Jorien Wuite: “Stoppen met afgeven op elkaar”

Op weg naar de Tweede Kamerverkiezing van 17 maart neemt Jorien Wuite (D66) op uitnodiging van Dossier Koninkrijksrelaties plaats in de Voorkamer om vragen te beantwoorden over de visie van haar partij op de koninkrijksbanden.

Welke waarde hecht D66 aan de band met de Caribische delen van het Koninkrijk?

“D66 hecht grote waarde aan de Caribische rijksdelen. We delen een verleden en toekomst. Voor mij geldt dat Sint Maarten al tweeëntwintig jaar mijn thuis is. Het is de plek waar mijn kinderen zijn opgegroeid, waar ik met passie heb gewerkt aan beter onderwijs en betere gezondheidszorg. Waar ik mijn diepere identiteit heb ontdekt, mijn familie beter heb leren kennen en vrienden voor het leven heb gemaakt. Ik zie die band ook terug binnen D66. Hier spreek ik veel mensen met een oprechte interesse en commitment voor het Caribische rijksdeel. Op de kandidatenlijst van onze partij staan vier kandidaten met Caribische roots en sinds kort hebben we een eigen Caribisch Netwerk. Zo blijven we Caribische thema’s aanstippen. Je ziet het ook terug in ons verkiezingsprogramma. We hebben ambitieuze plannen als het gaat om het versterken van de rechtsstaat, kansengelijkheid voor onderwijs en zorg, het stimuleren van een groene en schone economie en de bescherming van de unieke natuur in het Caribische rijksdeel. D66 staat voor verbinding. Dat vind ik belangrijk. Het gaat om onze gezamenlijke toekomst.”

Vindt u dat de formele staatkundige verhoudingen in het Koninkrijk moeten worden aangepast?

“Natuurlijk zijn er verbeteringen door te voeren die vanuit de bestaande structuur van het Statuut bijdragen aan meer gelijkwaardigheid en het verkleinen van het democratisch deficit. Daarvoor doen we ook voorstellen in ons verkiezingsprogramma. We willen daarnaast dat de Geschillenregeling wordt ingevoerd, het voorstel daarvoor ligt nu al een poosje bij de Eerste Kamer. Dat kan sneller. Of de Caribische eilanden op lange termijn blijven kiezen voor deze staatkundige verhoudingen in het Koninkrijk is uiteindelijk aan de bewoners zelf natuurlijk. Tot die tijd zijn wij echt één Koninkrijk. Ik wil bijdragen aan een nieuw elan in het debat. Positief en inclusief. De afgelopen jaren leek het soms vooral te gaan over toezicht, geld en het bestuurlijk tekortschieten. Maar er liggen veel meer kansen waarop we kunnen samenwerken! Zoals onderwijs en Caribisch wetenschappelijk onderzoek, goed bestuur, een schone, groene economie, met meer landbouw en meer creatieve industrie.”

Buitenlandse Zaken en Defensie zijn Koninkrijkstaken. Zou dat niet ook moeten gelden voor onderwijs en gezondheidszorg aangezien de kwaliteit daarvan in de CAS-landen te wensen overlaat?

“Nee, Curaçao, Aruba en Sint Maarten zijn zelfstandige, autonome landen. Het zijn relatief jonge democratieën die nog verder kunnen groeien. Dat is niet altijd makkelijk als je kijkt naar wereldwijde ontwikkelingen, wat er komt kijken bij economieën van kleine eilanden en de impact van het klimaat. En hoewel ik de zorgen over het onderwijs en de gezondheidszorg deel, zie ik ook dat er wel degelijk stappen zijn gezet. Bij de ziekenhuiszorg, publieke gezondheid, en veranderingen met bijvoorbeeld Engels als instructietaal. Ook zie ik dat inwoners en organisaties met geweldige initiatieven komen. Maatschappelijke leiders die veel werk doen. Daar ben ik enorm van onder de indruk. Ondertussen vind ik dat we meer kunnen samenwerken en elkaar ondersteunen. Een vierlandenoverleg met de ministers voor Onderwijs en de Gezondheidszorg zijn goede initiatieven. En D66 wil bijvoorbeeld ook de drempels voor studenten uit het Caribische Rijksdeel verlagen om in Nederland te kunnen studeren en meer steun organiseren. We willen uitval voorkomen en ook de toegang tot Erasmus+ verbeteren. Ik ben ervan overtuigd dat Europees en Caribisch Nederland elkaar inspireren door samen te leren, werken en creëren.”

Wat heeft D66 sinds 2010 op het gebied van de koninkrijksrelaties voor elkaar gekregen?

“D66 staat voor gelijke kansen en het klimaat. Het eerste wat bij mij opkomt is de aanhoudende aandacht en voorstellen voor het invoeren van een ijkpunt sociaal minimum voor Caribisch Nederland. Wij willen dat alle inwoners zo snel mogelijk op dit ijkpunt komen. Om dit voor elkaar te krijgen is een lange adem nodig, we zijn er nog niet, maar D66 heeft hier hard voor gestreden en laat niet los. Daarnaast bereikten we dat bedrijven op Bonaire, Saba en Sint Eustatius niet zomaar meer hun vieze water in de zeeën mogen lozen. Riool- en afvalwater moet eerst gezuiverd worden. Zo beschermen we de koraalriffen. Ook hebben we ervoor gezorgd dat er twee miljoen euro is gekomen om in de nationale parken te steken. En waar ik misschien wel het meest trots op ben, is dat we de toon van het gesprek over het Caribische rijksdeel beetje bij beetje hebben veranderd. Te vaak lag de nadruk op wat niet goed gaat, in plaats van wat wel goed gaat. Dat vind ik te eenzijdig. Die verandering is misschien subtiel, maar vind ik wel heel belangrijk voor onze gezamenlijke toekomst.”

Wat had D66 in de achterliggende periode graag voor elkaar willen krijgen, maar dat niet is gelukt? En waar heeft dat aan gelegen?

“D66 had graag gezien dat dit kabinet verder was gekomen met het ijkpunt sociaal minimum. De trage voortgang heeft onder andere te maken met de economische tegenslagen vanwege de coronacrisis. Toch vind ik het teleurstellend dat de staatssecretaris ervoor heeft gekozen om de beslissing door te schuiven naar het volgende kabinet. Want we zien ook dat het Caribische rijksdeel hard wordt geraakt door de coronacrisis. Bijna de helft van de huishoudens op Saba, Sint Eustatius en Bonaire had al een inkomen onder het sociaal minimum. En zelfs dat is bijna niet voldoende om de vaste lasten mee te betalen. De inflatie is immers fors en woonlasten nemen toe. Deze crisis maakt het er niet beter op. Ook kijken we uit naar het herstel van de democratie op Statia want dat is, ondanks enige voortgang, nog niet volledig gelukt. Voor deze twee zaken blijven wij knokken en nu het rapport van de ombudsman uit is over de Caribische studenten moet ook voor hen het tempo voor oplossingen omhoog. De eilanden mogen niet vergeten worden. Wij houden politieke druk op de ketel en daar wil ik heel nadrukkelijk in de Tweede Kamer aan meedoen.”

Tussen ‘Den Haag’ en de eilanden is nogal eens ‘gedoe’. Wat is daarvan volgens u de oorzaak en hoe valt dat in de toekomst te voorkomen?

“Volgens mij is daarop het antwoord simpel: er zijn gewoon verschillen in de cultuur hier en over zee. Ook het kwetsbare verleden en de rol van Nederland hebben hieraan bijgedragen. Dat zorgt helaas soms voor onbegrip over en weer. Maar als we ons wat vaker proberen te verplaatsen in de situatie van de ander, kunnen we verder komen. De inzet van D66 is geweest dat we op basis van respect en gelijkwaardigheid met elkaar samenwerken. Dat is ook een van de redenen waarom ik namens D66 de Tweede Kamer in wil. Als je ruim twee decennia op Sint Maarten hebt gewoond, zit dat voor altijd in je. Al die verhalen, ervaringen en kennis neem ik mee naar Den Haag.”

Wat is het standpunt van D66 over het democratisch deficit: Er is wel een Koninkrijksregering, maar geen Koninkrijksparlement. De Staten van Curaçao, Aruba en Sint Maarten kunnen via gedelegeerden deelnemen aan de plenaire behandeling in de Tweede Kamer van Rijkswetten en kunnen ook amendementen en moties indienen maar, mogen niet meestemmen.

“D66 is voorstander van de autonomie van de landen, dus daar past ook een goede democratische vertegenwoordiging bij. Rijkswetten gelden soms voor het hele Koninkrijk, maar alleen inwoners in Europees Nederland kiezen nu de volksvertegenwoordiging die over Rijkswetgeving besluit. Dat moet anders. Bij de behandeling van Rijkswetgeving moet het verder gaan dan de normale voorlichting die door de gevolmachtigde ministers of speciaal gedelegeerden kan worden gegeven. Wij willen dat een aantal gedelegeerden van de Staten van Curaçao, Aruba en Sint Maarten ook stemrecht in de Tweede Kamer krijgen.

Daarnaast staat in ons verkiezingsprogramma dat bij het ontbreken van een Koninkrijksparlement er in ieder geval een meerjarenprogramma moet worden opgesteld en dat de voorzitter, niet de staatssecretaris, zich hierover regelmatig bij de Tweede kamer moet verantwoorden. De autonome landen verdienen bovendien een sterkere positie in de wereld. Dit bereiken we door Curaçao, Sint Maarten en Aruba een grotere rol te geven in diplomatie en handelsbeleid voor alle landen in het Koninkrijk. Ook willen we dat de inwoners van de autonome landen hun stem beter kunnen laten gelden in Europa. De registratieverplichting voor het stemmen bij Europese en Kamerverkiezingen moet komen te vervallen voor de inwoners van Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Een stem uitbrengen moet – net als in Nederland – kunnen bij stemlokalen op elk eiland. Zo krijgen inwoners van alle vier de landen gelijke kans om gebruik te maken van hun stemrecht.”

Hoe vindt u dat staatssecretaris Knops het doet?

“Het is geen nieuws dat D66 best kritisch is geweest op de staatssecretaris. Bijvoorbeeld als het aankomt op het ijkpunt sociaal minimum, de wederopbouw van Sint Maarten en de wijze waarop de gesprekken over de financiële steun zijn verlopen. Hierover is stevig gesproken in de Tweede Kamer. We waren het niet altijd eens. Tegelijkertijd zie ik wel iemand die het beste voor heeft met het hele Koninkrijk en die meer voor elkaar heeft willen krijgen dan zijn voorganger.”

Is D66 bereid tijdens de formatiebesprekingen te bepleiten het voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba vastgestelde fictieve sociaal minimum om te zetten in een sociaal minimum dat is gebaseerd op de werkelijke noodzakelijke kosten van levensonderhoud? Of bent u als D66 niet aan de formatietafel zit bereid een motie met die strekking in te dienen of mee te ondertekenen?

“Om het ijkpunt te bereiken moeten twee dingen gebeuren: de inkomens moeten omhoog en de kosten van levensonderhoud moeten naar beneden. We zien nu nog een te groot verschil tussen de kosten waar mee gerekend wordt en de werkelijke kosten. Het ijkpunt sociaal minimum is vastgesteld door een onafhankelijk orgaan. Daar vertrouw ik dus op. Dat de staatsecretaris van SZW vervolgens op 70% van het ijkpunt uitkwam, verbaasde mij dus. Daar was ik niet blij mee. Met D66 zetten we in op de snelle afronding en invoering van dit sociaal minimum.”

Wat zijn de speerpunten waarom kiezers in het Caribisch deel van het Koninkrijk op D66 zouden moeten stemmen?

“D66 vindt dat het tijd is voor nieuw leiderschap. Leiderschap dat omkijkt naar mensen en vooruitkijkt naar morgen. Dat iedereen vrij laat, maar niemand laat vallen. Politiek en overheid moeten weer naast in plaats van tegenover mensen gaan staan. De rechtsstaat beschermen en versterken, en menselijke waarden centraal stellen. Dat betekent ook: stoppen met afgeven op elkaar, met alleen maar vertellen wat anderen fout doen. Wij zijn een Koninkrijk met veerkrachtige mensen, ik heb het zelf gezien na de verwoesting van orkaan Irma en ook nu weer tijdens recente bezoeken aan de eilanden. Mensen blijven investeren, kansen pakken en initiatieven starten. Dat stemt mij hoopvol, er is zoveel talent en creativiteit! Juist nu moeten we krachten bundelen door samen te werken aan een beter Koninkrijk. Met mijn Caribische kennis en werkervaring ga ik voor bestuurlijke en democratische vernieuwing, versterking voor het onderwijs voor Caribische studenten, meer steun voor economische kansen en vernieuwing vanuit een internationaal klimaat en de start met een koninkrijksbreed klimaatfonds.”


Jorien Wuite (1964, Voorburg) was in 2018/2019 gevolmachtigde minister van Sint Maarten in Den Haag. Daarvoor was zij minister van Onderwijs, Cultuur, Jeugd- en Sport. Thans is zij strategisch adviseur bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Sport van Sint Maarten. Jorien Wuite is de nummer 20 op de kandidatenlijst van D66. Lees hier meer over haar.

D66 heeft in het verkiezingsprogramma ‘Een nieuw begin’ een uitgebreid hoofdstuk over de Koninkrijksrelaties:

Verbonden binnen het Koninkrijk

In ons Koninkrijk der Nederlanden delen we een verleden én een toekomst. Solidariteit staat daarbij voorop. Als een ramp als orkaan Irma een eiland verwoest, of als de crisis in Venezuela ook de eilanden treft, wordt het hele Koninkrijk geraakt. Talloze Nederlanders hebben banden met zowel Europees Nederland als de eilanden. En met een voet op twee continenten is ons Koninkrijk een factor van belang in Europa en Amerika. D66 staat daarom voor samenwerking en onderlinge versterking. Gelijkwaardigheid in democratie en bestuur Een bloeiende democratie en sterke rechtsstaat zijn cruciaal voor de toekomst. Bij het beleid voor Caribisch Nederland streven we naar gelijkwaardigheid met Nederland.

• De Rijksministerraad stelt samen met de autonome landen een meerjarenprogramma op. Dit programma bevat speerpunten als goed onderwijs, veiligheid, duurzaamheid en versterking van de democratische rechtsorde.

• Er komt een bijzondere vertegenwoordiger of gemeenschappelijke adviescommissie die de samenwerking versterkt op het gebied van klimaat, economie en sociale en culturele betrekkingen.

• De autonome landen verdienen een sterkere positie in de wereld. Dit bereiken we door Curaçao, Sint Maarten en Aruba een grotere rol te geven in diplomatie en handelsbeleid voor alle landen in het Koninkrijk.

• De registratieverplichting voor het stemmen bij Europese Kamerverkiezingen moet komen te vervallen voor de inwoners van Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Een stem uitbrengen moet – net als in Nederland – kunnen bij stemlokalen op elk eiland. Zo krijgen inwoners van alle vier de landen gelijke kans om gebruik te maken van hun stemrecht.

• Rijkswetten gelden voor het hele Koninkrijk, maar alleen inwoners van Nederland kiezen nu de volksvertegenwoordiging die over rijkswetgeving besluit. Dat moet anders. Bij de behandeling van die rijkswetgeving krijgt een select aantal gedelegeerden van de Staten van Curaçao, Aruba en Sint Maarten ook stemrecht in de Tweede Kamer.

• Europees en Caribisch Nederland kunnen elkaar inspireren door samen te leren, werken en creëren. Daarom willen we investeren in onderwijs, cultuur en werk. Dat is goed voor onze landen én voor het toerisme.

• Door meer te investeren in cultuur in het Caribisch deel van het Koninkrijk, kan de gemeenschappelijke cultuur in het Caribisch gebied internationaal sterker worden uitgedragen. Een nieuw begin – Laat iedereen vrij, maar niemand vallen.

• Er komt een cultureel erfgoedfonds en een stimuleringsregeling voor samenwerking en creatieve vernieuwing tussen kunstenaars en de creatieve industrie.

• We maken extra geld vrij voor programma’s, tentoonstellingen en cultuurhistorische plekken die het verhaal van het slavernijverleden vertellen.

• We investeren in de kwaliteit van onderwijs. We willen uitval in het onderwijs voorkomen en de toegang tot Erasmus+ verbeteren. Daarnaast verruimen we de mogelijkheden voor zomerprogramma’s en minors van hogescholen, vergroten we kansen met Europese programma’s en gaan we door met de program calls voor samenwerking in wetenschappelijk onderzoek.

• De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt moet beter. Bijvoorbeeld door het aanbieden van opleidingen in de landbouw, visserij, biodiversiteit, de dienstensector, duurzame energie en de ICT. Om kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren, is het tijd om digitale kennis en vaardigheden extra aandacht te geven. Naar een groene en schone economie De Caribische delen van ons Koninkrijk hebben een unieke economische positie. Er liggen kansen voor innovatie in de landbouw, visserij, digitalisering, duurzame energie, schoon vervoer, circulaire economie en natuurbehoud, zoals de zeldzame koraalriffen. Wij willen samenwerken om deze kansen te verzilveren.

• Duurzame en natuurvriendelijke initiatieven in de toerismesector worden gesteund ten gunste van kleine ondernemers en vakonderwijs.

• We zorgen voor een betere toegang tot het Europees Sociaal Fonds en andere Europese fondsen, ter ondersteuning van werkgelegenheid voor met name jongeren en kwetsbare groepen. Hier ligt een ondersteunende en faciliterende rol voor de Nederlandse overheid.

• Nederland stelt vanuit het buitenlandbeleid kennis en capaciteit beschikbaar voor het ontwikkelen van ondernemerschap en exploiteren van exportproducten. Tegengaan van klimaatverandering, behoud van de natuur Het grootste natuurgebied van ons Koninkrijk ligt in het Caribisch deel. Haar flora en fauna zijn fenomenaal. Maar tegelijk lopen de inwoners het risico hard getroffen te worden door klimaatverandering. Hiervoor moet aandacht zijn in het klimaat- en natuurbeleid dat Nederland voert.

• We starten een koninkrijksbreed Klimaatfonds, zodat de eilanden beter op klimaatverandering kunnen anticiperen. Met investeringen in hernieuwbare energie kunnen deze eilanden zelfvoorzienend worden. Ook investeringen in behoud en verbetering van biodiversiteit hebben prioriteit.

• Het investeringsfonds Invest-NL kan ingezet worden voor investeringen in duurzaamheid en innovatie op Curaçao, Aruba, Sint Maarten en de BES-eilanden, zodat ze minder afhankelijk zijn van de petrochemische industrie.

• Investeren in landbouw, visserij en onderzoek naar duurzame landbouw draagt bij aan een economie die beter bestendig is tegen schommelingen in marktprijzen.

• De lozing van afvalwater op zee is een bedreiging voor de koraalriffen. Daarom moet voor 2025 een riolering- en afvalwaterzuiveringssysteem worden aangelegd op de eilanden. Er komt strenger toezicht op het illegaal dumpen van afval. Ook willen we betere kustbescherming en minder kustbebouwing. Stabiliteit in de regio We steunen het Caribisch deel van het Koninkrijk om hun economische positie in de regio te behouden en de stabiliteit te bevorderen. De regio mag niet het slachtoffer worden van de Venezuela-crisis en andere geopolitieke ontwikkelingen.

• De wederopbouw van Sint Maarten na de verwoestende orkaan Irma loopt te traag. De huidige vorm van hulp via de Wereldbank heeft niet tot gewenste resultaten geleid. Nederland moet in actie komen en wegen zoeken om het geld sneller in te zetten.

• Ook het Caribische deel van het Koninkrijk is geraakt door de coronacrisis. Wij willen een ruimhartig beleid met voorwaarden die proportioneel zijn en oog hebben voor de feitelijke situatie op de eilanden. • We zetten een taskforce op die het Caribisch deel van het Koninkrijk ondersteunt bij menselijk migratie- en asielbeleid. We ondersteunen ook de lokale sociale advocatuur.

Dit was de laatste aflevering van de Voorkamer. Hoewel uitgenodigd, heeft u PVV, Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren gemist. Die laatste partij heeft laten weten vanwege de campagnedrukte geen kans te zien mee te werken. Van PVV en FvD hebben wij ook na het versturen van een herinnering niets vernomen.

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.