CDA: Gaat Sint Maarten zich aan voorwaarden coronasteun houden?

Den Haag – De Tweede Kamerfractie van het CDA is er niet gerust op dat de Staten van Sint Maarten daadwerkelijk bereid zijn te voldoen aan de voorwaarden die Nederland stelt aan verdere liquiditeitssteun om de coronacrisis door te komen.

De argwaan bij de christendemocraten komt naar voren in het schriftelijk overleg van de Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties over het akkoord met Sint Maarten. Wat de twijfels over de betrouwbaarheid van de Staten bij het CDA versterkt is het feit dat een actieve politicus als werknemer van het door Nederland financieel overeind gehouden Winair geld heeft verduisterd en huidig Statenvoorzitter Brison goede maatjes is met de aan de Siciliaanse maffia gelieerde casinobaas Corallo, de man die toenmalig premier van Curaçao Schotte heeft omgekocht.

“Is het kabinet van mening dat er op dit moment voldoende waarborgen zijn op Sint Maarten dat de politieke besluitvorming – zeker rond de financiële steun vanuit Nederland – voldoende gevrijwaard is van oneigenlijke beïnvloeding?”, vraagt het CDA. Hieronder de gehele inbreng van de Kamercommissie:

Inbreng van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken over het gevangeniswezen op, de liquiditeitssteun aan en de voortgangsrapportage over Sint Maarten. Zij hebben hierbij nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de VVD-fractie benadrukken dat Sint Maarten een autonoom land is binnen ons koninkrijk. De gevangenis op Sint Maarten is dus een aangelegenheid van het lokale bestuur. Echter, de situatie in de Pointe Blanche-gevangenis en huis van bewaring op Sint-Maarten verslechtert steeds verder. Bovendien wordt ook het Koninkrijk der Nederlanden, daarmee dus ook Nederland, aangesproken op de zorgelijke toestanden in de gevangenis.

De leden van de VVD-fractie willen eveneens benadrukken dat Nederland reeds in 2019 speciale containercellen aan Sint-Maarten heeft geleverd. Wat wordt daar op dit moment mee gedaan, zo vragen zij het kabinet.

De leden van de VVD-fractie vinden dat, ondanks de omstandigheden waarin Sint Maarten zich momenteel bevindt als gevolg van het coronavirus en de orkanen Irma en Maria in 2017, het urgent blijft dat de detentieomstandigheden binnen afzienbare termijn verbeteren. Zij willen daarom nogmaals de steun uitspreken aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister voor Rechtsbescherming om duidelijke en heldere eisen te stellen in de verdere gesprekken met de regering van Sint Maarten over het gevangeniswezen en de liquiditeitssteun. Wat is de huidige stand van zaken van die gesprekken?

Inbreng van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over de stand van zaken met betrekking tot de moties over het gevangeniswezen op Sint Maarten (Kamerstuk 35 300-IV, nr. 73). Zij constateren dat door het opnemen van de ontwikkeling van het gevangeniswezen in het landspakket er nieuwe mogelijkheden lijken te ontstaan om tot verbeterende stappen te komen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over het akkoord derde tranche liquiditeitssteun Sint Maarten (Kamerstuk 35 420, nr. 203). Deze leden vragen aandacht voor de samenloop tussen enerzijds dit traject van de derde tranche liquiditeitssteun – en de daarmee samenhangende Rijkswet Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) en het zogeheten landspakket – en het reeds langer lopende financiële steuntraject dat na orkaan Irma via de Wereldbank tot stand is gekomen.

Is de staatssecretaris bereid kort te schetsen wat de omvang is van beide trajecten, waar beide trajecten zich qua aandachtspunten op richten en in hoeverre deze door elkaar heen kunnen gaan lopen? Is er aanleiding om het Wereldbank-traject voortijdig te stoppen en onder te brengen binnen de COHO-plannen?

Kan het kabinet aangeven welke vorm van ambtelijke ondersteuning ingericht wordt, zowel in Nederland als op Sint Maarten, inclusief inzicht in de ondersteuning vanuit of op kosten van Nederland aan de overheid op Sint Maarten, daar waar het gaat om de realisatie van het landspakket en alles wat daarmee samenhangt? Wat is de kwaliteit van die ondersteuning: puur op proces of financieel, of wordt er ook juridisch inhoudelijke – rechtsstatelijke – ondersteuning verleend? Op welke wijze wordt de uitvoeringsvaardigheid van de overheid op Sint Maarten versterkt?

De leden van de CDA-fractie willen weten aan welke ondernemingen die gevestigd zijn op Sint Maarten dan wel opereren vanuit Sint Maarten de Nederlandse overheid deelneemt. Kunt u daarbij aangeven wat de omvang van de deelneming is en op welke wijze de Nederlandse overheid (als aandeelhouder) invloed uitoefent op die deelneming?

De leden van de CDA-fractie willen weten of de Nederlandse overheid als deelnemer in Winair bekend is met het feit dat in 2012 sprake is geweest van de onrechtmatige toe-eigening van een bedrag van USD 41.230,04 door een werknemer van Winair? Is het de staatssecretaris bekend dat deze ex-medewerker inmiddels een actief politicus is? Heeft bij de steunverlening het terugbetalen van deze openstaande vordering een rol gespeeld in het wel of niet toekennen van steun aan Winair? Waarom is er voor gekozen om als extern financier van Winair op te treden, in plaats van als kapitaal verschaffende aandeelhouder te werken aan het laten afnemen van het (huidige) negatieve eigen vermogen van Winair?

Kunt u toelichten waaruit blijkt dat in de Staten van Sint Maarten concreet steun is voor het huidige akkoord, nu de uitlatingen in de Staten veeleer wijzen op steun voor de minister-president in plaats van voor een akkoord? Deelt u de waarneming van de leden van de CDA-fractie dat de steun in de Staten zeer kwetsbaar is en wat betekent dit voor de noodzakelijke politieke steun op Sint Maarten om succesvol tot een consensus-Rijkswet te komen?

De leden van de CDA-fractie wijzen het kabinet op een artikel van Stmaartennews.com van 20 november 2020 waarin een foto staat afgebeeld van parlementsvoorzitter de heer Brison in een restaurant in Cupecoy met de heer Corallo. Is de staatssecretaris bekend met het feit dat deze heer Corallo op 13 december 2016 door TBO en RST op verzoek van de Italiaanse autoriteiten aangehouden is wegens verdenking van onder meer belastingfraude en witwassen?

Uw ambtsvoorganger heeft bij brief van 21 april 2017 de Tweede Kamer daarover geïnformeerd. Uit een op 27 november 2018 door de Hoge Raad in stand gelaten uitspraak tegen G. Schotte is vastgesteld dat er sprake was van, kort gezegd, oneigenlijke politieke beïnvloeding op Curaçao door deze heer Corallo. Is het kabinet van mening dat er op dit moment voldoende waarborgen zijn op Sint Maarten dat de politieke besluitvorming – zeker rond de financiële steun vanuit Nederland – voldoende gevrijwaard is van oneigenlijke beïnvloeding?

De leden van de CDA-fractie hebben met genoegen kennisgenomen van het betrekken van de ontwikkeling van gevangenis Point Blanche bij het landspakket, als één van de randvoorwaarden voor financiële steun. Kan het kabinet aangeven op welke wijze de eerder – veelal door het lid van Dam ingediende of medeondertekende – moties betrekking hebbende op Point Blanche tot uitvoering kunnen worden gebracht? Kunt u in het bijzonder aangeven op welke wijze (als project?) de verbetering van de detentieomstandigheden worden aangepakt, welke rol Sint Maarten, Nederland en UNOPS daarbij spelen, welk tijdpad voorzien wordt, wie daarbij welke verantwoordelijkheid heeft? Wilt u in het bijzonder aandacht besteden aan wie verantwoordelijkheid voor het beheer van de gevangenis op zich neemt?

Inbreng van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van voorliggende brieven. Zij hebben daarover nog enkele vragen.

38ste voortgangsrapportage van de voortgangscommissie Sint Maarten

De leden van de D66-fractie lezen in de generieke voorwaarden voor de derde tranche liquiditeitssteun zoals genoemd in de brief van 10 juli dat er geen bezuinigingen worden toegepast die de operationele uitvoeringscapaciteit binnen de meest vitale sectoren van de rechtsstaat raken, waaronder het gevangeniswezen. Deze leden vragen zich af hoe dit zich verhoudt tot de aanbeveling om de politieketen te reorganiseren. Ook vragen zij wat de stand van zaken is met betrekking tot het uitvoeren van de voorwaarden voor de tweede tranche?

De leden van de D66-fractie constateren dat het nieuwe MT van de gevangenis ambitieuze plannen heeft gemaakt, maar nog geen overeenstemming heeft weten te bereiken met het de minister van Justitie. Deze leden vragen of Nederland iets kan betekenen in de bemiddeling tussen de minister van Justitie en het nieuwe MT van de gevangenis? Ook vragen zij of de 11 containergevangenissen die buiten Point Blanche stonden opgesteld in gebruik zijn genomen? Zo nee, wat staat hier nu voor in de weg? Hoeveel verdachten wachten hun zitting nu in vrijheid af? Hoeveel daarvan worden verdacht van zware delicten? Ook vragen deze leden zich af in welke mate het huidige bestuur betrokken zal worden bij de bouw van een nieuwe gevangenis.

De leden van de D66-fractie constateren dat het jeugd detentie centrum beschadigd is geraakt door de orkaan Irma en dat hier herstelwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Zij vragen of het jeugddetentie centrum weer volledig operationeel is na het herstel van de schade door orkaan Irma?

Overboeking Derde tranche trustfonds wederopbouw Sint Maarten

De leden van de D66-fractie lezen in de beantwoording van de feitelijke vragen over Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES fonds (H) voor het jaar 2020 dat er momenteel een zestal projecten in voorbereiding zijn. Ook lezen zij dat twee lopende activiteiten meer zullen gaan kosten.

Kan de staatssecretaris inzicht geven in de resultaten van de lopende projecten en toelichten waarom deze naar verwachting meer geld zullen gaan kosten? Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze in de benodigde technische kennis zal worden voorzien? Welke stappen zijn sinds de halfjaarlijkse rapportage uit 2020 om de wederopbouw te versnellen? In hoeverre zijn de door de staatssecretaris genoemde knelpunten weggenomen?

Deze leden vragen zich ook af of de staatssecretaris meer inzicht kan geven in de wijze waarop de activiteiten van de COHO en het Trust Fonds op elkaar aan zullen sluiten. Op welke wijze voorkomt dat de staatssecretaris dat het COHO tegen dezelfde problemen aan zal lopen als het Trust Fonds bij de realisatie van de geplande projecten?

Ook vragen deze leden wanneer zij de volgende voortgangsrapportage over de wederopbouw kunnen verwachten.

Inbreng van de leden van de GroenLinks-fractie

De leden van de fractie van GroenLinks hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken over het gevangeniswezen op Sint Maarten en de derde tranche van de liquiditeitssteun aan Sint Maarten. Deze leden maken zich al langer grote zorgen over de detentieomstandigheden op Sint Maarten. Zij zijn blij dat Nederland zich inzet voor het aanpakken van de huidige situatie, die naar het oordeel van de leden van de GroenLinks-fractie als inhumaan voor de gedetineerden en gevaarlijk voor het gevangenispersoneel mag worden betiteld.

De leden van de GroenLinks-fractie nemen met grote zorg kennis van de constatering van de Voortgangscommissie Sint Maarten dat, ondanks beloften, de autoriteiten van Sint Maarten niet op eigen kracht het gevangeniswezen op orde zullen kunnen krijgen. De achtendertigste voortgangsrapportage is, zo lezen deze leden, helaas wederom pessimistisch gestemd: ‘‘Helaas leidt het nog niet tot voortgang in de uitvoering van de desbetreffende plannen van aanpak. Het voortgangsproces zou zeer gediend zijn met continuïteit en een goede bezetting van het ministerie van waaruit de diensten behoren te worden ondersteund bij de uitvoering, te beginnen met de aanstelling van een goede secretaris-generaal.

De commissie heeft al meermalen aangegeven dat een versterking van het ministerie een randvoorwaarde is voor het kunnen uitvoeren van de plannen van aanpak’’. Hoe verhoudt zich deze constatering van de Voortgangscommissie tot de beslissing om eenmalig een bedrag van € 30 mln. beschikbaar te stellen voor het gevangeniswezen, ten behoeve van de bouw van een nieuwe gevangenis en structurele verbeteringen in de detentiesituatie? De leden van de GroenLinks-fractie lezen in de brief van de staatssecretaris een stevige inzet op het in Nederlandse handen houden van de besteding van dit budget. Hoe wordt de toegezegde Nederlandse regie en toezichthoudende rol precies ingevuld?

Hoe wordt voorkomen dat de door de Voortgangscommissie Sint Maarten geconstateerde problemen (gebrekkige uitvoering van de plannen van aanpak, het ontbreken van doortastend leiderschap op het justitiedepartement van Sint Maarten) de voortgang van het verbeteren van het gevangeniswezen op Sint Maarten hinderen? En hoe verhoudt de bouw van een nieuwe gevangenis zich tot de aanbeveling van de Voortgangscommissie om als uitgangspunt te nemen dat de hele detentieketen wordt verbeterd, in plaats van de door Sint Maarten gewenste bouw van een nieuwe gevangenis?

Inbreng van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geagendeerde voortgangsrapportages en brieven. De leden van de PvdA-fractie merken op dat er toch nog enige zorgen leven over het gebrek aan voortgang. Hoewel er op er ministerie van Justitie op Sint Maarten hard gewerkt wordt om de voorwaarden te scheppen voor een gestructureerde aanpak van de bedroevende situatie in de gevangenis, leidt dit helaas nog niet tot voortgang in de uitvoering van de desbetreffende plannen van aanpak. De commissie geeft aan dat het voortgangsproces zeer gediend zou zijn met continuïteit en een goede bezetting van het ministerie van waaruit de diensten behoren te worden ondersteund bij de uitvoering, te beginnen met de aanstelling van een goede secretaris-generaal. Wat is de stand van zaken op dit moment bij de aanstelling van een secretaris-generaal? Nu het Sint-Maartense lid van de voortgangscommissie om persoonlijke redenen zijn ontslag heeft aangeboden, is het bekend of er inmiddels een kandidaat in beeld is?

De leden van de PvdA-fractie delen ook de zorgen omtrent de vulling van het korps. De afgelopen tien jaar is nog niet de helft van de bezetting ingevuld en tot op de dag van vandaag tracht het korps een verdere teruggang in de bezetting te voorkomen. Welke concrete stappen worden er genomen om de huidige sterkte van het korps uit te breiden? Welke mogelijkheden ziet het kabinet om hierbij ondersteunend te zijn? Hoe kan verdere teruggang in bezetting worden voorkomen?

De leden van de PvdA-fractie hebben –net als de commissie- waardering voor de inspanningen van de waarnemend gevangenisdirecteur en het hoofd bedrijfsvoering om binnen de schaarse mogelijkheden al wat mogelijk is te doen om in de gevangenis de omstandigheden te verbeteren en een werkbare sfeer te bereiken. Tegelijkertijd moeten we lezen dat in de Point Blanche gevangenis ongeveer 50 procent van de werknemers door ziekte afwezig is. Is er een verklaring voor het hoge ziektepercentage?

Deze leden lezen in de voortgangsrapportage dat het oplossen van humanitaire misstanden in de gevangenis ontegenzeggelijk een eerste verantwoordelijkheid is van de regering van Sint Maarten, doch bij het uitblijven van de uitoefening daarvan is Nederlandse steun onontbeerlijk om die situatie op te heffen. Daarbij draagt naar de mening van de commissie ook de Koninkrijksregering verantwoordelijkheid om die situatie op te heffen of te doen opheffen. Wat is de reactie van de staatsecretaris daarop?

In de brief van september 2020 van de staatsecretaris staat dat hij ook andere mogelijkheden onderzoekt om te komen tot concrete vooruitgang ten aanzien van de detentiesituatie en dat hij ook de mogelijkheid onderzoekt om op basis van de Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten – door de Koninkrijksregering – een voorziening te treffen. De staatsecretaris zou hierop terugkomen wanneer hij heeft gesproken met Sint Maarten. Heeft dat gesprek inmiddels plaatsgevonden? Wat is de uitkomst van dat gesprek? En als het gesprek nog niet heeft plaatsgevonden, op welke termijn zal dat plaats gaan vinden?

In de laatste voortgangsrapportage adviseert de commissie om in het ministerieel overleg concrete afspraken te maken over de spoedige werving van de programmamanager via Nederlandse en Sint Maartense wervingskanalen. Wat is op dit moment de stand van zaken? Zijn er concrete afspraken gemaakt? In welke fase bevindt de werving van de programmamanager zich?

Bericht delen
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Advertentie

error: Deze inhoud mag niet gekopieerd worden.