         Is het u bekend of er overleg heeft plaatsgevonden tussen de curator en de vakbonden over de werknemers die in dienst blijven als ‘skeleton crew’ om de potentiële veiligheidsrisico’s beheersbaar te houden? Is het naar uw mening wenselijk dat vakbonden betrokken worden bij de wijze waar door de curator is besloten het personeel in zetten? Zo nee, waarom niet?

3.         Wie is verantwoordelijk voor de selectie van het personeel dat in dienst blijft om de potentiële veiligheidsrisico’s beheersbaar te houden? Wie is verantwoordelijk voor de kwalificaties van het personeel dat verantwoordelijk is voor het beheersbaar houden van de potentiële risico’s?

4.         Is het juist dat er een getekend akkoord ligt tussen de vakbonden, de bewindvoerder en de Bopec directie  als een van de voorwaarden voor het verlenen van een eventueel boedelkrediet? Zo ja, op welke wijze is dit akkoord nu betrokken bij de afwikkeling?

5.         Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor de potentiële veiligheidsrisico’s in het geval van een private onderneming? En waarom?

6.         Is het mogelijk dat het kabinetsbeleid (indirect) heeft bijgedragen aan het uiteindelijke faillissement van Bopec? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen treft u om de gevolgen van het faillissement op te vangen?

7.         Is overwogen om vanuit de Rijksoverheid een regeling te treffen voor de loondoorbetaling van het personeel dat ingezet wordt om de potentiële veiligheidsrisico’s te beheersen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom eist men dan nu van het OLB een boedelkrediet?

8.         Zijn er andere alternatieve regelingen overwogen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

9.         Bent u bereid om de haalbaarheid van een doorstart te onderzoeken, bijvoorbeeld in de vorm van een participatiebedrijf waarin zowel de Rijksoverheid als het OLB deelnemen? Zo ja, op welke termijn gaat u dit onderzoek starten? Zo nee, waarom niet?

10.      In hoeverre is het verzoek van de curator tot het verstrekken van een boedelkrediet door het Bestuurscollege strijdig (of in overeenstemming) met de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, in het bijzonder met artikel 11?

Lees hier het bericht Faillissement van Bopec kost overheid Bonaire € 300.000

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.